Selectie van de rubrieken uit het Eleftheria Paralias Magazine



Jehova's getuigen

 Op 14 december 1991 werden onverwachts 109 jongemannen overgebracht van de militaire gevangenis Avlóna, nabij Athene, naar een speciaal voor hen gebouwde gevangenis op de niet meer in gebruik zijnde militaire basis Sindos, nabij Thessalonlki. Ongeveer 40 andere voegden zich in januari 1992 bij hen vanuit de Pávlou-Melá-militaire gevangenis in Thessaloniki. Het betrof hier echter geen misdadigers.

AI deze jongemannen zijn Jehova's Getuigen, die gevangen worden gehouden omdat ze weigeren een militair uniform te dragen of op andere wijze betrokken te raken bij het leger. Vanuit de hele wereld wordt geprotesteerd tegen hun gevangenhouding omdat zij in strijd is met de internationale wetgeving.

Op dit moment zitten er ongeveer 400 Griekse jongemannen gevangen wegens dienstweigering, vrijwel allen Jehova's getuigen (de dienst weigering van Jehova's getuigen heef1 niets te maken met pacifisme, maar met hun overtuiging dat ze zich afzijdig moeten houden van alle wereldse conflicten; daarom nemen zij niet deel aan verkiezingen, weigeren een nationale vlag te groeten en vermijden ze elke betrokkenheid bij het militaire apparaat) en vrijwel allen veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf. Naast de honderdvijftig in Avlóna en ongeveer tweehonderd in de burgergevangenis Kassándra.

De recente overplaatsingen betekenen een duidelijke verbetering van de situatie voor de gevangengehouden dienstweigeraars. Het is het gevolg van internationale druk op de Griekse regering om de dienstweigeraars vrij te laten en om de omstandigheden waaronder ze worden vastgehouden te verbeteren. Deze druk wordt niet alleen uitgeoefend door organisaties als Amnesty lnternational, maar ook door het Europees Parlement, de Raad van Europa en zelfs door de parlementsleden van België en Duitsland. De Nederlandse regering houdt het voorlopig bij stille diplomatie. De internationale druk, veroorzaakt door de hongerstaking van Michális Marangákis en Thanásis Makrás in 1987, heeft ertoe geleid dat de dienstweigeraars die géén Jehova's Getuige zijn nog maar zelden worden gearresteerd (in 1991 werden twee van hen gearresteerd en veroordeeld tot één jaar voorwaardelijk; enkele tientallen personen die openlijk hebben verklaard dienst te weigeren, worden ongemoeid geIaten). De Griekse autoriteiten zijn blijkbaar bang voor negatieve publiciteit. De 'gewone' dienstweigeraars weten hier slim gebruik van te maken. Voor de Jehova's (getuigen veranderde er echter niets in 1987). Hun geloof verbiedt hen niet alleen deel te nemen aan het militaire apparaat, maar staat ook niet toe dat ze actief verzet plegen tegen hun straf. Het is voor hen dan ook onmogelijk om in hongerstaking te gaan -vierhonderd hongerstakers zou overigens een flinke indruk maken. Zelfs het niet-reageren Op een oproep voor militaire dienst is (voorlopig) onaanvaardbaar. Toch proberen de Jehova's Getuigen in Griekenland op alle voor hen mogelijke manieren hun Iot te verbeteren. Sinds vele jaren geeft de Griekse tak van het Wachttorengenootschap (de wereldwijde Jehova's Getuigenorganisatie) lijsten met gevangengenomen. Jehova's Getuigen door aan Amnesty lnternational, opdat deze organisatie direct en indirect druk kan uitoefenen op de Griekse regering (omdat Griekenland niet over een vervangende niet-militaire dienst beschikt, beschouwt Amnesty International alle gevangengehouden gewetensbezwaarden als gewetensgevangenen en vraagt zij om hun onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating).

De publiciteit rond Michális Marangákis was blijkbaar toch niet helemaal aan de Jehova's Getuigen voorbij gegaan. In april 1990 stuurden ze voor het eest een verklaring naar diverse organisaties waarin ze protesteerden tegen hun gevangenhouding, tegen de slechte omstandigheden in de militaire gevangenis Avlóna (overbevolking, weinig en slecht voedsel, slechte medische verzorging), tegen de vertragingen in de overplaatsingen naar een burgergevangenis (waar de omstandigheden beter zijn) en tegen het feit dat ze geen bezoek van hun geestelijken mochten ontvangen. In december 1990 werd opnieuw een dergelijke verklaring rondgestuurd. Ook in de duizenden brieven die ze de wereld rondsturen (ook aan niet-geloofsgenoten) maken ze sinds 1990 uitgebreid gewag van hun klachten.

De stroom klachten heeft onder andere geleid tot veel publiciteit (het vinden van muizestaarten in het eten werd door vrijwel alle Griekse kranten gemeld), diverse bezoeken van buitenlandse parlementariërs aan de militaire gevangenis Avlóna (wat weer tot extra publiciteit leidde), een aantal internationale veroordelingen van het Griekse beleid, en de belofte van premier Mitsotákis in april 1991dat er op korte termijn een vervangende dienst zou worden ingevoerd. Op dit moment is deze wet nog steeds niet bij het parlement ingediend. Niet duidelijk is of er inderdaad aan die wet wordt gewerkt of dat deze belofte alleen maar een zoethoudertje was. In juni 1991 heeft het ministerie van defensie diverse organisaties benaderd om te informeren of ze gewetensbezwaarden zouden willen opnemen. In augustus 1991 verklaarde de minister van defensie in antwoord op vragen in het parlement dat zijn ministerie wacht op informatie uit andere EG-Ianden over de aldaar geldende wetgeving inzake vervangende dienst. Daarna is niets meer van deze wet vernomen.

Het deel van de klachten over de slechte omstandigheden is echter wel verhoord. Vanaf mei 1991 zijn de overplaatsingen naar Kassándra in versnelde mate hervat. Ook zijn enkele tientallen gevangen tijdelijk overgeplaatst naar andere gevangenissen; om de overbevolking van Avlóna op te heffen, kwam er een nieuwe gevangenisstaf in Avlóna en werd tenslotte een groot deel van de gevangenen overgeplaatst naar Sindos. De resterende gevangenen zullen waarschijnlijk spoedig volgen. Volgens de gevangenen zijn de omstandigheden in Sindos uitstekend. Uit sommige brieven krijgt men de indruk dat ze van de hel naar de hemel zijn overgeplaatst. Hoewel Sindos in een militair kamp gelegen is, blijken de Jehova's Getuigen hier toch werkzaamheden te verrichten (totnogtoe verrichtten de Jehova's Getuigen alleen werkzaamheden in burgergevangenissen als Kassándra, maar weigerden ze werkzaamheden te verrichten in militaire gevangenissen; elke werkdag telt voor twee dagen gevangenisstraf in Kassándra en Avlóna en voor één dag in Sindos). Op deze manier wordt hun straftijd verkort tot ongeveer tweeënhalfjaar.

De overplaatsingen naar Sindos hebben overigens niet geleid tot het opdrogen van de klachtenstroom en ook niet tot het verminderen van de druk op de Griekse regering. De resterende klacht is uiteraard de voortdurende gevangenhouding. De druk, vooral vanuit Amnesty International en het Europees Parlement, richt zich op de vrijlating van de gevangengehouden dienstweigeraars én op de invoering van een vervangende niet-militaire dienst (of de Jehova's Getuigen een vervangende burgerdienst zullen accepteren, is onderwerp van discussie; de Nederlandse Jehova's Getuigen weigeren ook elke vorm van vervangende dienst - de Griekse Jehova's Getuigen hebben herhaaldelijk toegezegd een vervangende dienst buiten het militaire apparaat te zullen accepteren zoals ze ook werkzaamheden in burgergevangenissen accepteren). Griekenland is het enige land binnen de Europese Gemeenschap dat hier niet over beschikt. Zelfs de meeste Oost-Europese landen en leden van het GOS beschikken over een vervangende niet-militaire dienst. Voorlopig lijkt het er op dat de Griekse regering even hard weigert om een vervangende burgerdienst in te voeren als de Jehova's Getuigen weigeren om deel te nemen aan de militaire dienst. De Griekse regering moet zich echter houden aan internationale verdragen en richtlijnen waarin vrijheid van godsdienst en geweten (het recht op dienstweigering op grond van gewetensbezwaren wordt aanzien als een voortvloeisel van het recht op vrijheid van godsdienst, gedachte en geweten) is vastgelegd, zodat zij op zijn minst de eerste stap moet zetten. Overigens lijkt het erop dat de Jehova's Getuigen een eerste stap hebben gezet door het verrichten van werkzaamheden in Sindos te accepteren (de Griekse Jehova's Getuigen hebben de regering herhaaldelijk gevraagd om een gesprek teneinde te komen tot een voor beide partijen aanvaardbare oplossing) de Griekse regering heeft hier echter nog steeds niet op gereageerd.

Math Bollen (Griekenland coördinator Amnesty International, afdeling Nederland)