Ikonen
(deel2)
De twee Lambardos
Twee schilders die in de eerste decennia van de zeventiende eeuw in Heraklion leefden en die beiden hun werk signeerden met de naam Manuel Lambardos, vertegenwoordigden de meest authentieke, behoudende stroming in die periode.
Manuel Tzanes: ‘Christus op de troon’ (1664) Athene, Byzantijns Museum
Hun werken gaan terug op de voorbeelden van Theofanes en andere schilders die werkten op de berg Athos, zoals blijkt uit de ikoon met de titel ‘Epitaphios’ in het Byzantijns Museum in Athene, en in het werk ‘Kruisiging’ in de Griekse Sint-Joriskerk in Venetië. Op deze ikonen is goed te zien dat men bewust de ervaringen van Damaskinos en Klotzas heeft willen negeren en er is dan ook geen enkele twijfel aan dat deze terugkeer werd gewenst door de ontwikkelde, met name kerkelijke vertegenwoordigers van de Kretenzische samenleving, die zich met recht zorgen maakten over de vaderlandse religieuze schilderkunst die te ver wegraakte van de traditionele programma's en steeds vaker de mode van de contemporaine Italiaanse kunst overnam.
De stijl van Lambardos, ook al is die monumentaler uitgewerkt, werd overgenomen in een grootse ikoon van ‘Sint Anna met de Maagd’, die is gesigneerd met de naam Manuel Tzanes en gedateerd 1637; de kalme grootsheid van beide figuren is doortrokken van een gereserveerde tederheid, die verwijst naar het werk van Andreas Ritzos.
In 1669 viel na een twintigjarig beleg ook de stad Heraklion in handen van de Turken, die de rest van het eiland al hadden veroverd; in al deze jaren hadden de Kretenzische schilders hun activiteiten nooit moeten onderbreken door naar Venetië, de Cycladen en de Ionische eilanden uit te wijken, maar met de verslechtering van de sociale orde in de grote steden verdween langzaamaan de sarnenhang en de veerkracht van de Kretenzische school. Na het einde van de zeventien eeuw is er geen sprake meer van een school van Kreta. De laatste grote vertegenwoordiger is de erudiete priester uit Rethymnon, Manuel Tzanes, die leefde tussen 1610 en 1690, en talrijke ikonen schilderde, die hem grote roem bezorgden bij zijn tijdgenoten. Tzanes toont een buitengewone schildervaardigheid en een grote beheersing van de techniek. Hij was een ijverige navolger van onder meer Angelos en Andreas Ritzos, maar gaf ook blijk van originaliteit.
Op het vasteland van Griekenland ontstond rond het midden van de zestiende eeuw in de omgeving van Ioanninna een belangrijke schilderschool, die zijn activiteiten uitbreidde naar Noordwest-Griekenland, naar het Meteora klooster van Thessalië en naar andere kloosters. Deze school brengt Frangos Katelanos uit Thebe in Beotië voort. De gesigneerde werken blijven beperkt tot de wandschilderingen uit 1560 in het Grote Lavra-klooster op Athos, maar er zijn vele andere werken die zo nauw overeenstemmen met deze schilderingen, dat ze aan hem moeten worden toegeschreven.
De stijl van Katelanos vertoont tendensen die het tegendeel zijn van de klassieke, be-hoedzame stijl van Theofanes; er is een duidelijke hang te zien naar de barok: veel personages die de geëmotioneerde indruk maken, en massieve bouwwerken. Toch toont de schilder uit Thebe zich in zijn op zichzelf staande figuren technisch meer dan ooit verwant met de Kretenzische ikonenschilders, zoals de ‘Christus Pantokrator’ geschilderd op de ikonenwand in het Barlaamklooster op de Meteora bewijst. In de volgende decennia werd de stijl van Katelanos overgenomen en verder ontwikkeld door andere schilders van de school. De figuren zijn gestileerder, het modelé hoekiger, de draperieën stijver, het kleurenpalet beperkter, het decoratieve gaat overheersen.
Deze stijl zal de gehele zeventiende eeuw voortdurend uitbreiden naar Noord-Griekenland en zijn buurlanden.
KOEKELARE / KOS
Van Luc Alluyn (37) kun je rustig zeggen dat hij een rusteloze ziel is. Vandaag gidst hij toeristen op enkele prachtige eilanden in de Egeïsche Zee; wat hij straks precies gaat doen, weet hij nog niet. Feit is wel dat de man met Koekelare als thuisbasis, na tien jaar Griekenland al minstens evenveel Griek geworden is als Belg. Maar van een leien dakje liep het allemaal niet.
Kos is heel wat kleiner dan vakantie-eilanden als bijvoorbeeld Kreta, Rodos of Samos. Merkwaardig ook: het eiland is pas sinds precies 50 jaar (weer) Grieks na onder meer een Turkse bezetting van vier eeuwen. Er wonen hooguit 20.000 mensen, waarvan de helft in de hoofdstad die ook Kos heet. Daar, in het oude stadsgedeelte met zijn pittoreske smalle winkelstraatjes met namen als Appellou en Hifestou gebeurde het... Ons vrouwelijk gezelschap sloeg geen enkel van de ontelbare juwelenboetiekjes over. Een vriendelijke verkoopster vraagt - in het Engels - ineens of zij misschien... West-Vlarningen zijn. Ze had het gewoon vermoed aan hun accent. Zij bleek Anna te heten, een rasechte Griekse én getrouwd met een man uit Koekelare. Zelf sprak ze ook een heel klein mondje Nederlands. 's Anderendaags vertelde Luc Alluyn ons bij een roemer wijn en een hap saganaki (geroosterde schapenkaas) in een kafeneion in Mastichari zijn verhaal.
Dat hij op Kos is terechtgekomen en daar nu van begin mei tot eind oktober zes dagen op zeven toeristen rondleidt, is eigenlijk toeval. West Vlamingen die eventueel dit jaar Kos aandoen, hoeven niet naar hem te zoeken. Dan hoopt hij allang weer iets anders te doen. Wat? Dat is nog een vraagteken. Als het van hem afhangt, zit hij dan weer in 'zijn' hotelleke ergens ver en hoog in de bergen in het Griekse vasteland; wij zouden zeggen: 'in 't hol van Pluto'...
" Aanvaard worden begint met de taal. Ik leerde het Grieks al doende"
Na 10 jaar ben ik eindelijk aanvaard
Beginnen we even bij het begin. Luc Alluyn studeerde fotografie en film aan de Academie voor Schone Kunsten in Gent. Honkvastheid was hem vreemd en uiteindelijk belandde hij in Griekenland en ging er zelfs op zoek naar werk. Hij keek er ook niet naast de Griekse meisjes en leerde Anna Voudouri kennen. Zou het België of definitief Griekenland worden? Na wat gependel greep Luc ten slottc de kans om in Patras, de stad van Anna, die intussen zijn vrouw geworden was, een fotozaak te beginnen. Patras is een belangrijke havenstad in het noorden van de Peloponnesos.
"Nee, zo gemakkelijk ging het niet om daar aanvaard te worden," erkent Luc, voor de Grieken intussen Lukas geworden, "ik denk niet dat er één land ter wereld is waar dat vanzelf gaat. Aanvaard worden begint met de taal. Die leerde ik al doende. Nu horen ze niet meer dat ik geen Griek ben. Het leven in het algemeen is ook anders en nu pas, na tien jaar, mag ik zeggen dat ik weet hoe de vork aan de Griekse steel zit... Wij. Grieken, betalen minder belastingen dan jullie, maar we zijn ook minder welvarend. Pas als je hier zit, besef je hoe perfect het Belgisch sociaal systeem is. De Griekse overheid zoekt vooral heil in toerisme en te weinig in industrie. Toen ik hier kwam, waren er in Patras drie grote bedrijven, alle drie zijn ze intussen dicht. Het niveau van het onderwijs is veel lager dan bij ons en de toetreding tot de Europese Unie is niet voor iedereen een positieve zaak. We zitten ook niet in het eerste peloton voor de euro."
10 jaar terug in de tijd
Zowat anderhalf jaar geleden las Luc in de krant dat er een hotelletje ergens in de bergen vrij kwam voor een jaar, met optie op langer. Zijn avonturiers- en horecabloed begon te vloeien en hij ging kijken. Het was in Zagori in de Epirus, een landstreek in het noordwesten tegen Albanië. Luc: "Dat was daar honderd jaar terug in de tijd, helemaal niet toeristisch, maar ik was er meteen verliefd op. Schapen, geiten, houthakkers, maar bijna geen jongere generatie meer Dat enige hotelletje, tegelijk dorpscafé, was al zo' n drietal jaar dicht. Toen ik besloot om het te doen, werd ik op handen gedragen. Eindelijk konden ze weer een glas drinken." De zaak liep goed, er kwamen Grieken over de vloer die op zoek waren naar rust en ook familie en vrienden uit België kwamen op vakantie. Toen het jaar voorbij was, besloten Luc en Anna om er dan toch maar niet te blijven. "Het was risicovol, maar achteraf bekeken had ik het misschien toch moeten doen," zegt Luc, die in de lente van dit jaar samen met Anna op het eiland Kos belandde, zij als verkoopster, hij als toeristisch gids. Doordat ik vijf talen, inclusief Grieks dus, spreek, was het geen probleem om zo'n job te vinden."
Blij weer eens Nederlands te kunnen spreken
Luc trad in dienst van een plaatselijk reisbureau dat onder meer voor Neckermann en Sunsnacks werkt. Hij begeleidde er de voorbije maanden Nederlands- en Franstalige toeristen op het eiland zelf en ook op excursie naar naburige eilanden, zoals het sponseneiland Kalimnos en het merkwaardige vulkaaneilandje Nissiros. Luc had geen enkele gidservaring, maar wie hem bezig ziet, krijgt de indruk dat hij al jaren niets anders doet: "Ik was eigenlijk wel blij dat ik zoiets kon doen, want ik had de voorbije tien jaar bijna geen Nederlands en Frans meer gesproken." Wat de toekomst brengt, weten Luc en Anna nog niet. "Stilzitten kan ik in elk geval niet," zegt Luc. "Ik heb eens een jaar in België vrijwel niets gedaan, ik ben uit armoede teruggekeerd naar hier. Ik droom nu ergens van een wat vastere job die mij toelaat om in mijn vrije tijd weer aan fotografie te doen. Ik ken nu Griekenland en alle eilanden beter dan de meeste Grieken. Ik zou het leven in dit land kunnen vastleggen in een boek... Of ik zou met diezelfde kennis misschien zelf reizen kunnen organiseren voor wie Griekenland eens anders wil leren kennen. Of misschien ga ik toch maar eens terug kijken hoe het zit met dat hotelletje in de bergen..."
Vlaamse commerce...
Afkomstig uit een familie actief in de horeca, had Luc aanvankelijk een soort natuurlijke afkeer gekweekt voor dat vak. "Pas op, ik had er veel respect voor, maar zelf zag ik het absoluut niet zitten," zegt Luc, maar uiteindelijk, rolde' hij in Griekenland toch zelf in de horeca... Lucs ouders Etienne en Leona Dhondt exploiteerden jarenlang een hotel-restaurant in De Haan, maar sinds enkele jaren runnen ze nu de visrokerij Alguko in de Atlasstraat in Koekelare. Luc heeft nog één broer, Johan, die kok is en in Eernegem de bekende Hostellerie Boussemaere uitbaat.
Het bloed kruipt waar het niet gaan kan en op zekere dag werd Luc dus... hotelier-caféuitbater in de Griekse bergen, in een streek waar de tijd gewoon stil is blijven staan. Geen gemakkelijke opgave voor een buitenlander, maar Luc heeft er dan maar 'Vlaamse commerce gedaan' zoals hij het zelf uitdrukt. "Griekenland is nog erg religieus en rond 15 augustus was er traditiegetrouw in het dorp een groot feest. Niet één dag, maar drie dagen en drie nachten. Bij gebrek aan een horecazaak hadden de mensen al jaren niet meer zo'n feest gehad en de burgemeester kwam mij vragen of ik dat kon organiseren. Ik moest zorgen voor eten, drank en accommodatie, hij wou voor de muziek zorgen. Ik nam de uitdaging aan, maar wist niet waaraan ik begon. Er was namelijk één reuzegroot probleem: ik vond geen obers. De weinigen die voor de job in aanmerking kwamen, vroegen, wetende dat ik geen andere keuze zou hebben, een buitensporig loon. Toch wees ik ze af en ik zei aan de burgemeester dat het 'op z'n Vlaams' zou zijn. Ik organiseerde een selfservice met lam aan het spit. Mijn vrouw, mijn schoonmoeder, mijn vader en andere familieleden kwamen over en stonden aan het eten, ikzelf aan de kassa... Het was lam aan het spit. Er kwamen meer dan 1.500 mensen.
Achteraf kwamen ze me zeggen dat dit het beste feest was dat ze ooit meemaakten. En het goedkoopste..."
overgenomen uit de Krant van West-Vlaanderen, 23.10.98
Noël Maes
De Griekse Muzen
De Muzen zijn de Griekse godinnen van de dichtkunst, literatuur, muziek en dans; later ook van de astronomie, filosofie en alle wetenschappen.
Ten tijde van Homeros was hun aantal nog onbepaald. Het is pas bij Hesiodos dat het canonische getal van negen werd ingevoerd. Deze laatste is eveneens verantwoordelijk voor hun namen. De muzen waren dan de dochters van Zeus en Mnemosyne. Zij zongen en dansten op de vele feesten van de goden. Vaak werden zij geleid door de god Apollo, die ook Mousagetes (de leider van de Muzen) werd genoemd. Zij inspireerden in deze hoedanigheid de dichters. Veel later, in de Romeinse tijd, kregen de negen Muzen elk een specifieke functie, die echter niet altijd dezelfde bleven. Ook werden ze telkens afgebeeld met een eigen attribuut.
Dit zijn ze dan:
Erato
is de muze van de lyrische, vaak erotische poëzie en wordt afgebeeld met een citer.
Euterpe
is de beschermster van de poëzie en muziek waarbij een of andere fluit gebruikt wordt; ze wordt dan ook afgebeeld met een dubbelfluit.
Kalliope
(Calliope) is de muze van het epos of het heldendicht: schrijfplank en schrijfstift maken dit duidelijk.
Kleio
(Clio) met een schriftrol in de hand neemt ze de geschiedenis voor haar rekening.
Terpsichore
is de muze van de koorlyriek en de dans; zij wordt voorgesteld met een lier.
Melpomene
is de muze van de tragedie of het treurspel: haar symbool is dan ook een toneelmasker.
Thaleia
(Thalia) is de muze van de komedie of het blijspel: haar symbool is het komisch toneelmasker.
Polyhymnia
(Polymnia) is de muze van de religieuze gezangen en van de mime: zij is steeds gesluierd afgebeeld.
Urania
is de muze van de didactische poëzie of het leerdicht: verwijzend naar de astronomie wordt zij steeds voorgesteld met een wereldbol.
De muzen behoren tot de meest invloedrijke personificaties die geroemd worden omdat zij zowel kunst als wijsheid doen ontspringen.
De Negen Muzen v.z.w.
De Pilion Heb je de Akropolis in Athene gezien, of was je in Delphi, Olympia of Mycene? Kreta of een van de beroemde Cycladeneilanden Mykonos of Santorini zijn ook al geen nieuwigheid meer? ... ja, dan behoor je wellicht tot die Griekenlandfanaten die, mits serieuze financiële aderlatingen, enkele grote blikvangers van het oude Helleense rijk hebt kunnen aanschouwen. Griekenland heeft echter veel meer te bieden dan zijn beroemde historische plaatsen, archeologische musea en dromerig wit-blauwe eilanden. Wie ooit het Griekse vasteland op eigen houtje doortrok en niet schuw was om de secundaire wegen te volgen, is gewoonweg verloren. Reeds meerdere vakanties voerden ons naar Hellas. Telkenmale hadden wij het geluk enkele weken lang op Griekse bodem te kunnen vertoeven. Gedurende deze reizen doorkruisten we Griekenland in alle richtingen en bezochten zowat alle historische plaatsen en heel wat toeris-tische hoogvliegers. Gewoonweg prachtig, en toch! Griekenland ervaren, ondergaan of beleven doe je juist niet in al deze commercieel uitgebate centra. De Griekse eilanden, hoor ik je al denken, zij ademen inderdaad een zeer apart sfeertje uit maar je kan deze net zo goed bezoeken vanuit talrijke plaatsen op het vasteland. De kosten lopen niet half zo hoog op en je bent verlost van alle overweldigende drukte als je 's avonds terug op de Pilion aankomt. Elke vakantie weer constateren wij dat, hoe mooi het Griekse vasteland ook is, wij ons geheel in de ban weten van het kleine schiereiland: de PILION. Nergens meer ervaren wij een totaal beeld van Griekenland: een waar paradijs voor de natuurliefhebber, voor wie houdt van watersport, van kleinschaligheid en gastronomische hoogstandjes aan democratische prijzen. De Pilion, al naargelang de bron ook Pelion of Pilio genoemd, is een klein schiereiland dat vertrekt vanuit de kleine havenstad Volos, zowat halverwege tussen Thessaloniki en Athene. Als je de landkaart bekijkt, doet de vorm je onmiddellijk terugdenken aan de Italiaanse laars. De totale lengte-as van het schiereiland beloopt nauwelijks 75 kilometer. De grootste breedte overtreft nergens de 20 kilometer. De Pilion wordt gevormd door het Piliongebergte dat zonder schroom mag beschouwd worden als de meest groene streek van gans Griekenland. Het is dank zij de waterrijkdom en de verkwikkende hoogte dat de Pilion buitengewoon vruchtbaar en door dichte loofboombossen bedekt is. Afdalend naar de kust toe gaan deze loofwouden stelselmatig over in grote boomgaarden waar allerhande soorten fruit welig bloeien. Verspreid over het bergachtige gebied liggen talrijke kleine dorpen die met hun rustieke en typische huizen en prachtige oude kerken tot de aantrekkelijkste dorpen van Griekenland behoren. Gedurende de middeleeuwen en de Turkse overheersing werd het moeilijk toegankelijke berggebied een toevluchtsoord voor mensen die last hadden van roversbenden of van de willekeur van de Turkse overheerser. Velen die hier hun toevlucht vonden waren bijzonder vermogend, cultuurbewust en ondernemend van aard. Daardoor vormden de dorpen op de Pilion in de loop van de tijd een gebied waar ambachten en volkskunst tot bloei kwamen. Hierbij denken wij dan aan de zijde- en lakenindustrie, de houtsnijkunst en vooral de architectuur. Wat deze architectuur betreft ontstond er op de Pilion een echte eigen bouwstijl die zich geheel van andere stijlen op het Griekse vaste!and of de eilanden onderscheidt. Deze prachtige statige huizen werden meestal in drie verdiepingen opgetrokken. De onderste twee verdiepingen waren in steen, de bovenste verdieping in hout uitgevoerd. Deze derde houten verdieping werd bovendien balkonvormig, vooruitspringend ontworpen en van vele vensters voorzien. Koppel deze schitterende typische constructie aan mooi ambachtelijk houtsnijwerk en je bekomt de unieke woningen zoals er momenteel op de Pilion nog honderden te bewonderen zijn. Het is trouwens niet alleen het groene gebergte met zijn unieke bergdorpjes dat elke toerist in vervoering brengt. Hoe hoger je klimt, hoe meer je in vervoering raakt van de prachtige panorama's onder je. En hoog kan het je vertrekt van aan de zeespiegel en kan probleemloos duizend meter hoogte-verschil overwinnen via kleine, meestal goed geasfalteerde bergwegeltjes. De hoogste piek op de Pilion bedraagt trouwens 1.548 meter. Het is niet voor niets dat dit samen met het massief van de Olympusberg zowat het enige skigebied vormt dat Griekenland rijk is. Vizitsa, een traditioneel Pilion-dorpje Elkeen kan zich wellicht best inbeelden wat een schat aan onvoorstelbaar mooie uitzichten men krijgt: ontelbare pittoreske baaitjes en kleine nederzettingen langsheen een bijzonder grillig getekende kustlijn. Op verscheidene plaatsen boven op de bergrug heeft men vergezichten op de turkooizen-blauwe zee, langs beide zijden van de bergflanken, gewoonweg adembenemend. Nergens anders in gans Griekenland kan men zo wegvluchten van de hitte op het middaguur en lekker aangenaam verpozen onder de koelte van eeuwenoude loofbomen, zoals in de dorpjes rond Milies. Men kan er zalig wandelen of gewoonweg luilekker niets doen op een terras onder een grote statige plataan op het dorpsplein. De rust straalt je zo tegen en nodigt je zo uit om weer te keren. Is het allerheetst van de dag achter de rug, dan kan je probleemloos afdalen naar de kust. Talrijke kleine nederzettingen en dorpjes beschikken er over een goed uitgebouwde en gelukkig nog niet overdrukke infrastructuur om het elke toerist best naar zijn zin te maken. Enkele campings met goede voorzieningen liggen bijna allen rechtstreeks aan het heldere water van de Pagasische Golf. Enkele campings hebben zelfs hun eigen prive zandstrandje. Ik druk hier graag op "strandje" want grootschaligheid dien je op de Pilion niet te verwachten. De hele Pilionkustlijn is een aaneenschakeling van wondermooie kleine baaien en landtongen. Pilion: Agios Ioannis Dit maakt dat je nooit of nergens de indruk krijgt in een overbevolkte toeristische badplaats te vertoeven. Reeds vijf jaar verblijven we met onze caravan enkele weken op camping Sikia Fig Tree in Kato Gatzea. De camping heeft ook een hotel, waar de mogelijkheid wordt geboden, indien je dit wenst, kleine maaltijden zelf te maken. Het hotel heeft slechts enkele kamers ter beschikking, dus vroeg boeken is aangeraden. Irini en Sofia Pandeli doen er alles aan om elke toerist een echte Griekse vakantie te bezorgen. Een sfeervol restaurant en terras op het strand onder de koelte van een oeroude vijgenboom zorgt zowel overdag als 's avonds voor zalige verpozingen met op de achtergrond de muziek van Mikis Theodorakis en soortgenoten. Sikia Fig Tree beschikt over een privé zandstrand en de mogelijkheid om boten van elk formaat te water te laten via de kleine jachthaven net om de hoek van de baai. Over de ganse Pilion zijn heel wat hotels, appartementen, kamers en woningen beschibaar voor de toeristen. Van Volos naar de SPORADEN en de METEORA Volos is een uitertnate gezellig klein stadje met een degelijk uitgebouwd winkelcentrum. Wat de toeristische mogelijkheden van de Pilion nog veel aantrekkelijker maakt, is de mogelijkheid om vanuit Volos de beroemde Sporadeneilanden Skiathos, Skopelos en Alonissos te bezoeken. Met de Flying Dolphins, de draagvleugelboten, kan men gemakkelijk deze zeer aantrekkelijke plaatsen op de gelijknamige eilanden bereiken en nog dezelfde dag terugkeren. Mits een goede timing (vroeg op pad gaan en de uurrooster uitpluizen) kan men gerust Skiathos en Skopelos in één dag aandoen. Vooral deze twee eilanden geven elke amateur-fotograaf voldoende kansen om schitterende beelden te schieten van de zo geroemde hagelwitte kerkjes en huisjes. Zij stralen een feëriek beeld uit van cubisme in wit en blauw. De toerist die er iets langer wil overdoen kan gerust een overnachting plannen op een van deze eilandjes. Hotelletjes en kamers bij particulieren zijn er in overvloed. In het hoogseizoen is hiervoor reserveren wel noodzakelijk. Zowel in Volos als in het zuidelijker gelegen Milina kan men dit via een reisbureau regelen. Een andere grote daguitstap die bijzonder goed realiseerbaar is zonder van standplaats te moeten veranderen, is een tocht doorheen centraal Griekenland naar de wereldberoemde kloosters, de Meteora, boven op de monolitische rotsen van de Thessalische vlakte. Nergens komt men meer onder de indruk van het ascetische leven van de monniken, dan in deze indrukwekkende kloosters, hangend tussen hemel en aarde, waarachtige pareltjes van Byzatijnse kunst. Dit zijn slechts enkele alternatieve uitstappen die men vanop de Pilion kan ondernemen. Echt noodzakelijk is dit echter niet, het schiereiland zelf heeft zoveel te bieden dat men zonder probleem van elk verblijf, hoe lang dan ook, een onvergetelijke gebeurtenis kan maken Hoe dieper je trouwens op de Pilion rijdt, des te aantrekkelijker wordt het landschap, des te indrukwekkender worden de onvergetelijke panorama's, des te rustiger wordt de omgeving. Sedert enkele jaren is ook de meest zuidoostelijk gelegen kaap van de Pilion met de wagen bereikbaar. Tot voor enkele jaren waren het bergdorp Trikeri en het visserhaventje Aya Kiriaki geheel van de buitenwereld afgesloten en enkel met de boot bereikbaar. Momenteel ligt er een schitterende weg, goed berijdbaar, naar deze afgelegen plaatsen. Een wandeling doorheen Trikeri en de geneugten van het drinken van een sterke Griekse koffie op het stemmige koele marktpleintje, zijn van die stille ogenblikken die heel lang tot de zalige gebeurtenissen van een vakantie blijven behoren. Daalt men dan nog verder af naar het ondergelegen vissersdorpje Aya Kiriaki, dan heeft men slechts één behoefte: zalig niets doen, sluimeren en turen naar de dagelijkse bezigheden van de een of andere visser die zijn netten herstelt, of zijn, meestal éénmans-vissersloep een grondige beurt geeft. Daar terug wegrijden betekent steeds weer, zich realiseren dat wij toch maar leven in een jachtig bestaan en dat hier de tijd nog lekker stil kan blijven staan. De Pilion: glashelder diepblauw water en rustige schilderachtige baaitjes, kleine nederzettingen en dorpjes zowel langsheen de prachtige kustlijn als in het bergland, prachtige bossen die uitnodigen tot wandelen, een gastvrije bevolking en een fijne Griekse keuken, mogelijkheden tot zeer boeiende en attracrieve uitstappen en dit alles aan prijzen die merkelijk verschillen van deze van de grote Griekse trekpleisters en overdrukke en naar westers patroon uitgebate stranden en horeca toestanden. Koppel dit alles aan de excursies die u zelf verkiest: een bezoek aan Athene of aan een van de grote archeologische bezienswaardigheden zoals Olympia, Mycene of Delphi, dan kan men zich moeilijk een zaligere vakantie voorstellen… Griekenland hoeft echt niet ver te zijn , ... hoeft niet duur te zijn ! Het feit dat de Pilion nog steeds minder toeristisch is dan andere stukjes Griekenland, is zeker te wijten aan het feit dat het op meer dan 300 kilometer verwijdert ligt van de luchthaven in Athene en Thessaloniki. Om de Pilion te bezoeken beschik je dan ook best over een motor, wagen of moet je reizen met het openbaar vervoer. Wie reist met het vliegtuig naar Griekenland, kan best een wagen huren, vanuit België, die u dan onmiddelijk kunt ophalen in de luchthaven. De meer avontuurlijke leden onder ons, kunnen genieten van de busreis tot in Volos en daar eventueel een motorfiets of wagen huren. Een tweede mogelijkheid is reizen met uw eigen wagen of motor (en kamperen?), en met de ferryboot naar Griekenland te varen. Dat kan vanuit Venetië, Ancona, Brindisi en Bari. Hoe zuidelijker men de boot neemt, hoe goedkoper de overzet! Indien u een beetje sportief bent aangelegd en eenmaal een nachtje op een deckchair of een luchtmatras aan dek wil doorbrengen, zijn de dure kosten van een kajuit te mijden. Een ding kan ik u garanderen, eenmaal aan boord kom je terecht in de echte Griekse sfeer en ben je reeds volop op reis. Eens men dan goed uitgerust na een bootreis van minstens twaalf uur en maximaal zesendertig uur in Griekenland aankomt, kan men de vakantie direct beginnen. Er zijn twee aanleghavens: Igoumenitsa en Patras. Patras is ongeveer 350 kilometer van Volos verwijdert. Koppel deze afstand aan enkele boeiende bezoeken met tussentijdse overnachtingen in bijvoorbeeld Athene, Delfi of de Meteora, dan heb je meteen enkele onvergetelijke ervaringen achter de rug. Wanneer u met de boot wenst te reizen moet u over een vakantieperiode van drie of vier weken of meer beschikken. Indien je dan toch nog iets meer dient te investeren dan voorzien, hebt u beslist de garantie van een zalige en onvergetelijke vakantie in het land bij uitstek. Eén ding staat als een paal boven water: 't blijft niet bij één keer, eens geproefd, blijft men verlangen om terug te keren! De Griekse taal ! Dat de Griekse taal geen fluitje van een cent is , daar kan ik van meespreken. Na enkele jaren Griekenland, en steeds met pijn in het hart dat ik zonder de taal te leren zeer moeilijk kontakt kon maken met de plaatselijke bevolking, ben ik vorig jaar, niet geheel zonder schrik, begonnen met mijn eerste jaar Grieks. Een winter van veel zweten en studeren, bleek de moeite waard geweest te zijn toen ik deze zomer terug in mijn geliefde Griekenland was. Ik kon reeds behoorlijk mijn plan trekken en was behoorlijk fier. Maar vooral was ik blij met mijn leraar Jean-Marie. Hierbij wil ik hem dan ook danken voor zijn inzet en moed, en nooit aflatend enthousiasme waarmee hij ons deze toch moeilijke taal op een speelse en aangename manier probeert bij te brengen. Goede reis! Chris Vermeersch Mikis Theodorakis Onder de titel 'Mikis Theodorakis, melopiimeni piisi' verschijnen alle teksten die door Mikis Theodorakis op muziek gezet zijn. Het eerste deel verscheen eind 1997 en bevat de liedteksten. Hiermee worden de korte liederen bedoeld. Het tweede deel zal de grotere muziekvormen behandelen: volksoratoria en symfonische oratoria. De grens tussen de werken van deel 1 en deel 2 is toch niet zo duidelijk, want Canto General (deel 2) en deel 1 zijn beide opgebouwd uit afzonderlijke liederen en die zou ik dus beide in deel 1 verwachten. Veel belang heeft dit natuurlijk niet aangezien deel 2 er ook aan komt (wanneer, weet ik niet). Het derde deel zal gewijd zijn aan de lyrische tragedies (opera’s)... Wat volgt gaat uiteraard alleen over het eerste deel. Een inleiding vertelt over de invloed van Theodorakis op de Griekse muziek van 1960 tot 1997. De uitgever) maakt een indeling in 6 perioden: De indeling is gemaakt op grond van bepaalde gebeurtenissen en op basis van kenmerken van zijn muziek. 1967 is het begin van de dictatuur van de kolonels, 1970 is het jaar van zijn vrijlating en verbanning, 1974 is de val van de kolonels. Bij enkele perioden wordt een kenmerkende titel gegeven: 1970-1974 "verbannen in het buitenland", 1974-1986 "verbannen in het binnenland". Dit laatste slaat op het feit dat de muziek van Theodorakis na 1974 in Griekenland nauwelijks nog aandacht kreeg van de media, van de platenmaatschappijen en van het grote publiek, iets wat hem zeer bitter gestemd heeft en trouwens de reden waarom al zijn meest recente cd’s in het buitenland uitgebracht werden. Verder is het boek een kataloog van liederen (jaar van compositie, eerste uitvoering, vermelding van opnames en platenmaatschappijen), met bij de meeste liederencycli ook wat achtergrondinformatie over het ontstaan en dergelijke. Bij elke cyclus hoort ook een bijpassende foto van Theodorakis zelf, van de tekstschrijver, van de zanger, van een concert... Afsluitend vinden we biografische gegevens over (bijna alle) tekstschrijvers / dichters en een index van de titels van de liederen. Grove fouten zijn mij niet opgevallen, hoewel het ook weer niet perfect is. Zo zijn er van heel wat cycli ongeveer tegelijkertijd twee "officiële" versies uitgebracht (bij twee verschillende platenfirma’s). Soms zijn er kleine verschillen tussen die uitvoeringen, die niet in het boek terug te vinden zijn. De versie die bij Lyra verschenen is, bevat een nummer meer dan de Minos-versie, maar de tekst van dat nummer zoek je tevergeefs. Verder zou ook de index nog beter bruikbaar zijn als je ook zou kunnen zoeken op de eerste woorden van het lied, en niet alleen op de titel. Het boek (bijna 450 blz. met harde kaft, zeer mooi uitgegeven) kost in Griekenland ± 6500 drachmen. Als je het bij ons vindt (in Brussel zal dat wel kunnen) zal het wel duurder zijn. Een ISBN-nummer is in het boek niet te vinden, zodat het bij ons wellicht niet via de gewone boekhandel besteld zal kunnen worden. Ik wacht met spanning op het verschijnen van deel 2. . Ter aanvulling geef ik voor de geïnteresseerden nog de tekst die achteraan op de hoes staat. Jan Lejeune KOS: het eiland van Hippokrates Kreta, Rodos, Korfoe vormen de toeristische topdrie van de honderden eilanden die Griekenland telt. Maar ook op vele andere kleinere eilanden is het toerisme momenteel volop in opmars. Elk eilandje heeft zijn eigen sfeer of typisch karakter en de meeste zijn vlot met het vliegtuig te bereiken. Zo ook Kos, het eiland van Hippokrates. Kos behoort tot de eilandengroep Dodekanesos in het het zuidelijke deel van de Egeïsche Zee. Dodekanesos betekent ‘twaalf eilanden’, maar het zijn er wel veel meer. Rodos is het bekendste maar ‘kleine broertje’ Kos is nu ook een volwaardig vakantie-eiland geworden. Winkelstraatjes De Griekse eilanden hebben een schitterend klimaat (zon tot diep in de herfst). Ze zijn schilderachtig, er zijn prachtige stranden, wat bergen, overal pittoreske kerkje of kloostertjes. Op de meeste zijn ook overblijfselen uit de Griekse oudheid te vinden en dat is ook op Kos het geval met het Asklepeion, het oudste hospitaal ter wereld. Landen met het vliegtuig doe je op het Hippokratesluchthaventje, helemaal ‘te lande’ nabij het dorpje Andimachia op zo'n 25 kilometer van... Kos. Kos is namelijk ook de naam van de hoofdstad van het eiland. Er is een oud stadsgedeelte met gezellig drukke smalle straatjes. Apellou en Hifestou zijn de twee straatjes met niets dan (souvenir)winkeltjes (onder meer van fraaie typische juwelen, lederwaren, aardewerk), tavernes of restaurantjes. Alles is meestal open tot laat in de avond. Hippokrates In Kos vind je onder andere de plataan van Hippokrates. Het is zo'n beetje zoals de Caesarsboom in Lo: veel legende, weinig historie. Paulus zou er onder de plataan gepredikt hebben en vooral: Hippokrates zou de boom 2.400 jaar geleden geplant hebben en er les onder gegeven hebben. Vlakbij de boom staat de sierlijke minaret van de Loggiamoskee uit 1786. Kos heeft een jarenlange bezetting achter de rug. De Turkse heeft bijna 400 jaar geduurd en eindigde pas in 1912. Vandaar de overgebleven mohammedaanse sporen, al zijn de bewoners nu haast allemaal orthodox. Na de Turken kwamen de Italianen en het is pas in 1948 dat Kos onder Griekenland kwam. Hippokrates is op Kos alomtegenwoordig. Dokters en verpleegkundigen weten wel wie de man is: hij leefde rond 400 vóór Christus en wordt beschouwd als de grondlegger van de huidige geneeskunde. Dokters leggen nu nog de eed van Hippokrates af die de morele voorschriften van de geneeskunde formuleert. En hoe kan het anders: die eed vindje overal, even goed op kadertjes als op t-shirts. Hippokrates beriep er zich op dat hij afstamde van de halfgod Asklepeios: in die naam herkennen we 'esculaap, het bekende teken dat nu nog op voorruiten van dokterswagens te zien is. Op een 5-tal kilometer van Kos vind je het Asklepeion, de ruïnes van een voormalig heiligdom van 4.000 jaar oud. Het bestaat uit drie terrassen: vanaf het bovenste heb je een onbeschrijflijk mooi uitzicht op de zee. Het geheel werd in 544 bij een aardbeving verwoest en werd slechts in 1901 weer blootgelegd. Paradijselijke stranden... Waar je ook verblijft, aan de drukkere oostkust en of om de hoofdstad of aan de rustiger westkust met plaatsjes als Kefalos, Mastichari en Karmena, je kunt zonder probleem op eigen houtje in een weekje gemakkelijk het hele eiland verkennen. Je komt om te beginnen overal met de bus, maar leuk is het wel om bijvoorbeeld een jeep te huren, waarmee je dan de bergen in kunt. Geen hooggebergte maar een tochtje langs hobbelige aardewegen naar het Dikeiosgebergte met het dorpje Zia heeft toch iets avontuurlijks. Voor zonnekloppers is een ritje naar de westkust aan te bevelen: van Antimachia naar Kamari en Kefalos: je vindt er echt paradijselijke stranden met namen die er niet om liegen, zoals Paradise Beach of Golden Beach. Bijna helemaal aan de westkust ligt op een heuvel het stadje Kefalos, waar wij een bezoekje aan dat ene piepkleine kafeneion (cafeetje) nog lang zullen onthouden. Een aanrader voor een etentje!!! Even het visrestaurantje zoeken in het onooglijke plaatsje Limonias in de buurt. Meer dan genoeg te beleven op Kos maar wie meer wil, kan ook een heleboel naburige eilandjes bezoeken, zoals Patmos, Pserimos, het sponseneiland Kalimnos of het pittoreske Nissiros (vijftig minuten varen) waar je zelfs in een vulkaan kunt wandelen... maar niet zonder schoenen want de grondtemperatuur is er tot tachtig0 graden... Kos praktisch: Kos telt circa 20.000 inwoners en is zo’n veertig kilometer lang en op vele plaatsen maar twee kilometer breed. Gastronomische specialiteiten zijn onder andere dolmades, moussaka, stifado (soort goulash) en baklava. (Noël Maes) Brugsch Handelsblad – december ‘98)