Selectie van de rubrieken uit het Eleftheria Paralias Magazine

deze bladzijde afdrukken.


IKONEN 

Eerder toevallig kwam ik in maart ’85 in Athene in een atelier terecht waar geestelijken op ambachtelijke wijze en volgens de traditionele regels ikonen schilderden. Meteen kwam ik onder de indruk, niet alleen van hun vaardigheid, maar ook van hun ambachtelijk produkt: ikonen. Ik kon dan ook niet weerstaan om voor ongeveer 14.000 drachmes mijn eerste ikoon aan te schaffen. Sommige mensen vinden het maar niets, die "eenvoudige schilderijen op houten plank", maar in werkelijkheid kunnen er boekdelen over geschreven worden. In uw EPM (Eleftheria Paralias Magazine) zal vanaf deze editie een serie van vijf artikels die deze wonderlijke voorwerpen belichten, verschijnen, vooral gebaseerd op het boek Ikonen van Olga Popova, Engelina Smirnova en Paola Cortesi, gepubliceerd door Tirion, Baarn, Nederland.

 

Alhoewel de ikoon al lange tijd door het Westen ‘ontdekt’ is, bestaan er nog steeds misverstanden bij de beoordeling van deze heilige afbeeldingen, die wellicht terug te voeren zijn op onze culturele optvattingen. Willen we echter een juist begrip hebben van de ikoon, dan is het goed deze misverstanden uit de wereld te helpen. In de eerste plaats denken we bij de ikoon bijna vanzelfsprekend aan Rusland en Griekenland, als waren zij het exclusieve erfgoed van die landen of op zijn minst van de Kerk van het Oosten, en zouden zij niets hebben te maken met de christelijkle cultuur van het Westen. Maar ten tijde van het ontstaan en de verspreiding van de ikoon (vanaf de vijfde-zesde eeuw) was er nog geen sprake van een scheiding binnen de Kerk, zij was zelfs meer dan ooit één in haar strijd tegen het heidendom, zoals blijkt uit decreten van de eerste concilies. De ikoon is dus het erfgoed van het gehele christendom. Vóór het definitieve schisma in 1054 van de Kerken van Rome en Constantinopel – die zich hierna de ‘orthodoxe’ bij uitstek noemt – had de ikoon zich al minstens vier tot vijf eeuwen in de gehele christelijke wereld kunnen verspreiden. Het is weinig bekend dat enkele van de oudste, nog bestaande ikonen, in Rome te vinden zijn, alwaar ze ook werden vervaardigd. Overigens is ook de middeleeuwse kunst in Italië sterk gelieerd aan de ikonenkunst, zowel wat formule betreft, als in symboliek en beeldtaal. Ook is de mening wijdverbreid dat de ikoon eenvoudigweg een schildering is van een gewijd onderwerp, een devote afbeelding zoals we die in de kerken vinden of zoals we die thuis ophangen ter getuigenis van ons geloof, als aansporing tot gebed, of om een gevoel voor traditie en goede smaak te manifesteren. schilderingen die we niet altijd

begrijpen omdat ze uitdrukkingen zijn van een cultuur die niet meer de onze is, maar hoe dan ook schilderingen. In werkelijkheid mogen ikonen nooit slechts als kunstvoorwerpen worden beschouwd: ze zijn veel meer. De kunst staat hier in dienst van iets anders, ze is bijkomstig en marginaal. In de ikoon troont God en het mysterie van God dat door de ikoon tot uitdrukking komt.

In de traditie van de Kerk is de ikoon een ‘heilig onderdeel van de goddelijke substantie’, de plaats waar God aanwezig is, tastbaar is, een gelegenheid om ‘de zoom van Zijn mantel aan te raken’. Om dit bijzondere charisma te begrijpen dat de Kerk aan de ikoon heeft toegedicht, moeten we terug naar de oorsprong van de geschiedenis van de mensheid. In de prehistorie bediende de mens zich al van afbeeldingen om contact te leggen met het goddelijke, en in de oudste beschavingen wendde men zich tot de kunst als een hulpmiddel tot het goddelijke. Reeds in de voorchristelijke beschavingen had de afbeelding al een sacraal karakter: de afbeelding werd beschouwd als werkelijk aanwezig, de afbeelding stond garant voor de aanwezigheid van de afgebeelde. Deze opvatting werd door de vroege christenen overgenomen, zoals ook de stijl waarin zij figuratief uitdrukking ga-ven aan hun geloof. Tijdens het tweede concilie van Nicea in 787 zal definitief de aard de waarde van de ikoon worden omschreven, met de vaststelling dat aan de basis van de ikoon de menswordingvan Gods zoon staat, dus de goddelijke natuur van Christus. Met name de kerkvader Johannes van Damascus zal zich opwerpen als felle verdediger van deze opvatting door vol te houden dat de ikoon het duidelijkste bewijs is dat God de menselijke natuur heeft aangenomen en deze daarmee onlosmakelijk heeft vereenzelvigd met de goddelijke. Hiermee is de ikoon de ‘brenger van de Goede Boodschap’, de tastbare weg tussen mens en God.

De ikoon is op zich een miraculum, manifestatie van God, feest van de Openbaring. De kerkvaders definiëren op het concilie van Efese de ikoon als tempel, dat wil zeggen ‘een plaats waar de afgebeelde op mysterieuze wijze ook aanwezig is. In de ikoon komt God als mens tot ons om ons eraan te herinneren dat ook wij ikoon zijn van God, en dat onze bestemming is te worden zoals Hij.

Ikonen uit Kreta en Centraal-Griekenland

Na de val van Constantinopel waren de Grieken verdeeld in twee afzonderlijke blokken: enkele groepen werden onderworpen aan de Turken, andere kwamen ander het bewind van de Venetiaanse republiek. De tweede situatie was heel wat gunstiger, omdat de Venetianen hun Griekse onderdanen economische en professionele gelijkheid verschaften en hen toestonden de eigen religieuze en artistieke tradities te bewaren.

Kreta, dat stevig met de Serenissima (Venetië) verbonden was, was het grootste Griekstalige gebied met de orthodoxe religie dat vrij was gebleven van islamitische invloed. Deze gelukkige omstandigheid bleek gunstig voor de culturele vernieuwing. In de sfeer van de religieuze schilderkunst ontwikkelde zich op Kreta, vooral in Heraklion (of Chania ?), een post-Byzantijnse school waarvan de kunstenaars, georganiseerd in corporaties (Sint Lucasschool) teruggrepen op de Paleologen-renaissance. In de tweede helft van de vijftiende eeuw consolideerde de post-Byzantijnse school van Kreta haar artistieke principes en iconografische modellen zodanig dat ze ten minste gedurende tweeëneenhalve eeuw ononderbroken haar activiteiten op samenhangende wijze kon voortzetten. Aangezien zij een clientèle rnoesten bedienen die zeer gevarieerd was in religie, etniciteit en woonplaats en dus in cultuur en artistieke smaak verwierven de Kretenzische ikonenschilders als enigen in hun tijd een opmerkelijke bekwaamheid in het schilderen op diverse manieren, in verschillende stijlen.

 

Andreas Ritzos

Onder deze kunstenaars verdient zeker Andreas Ritzos het genoemd te worden, die in Venetië bekend was als Andreas Rico en van wie we weten dat hij rond 1492 stierf. Zijn naam is vooral verbonden met een aantal Maria-ikonen van het type Maagd van Smarten, die hij schilderde in navolging van Byzantijnse voorbeelden en stijl. Uit de Latijnse inscripties op enkele van deze ikonen is af te leiden dat ze waren gemaakt voor niet-Griekse katholieken die trouw waren gebleven aan de authentieke traditie van de ikoon. Een andere compositie die ons een indruk geeft van het eclecticisme van Ritzos is de Maagd op de troon die hij schilderde voor de ikonenwand van het Sint Johannesklooster op Patmos. ln deze ikoon introduceert de kunstenaar een marmeren troon, die is opgebouwd volgens de regels van het lineair perspectief,

waarin duidelijk de Venetiaanse stijl uit die periode te herkennen is. De troon contrasteert sterk met de monumentale, statische, zuiver Byzantijnse figuur van de Maagd. Anderen zullen zijn voorbeeId voIgen. Dit bewijst dat de schilders van Kreta de invloeden van buitenaf niet passief ondergingen, maar dat ze steeds weer naar eigen inzicht stilistische eIementen uit hun dubbele culturele bagage haalden. Het moet dan ook niet verbazen dat Andreas Ritzos zich in andere werken getrouw houdt aan de strikte Byzantijnse compositie-modellen uit de tijd van de Paleologen, die we niet tegenkomen bij andere vertegenwoordigers van de post-Byzantijnse schiIderkunst.

 

Pavias, Tsafuris, Bizzamanos

Het werk van Ritzos strekte de schilders van de volgende generatie tot voorbeeId, zoals niet alIeen blijkt uit de gesigneerde ikonen van zijn zoon Nicolo (gestorven voor 1507), maar vooral uit de werken van Andreas Pavias, gestorven na 1504, die leermeester was van vele kunstenaars, onder wie Angelos Bizzamos, die later emigreerde.

In het idioom van Pavias zijn naast de zuiverste Byzantijnse stijlaccenten, ook lagen van realisme te bewonderen, die kenmerkend zijn voor de Italiaanse mode uit die periode.

Nog dichter bij de contemporaine Italiaanse schilderkunst lijkt Nicola Tsafuris te staan (gestorven vóór 1501).

Deze Tsafuris was een verfijnd miniaturist, creëerde nieuwe typeringen die bijzonder veel succes hadden bij zijn tijdgenoten, zoals de ‘Christus van het lijden’. Alleen composities als deze waarin echte vernieuwingen van de canon te zien zijn, kunnen als ‘Grieks-Italiaanse’ ikonen beschouwd te worden, terwijl alle andere ‘Kretenzisch’ blijven, omdat ze niet werkelijk loskomen van de Byzantijnse voorbeelden.

Zoals al is gezegd, was Angelos Bizzamanos van 1482 tot 1487 leerling van Pavias. aan wie hij de sierlijkheid van de figuren en het betoverende landschap ontleent. Deze vinden we overigens ook in andere werken van de Kretenzische school uit die periode, zoals in de drie mooiste ikonen, die worden bewaard in Venetië: ‘de Geboorte’ Noli me tangere, en ‘Sint Joris’. In deze ikonen, elegant en nauwkeurig als edelsmeedwerken, is de invloed van de westerse cultuur van die tijd overduidelijk (in de voorstelling van Sint Joris lijken het krachtige paard en het uiterlijk van de zwarte draak ontleend aan een werk van Paolo Veneziano met hetzelfde thema), maar is de aristocratische strengheid van het Byzantijnse voorbeeld nog aanwezig.

 

De monumentale stijl van de Meteora

ln de eerste dertig jaar van de zestiende eeuw gingen meerdere schilders uit Heraklion naar het klooster van de Meteora om daar enkele kerken te decoreren.

Het zien van de antieke ikonen die in de grote kloosters van Centraal-Noord-Griekenland bewaard werden, bracht weer schilders van Kreta terug bij de monumentalere en klassiekere stijl, ook al was die onpersoonlijker. Voorbeeld van dit proces zijn de ikoon van de ‘Opwekking van Lazarus’ in het Benaki Museum in Athene en de ‘Transfiguratie’, toegeschreven aan de monnik Theofanes StreIitzas genaamd Bathas, gestorven in 1559, die in 1535 ook werkte in het klooster van de Grote Lavra op Athos. In dezelfde stijl maar nog monumentaler is de ikoon van de ‘Heilige apostelen Petrus en Paulus’ geschilderd, waarin de gewaden gedrapeerd zijn naar een geometrisch concept en de gezichten, die in een sterk clair-obscur zijn gemodelleerd, zeer individuele trekken hebben.

 

Damaskinos en Angelos

Een belangrijke plaats in de volgende generatie van Kretenzische schilders nam Michael Damaskinos in, die aan het einde van de zestiende eeuw in Herakalion leefde, waar nog steeds talrijke ikonenschilders aktief waren. Er bestaan ongeveer honderd ikonen van zijn hand in verschiIlende kloosters en kerken op Kreta, op de berg Athos, in de Sinaï, op Corfu, in Midden Griekenland, in Puglië en in Venetië. Om zoveeI verschillende opdrachtgevers tevreden te stellen ontwikkelde Damaskinos zich tot een zeer groot eclecticus, dat hem tot direct erfgenaam maakte van zijn veelzijdige landgenoten uit het verleden. Hij is in staat gebleken ikonen te schilderen die dicht hij het werk van Theofanes komen. zoals de ‘Heilige Antonius’ in het Byzantijns Museum, waarin de strengste tradities uit de late Byzantijnse periode terug te zien zijn, of de ‘Heilige Johannes de Doper’ van het Zakynthos-Museum, elegant en ascetisch gelijk de figuren uit de dertiende eeuw. Maar hij schilderde ook ikonen die wat compositie betreft volstrekt nieuw zijn, zoals de ‘Aanbidding van de Koningen’, dat helemaal in overeenstemming is met de contemporaine Italiaanse mode en elementen ontleent aan werken van de Venetiaanse schilder Bassano zonder deze ook maar enigszins te veranderen.

 

 

Giorgio Klotzas

Tijdgenoot van Damaskinos en even bekend was Giorgio Klotzas (gestorven in 1608). Van deze geniale en ontwikkeide scbiIder zijn de vele iconografische miniaturen in een Codex die bewaard wordt in de Marciana bibliotheek, en die wordt beschouwd als het mooiste met miniaturen verrijkte Griekse handschrift uit die tijd. Klotzas, die minder vasthield aan de traditie dan Damaskinos, creëerde een zeer persoonlijke stijl, waaruit een grote bekwaamheid en een levendige, creatieve verbeeldingskracht spreekt, maar vooral de buitengewone vaardigheid van de miniaturist. Zijn lange en ijle figuren bewegen zich in duidelijk perspectief tegen een achtergrond van renaissancistische of laat-gotische bouwwerken, en zijn in hun fysionomie kenmerkend voor de gemaniëreerde stijl van die tijd, maar het modelé, de behandeling van de kleding en het kleurengamma zijn onmiskenbaar Byzantijns. Het is duidelijk dat de Kretenzische ikonenschilders uit de tweede helft van de zestiende eeuw zich richtten op de aristocratie en de clerus die cultureel gebonden was aan Venetië; er is een tendens de traditionele uitdrukkingsmiddelen te vernieuwen door een persoonlijker idioom te introduceren dat, door gebruik te maken van wereldser en realistischer elementen, de ikoon wil ontdoen van het symbolische en allusieve karakter en de betekenis wil geven van vertelling en illustratie. De volgende generatie ikonenschilders nam dit initiatief echter niet over: zij gaven er de voorkeur aan in vorm en stijl dichter bij de Byzantijnse traditie te blijven.

Tot de groep Kretenzische schilders uit het begin van de achttiende eeuw moet een zekere Angelos worden gerekend, die zijn werken alleen met zijn voornaam signeerde en van wie dus niet met zekerheid kan worden gezegd wanneer hij leefde. De voorbeelden die Angelos steeds vaker moeten hebben geïnspireerd, komen allemaal uit de tweede helft van de vijftiende eeuw, zoals te zien is in de ikoon van de ‘Heilige Phanourios’.

De gratie en noblesse van het onderwerp, de geraffineerde rijkdom waarmee de kleding en de wapenuitrusting (helemaal in goud gearceerd) is weergegeven en de serene harmonie die de compositie domineert, zijn een duidelijke verwijzing naar het werk van Andreas Ritzos.

  

Meest voorkomende inscripties op de Griekse ikoon

Op de ikoon zijn ter vervolmaking altijd inscripties aangebracht, die de persoon of de gebeurtenis die is afgebeeld, benoemen. Afhankelijk van de geografische herkomst kon deze inscriptie in het Grieks, in het kerkelijk Slavisch of in het Latijn zijn (de liturgische talen bij uitstek), en onderstreepte zij de nauwe band tussen schilderkunst en liturgie; vaak zijn op de ikoon liturgische gebedsteksten of heilige hymnen te lezen die soms in de vorm van een kruis zijn weergegeven om zodoende de zegenende kracht die uitgaat van de ikoon, aanschouwelijk te maken

 


 

Geld voor Athos

Europa en de Griekse regering komen de autonome monikkengemeenschappen van de Athosberg ter hulp voor belangrijke restauratiewerkzaamheden aan vele kloosters op het eiland.

Het monnikeneiland is een van de allerbelangrijkste vindplaatsen van de orthodoxe tradities. Het herbergt bovendien een schat aan culturele rijkdommen.

Op de Athosberg alleen al worden niet minder dan vijftienduizend manuscripten bewaard (dat is driemaal zoveel als in het Vaticaan) naast twintigduizend iconen waarvan de oudste zelfs nog van de achtste eeuw zouden zijn!!!

 


 

 

NEW RELEASES

Yannis PARIOS

Tosa Grammata

Het nieuwe album dat zijn platinum CD Tipseis opvolgt is reeds na één maand ook platinum. Deze CD is gemaakt volgens de aloude Parios principes: gebroken liefdes, de warme Parios’ stem, songs om zo mee te zingen...

 

Yorgos DALARAS

LIVE IN IERA ODO 2

IERA ODO is de nieuwe place to be in Athene. De uitstekende akoustiek van de ruimte (een oud autokerkhof) maakt het ideaal voor concerten. Dalaras heeft er dan ook zijn vaste stek gevonden. Samen met Marios Frangoulis, één der bekendste Griekse tenoren en eveneens te horen op de ReNaissance-CD van Yannis Markopoulos, brengt deze CD klassiekers: Caruso (jawel, zoals in het Brusselse PSK concert), Bregovic live uitvoeringen, muziek van Mikis Theodorakis etc.

 

Stamatis SPANOUDAKIS

The Very Best of

Spanoudakis is in België de bestverkopende componist. Vanzelfsprekend is de VRT uitzending op 1 januari ‘98 daaraan niet vreemd. Het liedje Voor Dory staat zelfs op de nieuwste verzamel-CD van Funiculli Funiculla (Radio 2). AIs u echter het allerbeste Spanouakis werk wil horen, bestaat er nu slechts één CD: The Very Best of !

 

SAN RADIOFONO 3

Na SAN RADIOFONO 1 en 2 is er nu ook de nieuwe compilatie met de beste Griekse muziek: Galani, Kotsiras, Dalaras,...

 

ALKAIOS . SOUND OF SILENCE

En Psycho behaalde goud, en de nieuwe CD past in hetzelfde swingende gamma.

 

YORGOS MAZONAKIS

Mazonakis koos voor zijn nieuwe CD zijn persoonlijke voorkeur van bestaande songs met nieuwe arrangementen en uiteraard door hem gezongen. Een aanrader!

 

 

DIMITRIS BASSIS

Ongetwijfeld kent u Psythiroi Kardias, de muziek uit de gelijknamige TV-serie met muziek van Christos Nikolopoulos: de CD stond wekenlang Nr 1 en werd dubbel platinum. Dimitris BASSIS brengt in DIOGENIS PALACE (aan Syngrou Avenue) de beste liedjes, gecombineerd met nieuwe liedjes. Alexiou is eveneens van de partij! "Het best Griekse Lied is live" zeggen de Grieken, en deze CD bewijst dat. Deze live CD is een hartverwarmend kerstgeschenk.

 

 

Nieuwe CD’s die binnenkort verschijnen:

 

Indien u bepaalde Griekse CD’s moeilijk kan vinden in de platenwinkels, kan u steeds kontakt opnemen met de invoerder. Wij hebben het grootste aanbod: meer dan 6.000 titels! Desgewenst kunnen wij u deze CD’s toesturen.

 

TAVICO EUROPE N.V.

tel.: 09/233.32.32.

fax: 09/233.33.22

E-mail: tavico_europe@skynet.be


De wijnroutes van Macedonië

Macedonië is een uitermate mooie streek waar mens en natuur in harmonie leven. Hier wordt wijn, basis- en onafscheidelijk element van de Griekse cultuur, voortgebracht op dichtbezaaide wijnbouwgronden, eilandjes met een bevoorrecht microklimaat.

De Wijnroutes van Macedonië vormen een origineel toeristisch programma dat ontstond dankzij de gemeenschappelijke inspanning van de leden van de Vereniging van Wijnproducenten van de Wijnstreek van Macedonië. Negentien wijnproducenten van Noord-Griekenland integreerden dit netwerk in hun eigen geboortestreek, streek van hun leven, werk en creaties. Rondom hen vouwde zich ook het kluwen van de geschiedenis, de architectuur, het geloof, de overlevering van beroepsvaardigheden, in één woord: het dagelijks leven van het Macedonisch volk.

Ze stellen vier trajecten voor met "de wijn" als centraal gegeven. Die leiden ons van de goddelijke Olympus naar het Byzantijnse Thessaloniki en het betoverende Chalkidiki, en van het grensbeschermende Amindeo naar het verre Thracië.

Wegwijzers zetten je op weg naar de wijnstreken en wijnhuizen alwaar de bezoekers rondgeleid worden in de wereld van de wijn en in de kennis van het fijnproeven. De schoonheid die de natuur alom heeft uitgestrooid, leidt ons naar plekjes met heerlijk uitzicht. Verder zijn de realisaties van de mens die men er aantreft evenwaardig aan hun omgeving. Het zijn de archeologische sites, de kerken, de kloosters, de musea en gebouwen van folkloristisch of enig cultureel belang. Langs de reisroute vindt men her en der restaurants, herbergen, ouzeri’s en hotels, uitingen van de rijke en levendige traditie, van de lokale gastronomie, van de kwalitatief hoogstaande gastvrijheid ter aanvulling met de kennismaking van het Macedonisch land, haar producten en haar cultuur.

En de wijnliefhebbers, geboeid door de betoverende aantrekkingskracht van de wijn en zijn cultuur, volgen de bewonderenswaardige Wijnroutes van Macedonië.

(wordt vervolgd)

 

De Griekse tekst wordt in Griekenland uitgegeven door de Vereniging van Wijnproducenten van de Wijnstreek van Macedonië en verspreid via informatieve folders. Tijdens mijn jongste bezoek aan Thessaloniki bezorgde de heer Panagiotis Giorgiadis, algemeen directeur van de hiervoor genoemde vereniging, mij zo’n folder (publicatie en vertaling van de teksten werden mij eveneens toegestaan). Alhoewel de tekst in makkelijk leesbaar Grieks geschreven is, dacht ik er goed aan te doen om er een vrije vertaling aan toe te voegen. Volgende keer werpen we een licht op de wijn en gastronomie van de streek van Naoussa.

N. De Groote


Nikos Kazandzakis

Oh God, maak van mij een God" . Dit is de manier waarop Nikos Kazandzakis sprak toen hij dertig jaar was. Een leven dat in het teken stond van spirituele meditatie, een denkwijze die hij op fanatieke wijze probeerde af te schermen van de wanorde van de zinnen. Ik zal zoveel mogelijk de verlangens van het vlees onderdrukken. Het wil zitten? Ik zal blijven staan. Het wil eten? Ik zal vasten. Het voelt koud aan? Ik zal blootvoets op koude marmer lopen, dit schreef hij in zijn Symposium uit 1914. Twee jaar voor zijn dood schreef hij Een Rapport aan EI Greco, dat beschouwd wordt als zijn spirituele autobiografie. Ik zei aan de amandelboom: "zuster, vertel me over God". En de amandelboom bloeide. Dit is wat Nikos Kazandzakis was: een denker, een man van diep geloof, een geloof waarvoor hij bijna werd verbannen.

Kazandzakis werd geboren op 18 februari 1883 in Heraklion, Kreta. Tussen 1902 en 1906 studeerde bij rechten aan de universiteit van Athene, waar hij met onderscheiding afstudeerde. In 1906 maakt hij zijn debut met een essay getiteld: "De Ziekte van de Eeuw" . In 1907 vertrekt hij naar Parijs voor postuniversitaire studies. In 1910 sleepte hij met zijn werk "De Eerste Werkman" een belangrijke prijs in de wacht. Hij wordt aangesteld als secretaris van het Ministerie van Onderwijs, maar hij weigert deze positie. In 1911 trouwt hij met Galatia Alexiou, met wie hij reeds jaren samenwoont. Tussen 1912 en 1913 meld hij zich vrijwillig om mee te vechten met het Balkan-front. In 1917 ontvangt hij hiervoor een gouden medaille samen met zijn vriend Yorgos Zorbas. In 1919 benoemt Venizelos hem tot Minister van Welvaart. In 1926 scheidt hij van Galatia Alexiou en in 1937 wordt hij benoemd tot Kanselier van de Kunsten aan de UNESCO. In 1944 wordt hij gekozen tot voorzitter van de Griekse Schrijvers Associatie. Hij hertrouwt met Eleni Samiou, met wie hij reeds 20 jaar samenwoont. In datzelfde jaar wordt hij minister zonder portefeuille in de Sofoulis regering. In 1946 wordt hij en Sikelianou door de Griekse Schrijvers Associatie genomineerd voor de Nobel prijs. Ondertussen nodigt Kazand-zakis intellectuelen van overal ter wereld uit om de "Internationale Konferentie van de Geest" bij te wonen. Twee jaar later verhuist Kazandzakis naar Villa Rosa op de Antiben.

Vanaf 1953 begint echter zijn gezondheid te ontsporen. Hij heeft een ernstige lymphe-ziekte die leidt tot blindheid van zijn linkeroog. Ondertussen vragen de Grieken de verwijdering voor de Kerk van enkele passages uit zijn romans "Kapitein Michalis" (ook 'Vrijheid of Dood' genoemd) en 'The Last Temptation of Christ' (zie de gelijknamige film).

"Zorba De Griek" wordt in Frankrijk gekozen tot het beste buitenlands boek. Een jaar later verwerpt de Griekse regering de aanklacht van de Kerk, en in 1957 krijgt hij in Wenen de Nobelprijs voor de vrede. Op zaterdag 26 oktober 1957 sterft hij aan de gevolgen de aziatische griep in een ziekenhuis in Freiburg (Duitsland). Zijn laatste woor-den waren 'water, water'.

De kretenzische auteur liet een groot aantal werken achter. De belangrijkste zijn: "I Symposium", "Frederik Nietzsche" , "Askitiki", "Zorba De Griek", "The Last Temptation of Christ", " Kapitein Michalis", ... De meest originele werken van Kazandzakis zijn zijn reisgidsen. Elk land dat de schrijver bezocht was een persoonlijke studie voor hemzelf, van de inwoners tot de geschiedenis van het land. AIs dichter heeft Kazandzakis een berg gebouwd. aan zijn "Odyssea" schreef hij twaalf jaar (33.333 lijnen). Hij herschreef zijn Odyssea zeven keer. Het meest grandioos was Kazandzakis in zijn romans. Door deze romans was de auteur in staat om aan de wereld de Griekse Spirit door te geven, en zijn eindeloze strijd voor vrijheid dat hem zo karakteriseerde. Zijn belangrijkse en bekendste werk is "Zorba De Griek" dat hij schreef op het eiland Aegina, in 1943. In dit boek beschrijft Kazandzakis het Zorbas karakter als een ‘mystieke realist’, die het alledaagse leven als nieuw en wonderlijk ziet. Het boek reflekteert auteur. "Kretenzer zijn is een opdracht" zei hij. In zijn roman "De Gekruisigde Christus" heeft Kazandzakis het over de tegenstelling tussen Goed en Slecht, tussen Echt en Vals, in andere woorden tussen het echte Geloof en de Kerk. Een van de romans "Vrijheid of Dood" is gewijd aan Kreta. Het boek "The Last Temptation of Christ" portretteert de reis van de auteur tussen aarde en paradijs, materie en geest. In 1956, een jaar vóór zijn dood, schrijft hij "Een Rapport aan El Greco": "Dit boek is een testament, een laatste anker van een schip in de haven van de sereniteit". Ondanks dat Kazandzakis tot één van de beste hedendaagse schrijvers werd be-schouwd in Frankrijk en Duitsland, kon de Griekse Kerk toch de verdeling van drie van Kazandzakis' werken laten verbieden in fe-bruari 1955. "Vrijheid of Dood", "The Last Temptation of Christ" en "De Gekruisigde Christus" werden be-schouwd als blamerend voor de Kerk. Toen het Vaticaan aankondigde dat het de intentie had Kazandzakis te excommuniceren, was er een dergelijke oproer in de literaire wereld, dat de Kerk enkel besloot de boeken op de Index te plaatsen. Twee jaren later ontstond een nieuw conflict bij de dood van de auteur. De Griekse Kerk weigerde hem het sacramanent, zodat de Griekse regering diende tussen te komen om Kazandzakis toch nog een fatsoenlijke eredienst te geven. De rouwplechtigheid vond plaats in het Martinengo Bastion in de oude stadsmuren.

Zo eindigde de reis van een man die zijn hele leven trachte te ontsnappen aan de kettingen van het Vlees. Op de grafsteen staan de woorden van Kazandzakis. "Ik hoop op niets. Ik ben van niets bang. Ik ben vrij".

Vincent T'Siobbel

 


 

volgende