Selectie van de rubrieken uit het Eleftheria Paralias Magazine



  AKTUEEL  


Op 20 oktober 2005 ontspoorde een intercitytrein met 180 reizigers aan boord nabij Adendro, 35 kilometer ten westen van Thessaloniki. Er brak vuur uit in het motorcompartiment en enkele reizigers raakten gewond. Uit een onderzoek bleek dat de trein te snel door een wissel reed: de trein had vertraging en de machinist wilde de verloren tijd inhalen….

 

Omdat ze in Amerika voor hun orkanen alleen 21 namen per seizoen kunnen geven (wegens geen namen beschikbaar beginnend met Q, W, U, X en Z) en er dit jaar reeds 21 voorbijgeraasd zijn (van Arlene, onder andere Katerina, tot Wilma), zoeken ze voor de rest van het seizoen (dat normaaltot eind november, begin december loopt) hun toevlucht tot het Griekse alfabet. Eind oktober zijn Alfa en Beta al voorbij- en uitgewaaid. Voor de toekomst zullen ze namen van goden uit de Griekse mythologie voorzien.

 

Begin oktober nam de Griekse marine 3 unieke Russische hovercrafts in ontvangst. De vaartuigen hebben hun gelijke niet op de aardbol en zijn onzichtbaar voor radars. Ze bieden elk plaats aan 500 commando’s en 10 bewapende voertuigen met 140 militairen of drie tanks. In Rusland hebben ze de codenaam “project 12322” en als bijnaam “Zubr” (bizon). Ze werden omgebouwd en aangepast aan de wensen van de Griekse marine op de scheepswerven van Almaz voor een totaalbedrag van bijna 200 miljoen euro. Oorspronkelijk ontwikkeld in de late jaren ’80 werden er 8 dergelijke vaartuigen gebouwd voor de Russische marine. Na het uiteenvallen van de Sovjetrepublieken werd het onderhoud te duur en gingen er aanvankelijk 5 naar Oekraïne, de overige drie gingen naar de Baltische Vloot. Omdat de krachtige en unieke vaartuigen er nutteloos en werkloos wegens te duur bleven liggen, werd “export” overwogen. 2 dergelijke vaartuigen van de Baltische en 1 van de Oekraïnse vloot werden aldus aangepast voor de Griekse marine. De vaartuigen zijn 57 meter lang en 20 meter breed en hebben een verplaatsing van 535 ton. Ze zijn uitgerust met gasturbines en hebben 4 propellers van 2,50 meter diameter voor het luchtkussen en 3 andere propellers die moeten instaan om het vaartuig een snelheid van maar liefst 70 knopen (130 km/u) te geven. De vaartuigen hebben een speciale coating (verflaag) om ze onzichtbaar te maken voor radars. Het watergordijn, dat ontstaat tijdens het varen, versterkt het effect van onzichtbaarheid nog meer.

 

In 2004 ontdekten archeologen een netwerk van ondergrondse gangen nabij Andritsa, 170 kilometer ten zuidwesten van Athene. Volgens de archeologen heeft er zich daar zo’n 1.400 jaar geleden een tragedie afgespeeld die een volledige commune van de kaart veegde. Ergens in de zesde eeuw zochten op zijn minst 33 jonge mannen, vrouwen en kinderen hun toevlucht in een heiligdom. Ze hadden voorraden water, eten, olielampen en geringe sommen munten bij zich en zochten blijkbaar bescherming tegen één of andere aankomende terreur. In die tijden was Griekenland deel van het Byzantijns imperium en had af te rekenen met invallen van Slaven, Avaren en nomadische volkeren uit Eurazië. De grotten konden alleen via een verticale koker bereikt worden en dat verklaart waarom de grot meteen ook hun graf werd.

Zomaar liefst 153 illegale immigranten (tussen 18 en 35 jaar oud) die op een houten vlot van 22 meter de zuidwestelijke Kretenzische kust naderden, werden door de Griekse kustwacht opgepakt op 23 oktober. Drie werden beschuldigd van mensensmokkel. Ze waren in Egypte van land gegaan en hadden de intentie Italië te bereiken. Eerder, op 13 oktober, werden ook al 13 Afghanen opgepakt op Samos.

 

Het beroemde J. Paul Getty Museum in Los Angeles wordt ervan beschuldigd gestolen antieke kunstvoorwerpen te bezitten. Begin oktober werden reeds 3 stukken teruggegeven aan Italië nadat werd bewezen dat ze gestolen werden. Op zijn beurt heeft de Griekse regering nu een eis kracht bijgezet om 4 stukken terug te krijgen: een gouden ring, een grafsteen, een marmeren torso van een jonge vrouw en een votief reliëf. Reeds in 1993 werden stappen gezet om de geroofde en illegaal gesmokkelde archeologische stukken terug te krijgen.

 

“Toerisme in Griekenland is nefast voor de schildpadden.” Dat verklaarde de Griekse afdeling van World Wildlife Fund. Het National Marine Park, dat op Zakynthos ligt, is iedere zomer de broedplaats van 800 à 1.100 schildpadden. Volgens de Griekse WWF zouden duizenden toeristen in de onmiddellijke omgeving van de broedplaatsen hun ligzetels en parasols neerpoten, hetgeen nochtans niet toegelaten is maar door gebrek aan toezicht toch gebeurt. Meer nog, illegale bars en taverna’s installeren hun bedoening en storen de schildpadden. Ook wildparkeren ergert het WWF. Dimitris Karavelles, verantwoordelijke van WWF-Greece, dringt bij de autoriteiten aan op dringende en passende maatregelen.

 

Griekenland brak het wereldrecord van grootste gedrukt nieuwsblad. De speciale editie van “Chill out” werd in Chania (Kreta) gedrukt op een formaat van 210 op 295 centimeter en werd op 14 september voorgesteld tijdens een speciale ceremonie op het marktplein van Chania. “Chill out” wordt iedere woensdag gratis verspreid (op normale afmetingen wel te verstaan) en bevat cultureel en sociaal nieuws (oplage: 4.000 kopies). De verzamelde Griekse pers wist te vermelden dat het voorgaande record toekwam aan het Belgische “Het Volk” op 14 juni 1993: 99,5 op 142 centimeter en 50.000 verkochte kopies.

 

Een restaurantuitbater in de haven van Patras, Costas Dasios, verwierf op zijn beurt het wereldrekord en een vermelding in het Guinness Book met de grootste gyros. Met 2 ton natuurlijk gas verhitte hij een pan van 173 cm diameter waarin hij ondermeer volgende hoeveelheden ingrediënten mengde: 1.850 kg vlees, 150 kg specerijen, 100 kg zout… Het voorgaande rekord stond op naam van Cyprioot Sami Eid uit Limassol met een gyros van 1.506,660 kg en een diameter van 151 cm (juni 2001).

 

Griekenland’s grootste private luchtvaartmaatschappij, Aegean Airlines, kondigde op 11 september met trots aan dat het een bestelling voor 8 Airbus A320 plaatste. In de nabije toekomst zouden nog 12 toestellen van de reeks A319, A320 en A321 (Airbus) besteld worden om geleidelijk de oudere Boeing 737 te vervangen. De nieuwe toestellen zouden in de periode 2007 - 2009 moeten geleverd worden. Aegean Airlines kent een gemiddelde jaarlijkse groei van 20 procent, te rekenen over de voorbije 5 jaar; de binnenlandse vluchten vertegenwoordigen ruim 50 procent van zijn vluchten. De maatschappij gaat er prat op dat het in 2005 meer dan 4 miljoen reizigers zal vervoeren.

 

Voortaan weten schoolgaande kinderen in Centraal Griekenland wanneer hun bus op komst is en hoeven ze niet lang buiten te wachten. Het pilootprojekt werd in september 2005 opgestart. 25 nieuwe bussen werden uitgerust met een zender met een reikwijdte van ongeveer 1 kilometer. Het ontvangertje / gadget dat de student en zijn ouders gekregen hebben, geeft een alarmsignaal en zo weet de student dat de bus nabij is en de ouders dat kindlief terug komt. Volgens de projectleiders zou dit ook bijdragen tot de veiligheid van de studenten. De zenders kosten ruim 300 euro per stuk en voor de ontvangers wordt van de ouders een financiële bijdrage verwacht, hetzij door huur of aankoop. Voorlopig nemen ongeveer 100 gezinnen deel aan het projekt, maar als alles positief uitvalt, zouden tegen de winter zoveel mogelijk bussen uitgerust worden met het systeem. Naast dat systeem werden de nieuwe bussen meteen ook voorzien van digitale veiligheidscamera’s. Centraal Griekenland heeft een park van 205 bussen waarvan 60 momenteel zijn uitgerust met analoge camera’s. Die zullen vervangen worden door digitale camera’s omdat die een veel duidelijker beeld geven. De 25 nieuwe bussen komen ter vervanging van oude.

 

Eind september werden bij opgravingen op Kreta twee levensgrote marmeren beelden van antieke Griekse godinnen aangetroffen. De beelden van Athena en Hera zouden dateren van tussen de 2de en 4de eeuw, de periode van de Romeinse overheersing in Griekenland. De beelden die in uitstekende conditie verkeren, zouden oorspronkelijk het Romeins theater van Gortys (44 kilometer ten zuiden van Iraklion) gesierd hebben en door een aardbeving in het jaar 367 van hun sokkel zijn gevallen. Een team van Griekse en Italiaanse archeologen ontdekten de beelden.

 

Eén persoon kwam om het leven en zeven werden gewond tijdens opgravingen in Akrotiri, op Santorini. De site werd in de 17de eeuw vóór Christus bedolven onder lava en puimsteen en bleef uitstekend bewaard. Archeologen vonden 4 verdiepingen tellende gebouwen, een primitief sanitair systeem en kunst- en ambachtsvoorwerpen, waaronder spectaculaire fresco’s, vazen en bronzen gereedschap.

 

Volgens de Grieks minister van toerisme, Dimitris Avramopoulos, ging het toerisme in Griekenland in 2005 voor de wind. Het aantal aankomsten op Athens National Airport steeg met 12 procent in vergelijking met 2004, terwijl de inkomsten uit toerisme stegen met 6,1 procent.

 

Andreas Konstantopoulos, voorzitter van de Hellenic Paedric Society, ziet het echter somberder en luidt de alarmbel. Volgens onderzoeken zou elke Griek jaarlijks 5 kilogram voedseladditieven slikken. Konstantopoulos roept de ouders op om zorgvuldig het voedsel van hun kroost te kiezen en zich niet te laten leiden door kleuren, reklame en (kunstmatige) smaken, maar zich meer te richten op kwaliteit en een uitgebalanceerd dieet.

 

De Griekse regering overweegt 12 lichtgewicht satellieten in te zetten in zijn strijd tegen illegale immigratie en illegale bouw. De “laagvliegers” (ongeveer 600 kilometer boven de aarde – andere satellieten cirkelen gewoonlijk 36.000 kilometer boven de aarde) zouden ongeveer 50 kilogram wegen en relatief goedkoop zijn. De Griekse autoriteiten vangen jaarlijks duizenden illegalen die andere West-Europese staten willen bereiken. Illegale bouw op zijn beurt verwoest jaarlijks vele hectaren bos.

 

Ook de voorbije zomer vernielden hevige branden uitgebreide stukken natuur in de omgeving van Athene. Ergst getroffen waren Agia Kiriaki en Agia Triada (nabij Rafina, waar eerste minister Karamanlis woont en populair (buiten)verblijf voor vele Atheners) en Kallitechnoupolis. Vele huizen en diverse industriezones werden bedreigd. De branden, hoogstwaarschijnlijk opzettelijk aangestoken en aangewakkerd door strakke wind en hoge temperaturen werden bestreden door ruim 340 brandweerlui, tal van soldaten, 6 helikopters, 8 canadairs en ruim 100 brandweerwagens. Volgens eerste minister Kostas Karamanlis waren het de hevigste branden van de voorbije decennia. Tientallen huizen werden vernield of raakten ernstig beschadigd.

 

Het pleit is beslecht: het Europees Hoog Gerechtshof in Luxemburg heeft op 25 oktober gedecreteerd dat feta een traditioneel Grieks product is. Indien Deense, Duitse en Franse producenten “imitatie” blijven maken, dan mogen ze vooral de naam “feta” niet meer gebruiken voor hun producten. De Deense kaasindustrie produceert jaarlijks meer dan 25.000 ton namaak-feta.

Woedende Denen en Duitsers argumenteerden dat “feta” te maken heeft met bepaalde technieken, meer dan met geografische origines. Grieken van hun kant zijn er terecht van overtuigd dat de specifieke smaak en aroma van schapen- en geitenkaas vooral beïnvloed wordt door de specifieke gronden en het klimaat waar de dieren grazen

“Onze inspanningen zijn bekroond met succes. Het Hof heeft een historische verklaring afgelegd.” verklaarde minister van landbouw, Evangelos Basiakos, feta is een exclusief Grieks product”.

 

Vrijdag 28 oktober hielden volksvertegenwoordigers in een Griekse sfeer lofredes en marcheerden duizenden Grieken in de nabijheid van de Griekse ambassade op Cyprus om “Ochi-dag” te vieren. 28 oktober 1940 is de dag dat generaal Ioannis Metaxasochi” (neen) zei aan Mussolini, die toen vroeg om zijn troepen toe te laten op Grieks grondgebied. Niettegenstaande dit “neen” kwamen 200.000 Italiaanse soldaten Griekenland binnen via Albanië. Dictator Mussolini verwachtte een gemakkelijke zege, doch het Griekse leger was strijdvaardiger dan verwacht en drongen de Italianen terug naar Albanië.

De grootste optocht vond plaats in Nicosia, maar ook op talrijke andere plaatsen waren er optochten en feestvieringen waaraan regeringsleden deelnamen. 

De verjaardag was een unieke gelegenheid voor de politiekers om het Griekse “neen” aan de Turkse bezetting, het zogenaamde Annan-plan, te linken aan het Griekse “neen” aan het facisme, alhoewel niemand zo ver ging om expliciet een vergelijking te maken.

In een toespraak op het kerkplein van Agios Ioannis benadrukte Dimitris Christofias dat de herdenking een specifieke betekenis heeft voor het Cypriotische volk, dat reeds 3 decennia lang strijdt voor hun basisrechten, het herstel van de internationale rechtspraak en elementaire vrijheid die wordt beknot door Turkije. Het Griekse volk bleef niet onverschillig en raakte betrokken in de strijd tegen het facisme. Het streed niet alleen voor eigen land, maar ook voor gerechtigheid en vrijheid in de gehele wereld, deelde in de antifacistische zege en schreef mee aan het relaas van heldhaftige feiten. Het Griekse volk betaalde evenwel een hoge prijs voor zijn vrijheid: er vielen meer dan 520.000 slachtoffers


 

 

  Nikos Papazoglou & Band  

Zanger, muzikant, componist, tekstschrijver, producer, geluidsingenieur. De man die op zijn eentje het muzieklandschap van Griekenland mee inkleurde. De bescheiden jongen die steeds in jeans en met rood sjaaltje op het podium komt, alsof hij verloren gelopen is. De muzikant die nooit populariteit zocht, maar ontzettend populair werd. De zanger die zijn mooiste nummers met plezier uitleende aan de grote stemmen in Griekenland. Nikos' concerten zijn, waar hij ook speelt in Griekenland, steevast uitverkocht. Zijn CD's, in eigen beheer, behoren tot de best verkochte van het land. De muziek van Nikos Papazoglou is geankerd in de muziek van Klein-Azië en leunt dicht aan bij de rebetiko. Leven, dood, liefde en verraad zijn de thema's. Hijzelf speelt gitaar, bouzouki en baglamas. Een schitterende persoonlijkheid, uitstekende muzikanten en toegankelijke muziek. Een pareltje!

  Uitgeblazen...  

Componist Markopoulos blies uit in Brugge met een Grieks totaalspektakel met Vlaamse inslag. Op 3 en 4 september 2005 stelde Yannis Markopoulos zijn nieuwe werk “O Nomos tis Thalporis” voor op de Brugse Burg. Het werd een uniek concert met 120 muzikanten en bekende solisten als Patrick Riguelle en Eva De Roovere. Markopoulos creëerde het werk exclusief voor “Uitblazen”, het muziekfestival dat zomer 2005 aan de kust liep. In Griekenland en bij de liefhebbers van de Griekse muziekscène is Markopoulos geen onbekende. De componist verwierf wereldwijde naam en faam dankzij het thema van de BBC-reeks Who pays the ferryman?. Voor Uitblazen schreef hij een compositie voor harmonie en koor, aangevuld met volksinstrumenten: De Melodie van Thalpori.

Folk-organisator Marnique Deswarte bracht de Griek in contact met de Ieperse harmonie Ypriana, het Heistse koor Cantabile en de Vlaamse solisten. Deswarte hield contact met Markopoulos na zijn optreden in Dranouter, jaren geleden. Toen “Uitblazen” aan Deswarte vroeg om Markopoulos, die normaal componeert voor filharmonisch orkest, samen te brengen met een harmonie en een koor, stond hij aanvankelijk weigerachtig. Samen met dirigent Nico Logghe hebben ze Markopoulos uiteindelijk kunnen overtuigen. Het was de bedoeling dat in het stuk ook Vlaamse invloeden te horen waren. Het thema van “Uitblazen” is de wind, en de muziek die ermee voortgebracht wordt. Markopoulos, naast componist ook filosoof en wereldverbeteraar, trok het thema open tot de natuur in het algemeen: de mens moet weer met de natuur communiceren. “Ik kan geen noot schrijven zonder mijn filosofie,” verklaart de componist. “Ik ging voor dit stuk diep terug, tot de tijd dat de mens instrumenten schiep om muziek te maken met de wind. Niet om de wind na te bootsen, maar om ze te beantwoorden. De mens heeft altijd al met de natuur gecommuniceerd. Vandaag zien we overal grote natuurrampen: het is alsof de natuur kwaad is. We moeten vergiffenis vragen voor de schade die we haar hebben toegebracht.” Markopoulos spreekt als een Grieks orakel. Zijn tolk heeft, net als de journalisten, alle moeite om hem bij te houden. Voor Vlaanderen heeft hij niets dan lof: “Vlaanderen heeft zijn nek uitgestoken met dit project. Het land is, net als Griekenland, een bakermat van de beschaving, met zijn steden en polyfonische muziek.”

De opvoeringen op de Burg in Brugge werden een totaalspektakel: naast de 150 muzikanten en solisten was er ook een choreografie door de Ieperse Joke Quaghebeur. “Het moet een feest worden”, juichte de Griekse filosoof vóór de optredens. “Er kan toch geen huwelijksmuziek gespeeld worden zonder trouwfeest.”

 

bron: “Uit in West – Krant van West-Vlaanderen”

 

  Sokratis Malamas - Liederen uit Noord-Griekenland  

Socratis Malamas brengt zijn jeugd door in Chalkidiki in het noorden van Griekenland en gedeeltelijk ook in Stuttgart. Hij krijgt de smaak voor de muziek al op vroege leeftijd te pakken, wanneer hij van zijn vader een bouzouki krijgt en later een gitaar. Op zijn zeventiende volgt hij lessen aan het prestigieuze Odeon in Thessaloniki en daarna in Stuttgart en Athene. In de jaren ‘80 werkt hij als gitaarleraar, speelt hij eigen liedjes in lokale clubs (laïka magazia) en maakt hij deel uit van het orkest van Nikos Papazoglou. Zijn carrière wordt pas echt gelanceerd in 1989, wanneer zijn talent ontdekt wordt door Nikos Papazoglou. Hij mag dan ook zijn eerste album Aspromavres istories (‘Van de dag en de nacht’) uitgeven. Daarna volgen nog een hele reeks albums en werkt hij samen met verschillende grote Griekse artiesten, zoals Melina Kana en Nikos Xydakis. Malamas komt naar ons land met een 5-koppig ensemble dat hem begeleidt op bouzouki, gitaar, viool, ney en contrabas.

bron: folder Zuiderpershuis, Antwerpen

 

  Bekende Kretenzers: Nana Mouskouri  

Nana Mouskouri werd geboren in 1934 in een bescheiden familie op Kreta. Wanneer ze drie werd, verhuisden haar ouders naar Athene. Niettegenstaande haar onvolmaakte stembanden volgde ze geregeld zanglessen. Ze werd aanvaard aan het Atheense conservatorium waar ze acht jaar studeerde en zich vertrouwd maakte met andere stijlen als jazz en blues.

Omdat ze ’s nachts geregeld in Atheense cabarets zong, gingen de deuren van het Conservatorium voor haar dicht. Maar haar reputatie was al gemaakt: ze werd uitgenodigd voor het Griekse Song Festival 1958 en kon vele contracten in de wacht slepen. Haar succes was grensoverschrijdend en ze verkocht anderhalf miljoen albums. Na haar huwelijk in 1961 ging ze op wereldtournee met Quincy Jones. Ze bracht heel wat nieuwe albums uit, zoals bijvoorbeeld “Les parapluies de Cherbourg” opgenomen samen met Michel Legrand in 1962. Van 1994 tot 1999 had ze een mandaat van Europees Afgevaardigde. Ze was ook ambassadeur bij UNICEF en het United Nations Childrens Fund.

Thans heeft ze al meer dan 200 miljoen albums verkocht en woont ze met haar echtgenoot André Chapelle (tevens haar producer), haar dochter Hélène en haar zoon Nicolas in Genève. Nana, die maar liefst 8 talen spreekt, is een van de populairste zangeressen van de voorbije 50 jaar. Ze is een mijlpaal in de categorie pop(ulaire) muziek en passeerde heel wat muzikale grenzen, van jazz tot chanson tot pop en easy listening. Ze beschouwde muziek nooit als een dogmatische kunstvorm, maar als haar eigen individuele ontwikkeling en de expressies die daar van uitgaan.

 

 

  Griekse gezegden, spreekwoorden en uitdrukkingen   ,

 

haast en spoed zijn zelden goed

(letterlijk: wie haast heeft struikelt)

όποιος βιάζεται, σκοντάφτει

een slechte vakman verwijt zijn werktuigen

στον κακό μάστορα φταίνε τα εργαλεία

als de kat van huis is, dansen de muizen

όταν λείπει η γάτα, χορεύουν τα ποντίκια

over koetjes en kalfjes praten

μιλάω περί ανέμων και υδάτων

over smaken en kleuren valt niet te discussiëren

περί ορέξεως και χρωμάτων ουδείς λόγος

het lijden leert

παθήματα νοήματα

maar... niks te maren

αλλά... και πράσινα άλογα

levend en wel (“alive and kicking”)

ζω και βασιλεύω

iemand in de rug schieten (figuurlijk)

την φέρνω από πίσω σε...
(
του την φέρνω από πίσω)

ik zie het wel zitten met

την βρίσκω με

je kan niet ontsnappen aan het noodlot

το πεπρωμένον φυγείν αδύνατον

beter laat dan nooit

καλύτερα αργά παρά ποτέ

horen en zien vergaat je

χαλάει ο κόσμος

bedreigingen en schouderklopjes (vleierijen)

απειλές και καλοπιάσματα

hij slaapt als een roos

κοιμάται του καλού καιρού

tekenen en wonderen

σημεία και τέρατα

ik kan er geen touw aan vastknopen

τα βρίσκω μπαστούνια 

er was eens...

μία φορά κι έναν καιρό...

voor eensluidend afschrift

ότι ακριβές αντίγραφο

de wet van vraag en aanbod

ο νόμος της προσφοράς και της ζητήσεως

hij is een uitgesproken idioot

είναι βλάκας με πατέντα

ik wil (er) niet (van weten)

να μου λείπει (...)

bijvoorbeeld, laat ons zeggen...

φερ`ειπείν

het is een zeer mooie dag

η μέρα είναι χαρά θεού

eerst zien en dan geloven!

να το δω, και να μην το πιστέψω!

het regende dat het goot

η βροχή έπεφτε με το τουλούμι

eendracht maakt macht

η ισχύς εν τη ενώσει

eerst zien en dan geloven!

να το δω, και να μην το πιστέψω!

laten we het verleden vergeten

περασμένα ξεχασμένα

hij maakt er een soepje van

τα κάνει θάλασσα

tot we elkaar weerzien

εις το επανιδείν

op goed geluk!

έχει ο θεός!

met 2 maten en gewichten

με δυο μέτρα και δύο σταθμά

land in zicht!

ξηρά εν όψει!

kost en inwoon

τροφή και κατοικία

dat was de druppel die de emmer deed overlopen

ήταν η σταγόνα που έκανε το ποτήρι να ξεχειλίσει

de duivel zijn recht geven

για να πούμε του στραβού το δίκιο

sine qua non

ουσιώδης όρος

(cast your bread upon the water)

κάνε το καλό και ριχ`το στο γιαλό

hij haalt het zichzelf op de hals

τον τρώει η μύτη του

een ander de kastanjes uit het vuur laten halen

βάλανε τον τρελλό να βγάλει το φίδι

απ`την τρύπα

men kan beter een oog verliezen dan zijn

goede naam

κάλλιο να σου βγει το μάτι παρά το όνομα

gematigdheid in alles

παν μέτρον αρίστον

gestolen goed gedijt niet

ανεμομαζώματα διαβολοσκορπίσματα

de mens wikt, God beschikt

άλλαι μεν βουλαί ανθρώπων άλλα δε θεός κελεύει (kathareuousa)

aan het lot valt niet te tornen

ό,τι γράφει δεν ξεγράφει

gedane zaken nemen geen keer

τα γενόμενα ουκ απογίνονται

men moet zowel het goede als het kwade

accepteren

και τα καλά δεχούμενα, και τα κακά

το ίδιο

een analfabeet is als een blok ruw hout

άνθρωπος αγράμματος, ξύλο απελέκητο

door en door verdorven, schurk

εξώλης και προώλης

 

 

bijgeloof

  • αν δεις στον δρόμο σου μια μαύρη γάτα, θα πάθεις κάποιο κακό
  • αν περάσεις κάτω από μια σκάλα, θα έχεις κάποιο ατύχημα
  • αν σε τρώει η μύτη σου, θα φας ξύλο
  • αν ανοίξεις μια ομπρέλα μέσα στο σπίτι, θα γίνει κάποιο κακό
  • αν ρίξεις αλάτι πάνω από τον ώμο σου, θα φύγουν γρήγορα όλοι οι         καλεσμένοι σου
  • αν σε τρώει η αριστερή παλάμη σου, θα πάρεις λεφτά σύντομα

 

  De Griekse geschiedenis: even uw geheugen opfrissen  


Al in het paleolithicum, de oude steentijd, werd Griekenland bevolkt door mensen die van de jacht en het verzamelen van vruchten leefden. Vanaf ongeveer 8000 tot 7000 vóór Christus werd de landbouw en het kweken van dieren vanuit het Midden-Oosten naar Griekenland overgebracht. De belangrijkste vondsten uit het neolithicum (ongeveer 6000 tot 3000 vóór Christus) stammen uit de streek Thessalië, met name uit de nederzetting Sésklo. Bijzonder is dat men hier een achthoekig huis heeft gevonden. Tot die tijd werden er voornamelijk ronde huizen gebouwd. De handgevormde keramiek die hier gevonden is, is ook terug te vinden in andere Griekse streken.

Met de bronstijd (ongeveer 3000 vóór Christus) begint de Helladische cultuur op het Griekse vasteland. Het brons werd ingevoerd uit Klein-Azië en wordt nu op verschillende plaatsen gevonden. Rond 1900 vóór Christus komt de vorming van het Griekse volk goed op gang als er zich verschillende Indo-Europees sprekende stammen verspreiden over het hele Griekse grondgebied. Bekende namen als Olympia en Mycene behoren tot de vindplaatsen. Deze immigranten brachten de oudste fase van de Griekse taal mee en andere cultuurelementen die later zo bekend zouden worden, zoals bijvoorbeeld de hemelgod Zeus. Deze volkeren werden ook sterk beïnvloed door de Minoïsche cultuur die op dat moment op Kreta furore maakte.

De combinatie van deze twee culturen leidde in het laat-Helladische tijdvak tot een hoogtepunt in de Myceense cultuur. De dominantie van de Myceense cultuur op het vasteland betekende nog lang geen staatkundige eenheid. Waarschijnlijk stond aan het hoofd van elk district een priester-koning die aan de top stond van een paleisbureaucratie. In deze periode ontwikkelde zich tussen Kreta en het Griekse vasteland de eilandengroep Cycladen als vertrekpunt voor de handelsconnecties met zowel het oosten als het westen.

 

 

De "donkere eeuwen"

(ongeveer 1200 tot 800 vóór Christus)

Door ondermeer grote volksverhuizingen rond 1200 vóór Christus ging de Myceense cultuur ten onder, begon in Griekenland de ijzertijd en was de vorming van het historische Griekse volk voltooid. Cultureel was er een terugval en over de historische ontwikkelingen in deze tijd is niet veel bekend, vandaar de term "donkere eeuwen". Aan het einde van dit tijdperk ontstond wel het wereldberoemde epos van Homeros, de Ilias en de Odyssea. In deze periode vielen de Doriërs Griekenland binnen en weken de Ioniërs uit naar de eilanden in de Egeïsche Zee en de kust van Klein-Azië. Net als op Kreta ontstond daar de typische Griekse staatsvorm, de polis. Deze staatsvorm zou ook vrij snel op het Griekse vasteland zijn intrede doen. De polis was een aristocratische regeringsvorm die steunde op grootgrondbezit of wat daarvoor moest doorgaan. De adel kreeg wel concurrentie van een klasse die fortuin gemaakt had met de handel. In deze tijd ontstond ook het alfabetische schrift, min of meer overgenomen van het zeevaardersvolk der Foeniciërs. Het sociale milieu werd nog beheerst door de "phyle", de oude stamverbanden, die nog dateerden uit de Helladische periode.

 

Het kolonisatietijdperk (ongeveer

800 / 750 tot 600 vóór Christus)

In deze periode veranderde er veel, zoals het koningschap, behalve in Sparta. Steeds belangrijker werden handel (opkomst muntgeld) en ook een vorm van industrie. De middenstand werd een nieuwe klasse en zou de kern van het leger worden. Als gevolg daarvan ging men ook politieke eisen stellen. Toch ontwikkelden de industrie en de handel zich niet snel genoeg. Er ontstond voedselgebrek door onder andere de schrale bodem, wat leidde tot overbevolking en grote spanningen op politiek en sociaal gebied. Hierdoor ontstond een enorme kolonisatiebeweging waarbij de Grieken zich vestigden aan haast alle kusten van het Middellandse-Zeegebied. De opkomst van Perzië, Carthago en Etrurië maakte een eind aan deze bewegingen. Op politiek en militair terrein ontwikkelde Sparta zich tot de machtigste staat en op cultureel gebied voerde Ionië de boventoon.

(foto: Xerxes en Darius)

De zesde eeuw vóór Christus

Door de sociale en politieke spanningen stonden de meeste staten onder leiding van een "tyrannos", machtige mannen uit de aristocratie, die met steun van de bevolking de alleenheerschappij naar zich toe trokken. Alleen Sparta, dat vrijwel de hele Peloponessos had verenigd in een militaire bond, wist zich hieraan te onttrekken. In deze eeuw deed ook Athene steeds meer van zich spreken. In het kolonisatietijdperk had het geheel Attica al tot één grote polis verenigd en men voelde dan ook geen noodzaak om aan het koloniseren mee te doen. Solon, de maker van een groot aantal wetten, probeerde de economische problemen op te lossen door handel en industrie te stimuleren maar dat lukte nauwelijks. Daardoor staken ook in Athene sociale spanningen de kop op en was de komst van een tiran onvermijdelijk (Pisistratus). Op cultureel gebied werd Athene de koploper en verder bleven Ionië en de Griekse gebieden in het westen, Sicilië en Zuid-Italië, belangrijk. Dit was ook de bloeitijd van de Olympische en Pythische spelen in samenhang met de verering van gemeenschappelijke goden. Clisthenes stichtte op het einde van de 5de eeuw vóór Christus in Athene de democratie.

 

De vijfde eeuw vóór Christus

In 500 vóór Christus brak in Klein-Azië een opstand uit van de Ioniërs geholpen door Athene tegen het Perzische rijk van koning Darius. Darius stuurde daarop een strafexpeditie naar Athene die echter totaal mislukte bij Marathon in 490 vóór Christus. Daarmee begonnen de Perzische Oorlogen, de grote krachtmetingen tussen oost en west.

 

In 480 - 479 vóór Christus verloor Xerxes, de zoon van Darius, de belangrijke veldslagen bij Salamis en Plataeae en was de vrijheid gered onder andere door de voorbeeldige samenwerking tussen Athene en Sparta. Zowel Athene als Sparta eisten de overwinning op, waardoor de rivaliteit tussen de beide steden weer gevaarlijke vormen aannam. In 431 vóór Christus mondde die spanning ten slotte uit in een oorlog die de hele Griekse wereld verdeelde. In de tweede helft van de oorlog, die van 413 tot 404 vóór Christus duurde, won Sparta met behulp van de Perzen de strijd. Athene en Sparta waren echter zo verzwakt door de oorlog dat Thebe in het machtsvacuüm sprong en in 371 vóór Christus zelfs het onoverwinnelijk geachte Sparta op eigen bodem versloeg. De heerschappij duurde maar kort, want het Macedonische Rijk was zich in deze tijd aan het uitbreiden.

 

De vierde eeuw vóór Christus

Athene herstelde zich snel van de nederlaag, maar het grote imperium, ontwikkeld uit de Delisch-Attische Zeebond, was verloren gegaan. Sparta domineerde echter in die tijd samen met de sluwe Perzen. De bevolking was hierover echter niet te spreken en er ontstonden een serie conflicten tussen de staten onderling waarvan de Korinthische Oorlog zeer bekend werd. Ook werd de Tweede Attische Zeebond opgericht. Door de handel en de industriële ontwikkeling nam de welvaart toe, maar de rijkdom werd grotendeels verspild aan oorlogvoering en belegd in het houden van slaven. Verder ontstond er een groep ontheemden die zich aan de meest betalenden als huursoldaten verkochten. De polis kon al deze problemen niet oplossen, dus samenwerking was geboden en er ontstond langzamerhand een Panhelleense gedachte met als doel de eenheid onder de Grieken te bewerkstelligen en wraak op de grote vijand Perzië te nemen. De Grieken werden echter afgetroefd door Philippus II van Macedonië. Onder zijn hegemonie werd een coalitie van Griekse stadstaten waaronder Athene verslagen in de slag bij Chaerona in 338 vóór Christus. Na de moord op Philippus trad zijn zoon Alexander de Grote in de voetsporen van zijn vader en veroverde het Perzische rijk. Cultureel was het de bloeiperiode van de retorica en de wijsbegeerte en ging de beeldende kunst niet over de goden maar over het menselijk schoonheidsideaal.


 

Het slagveld van Chaerona:  positie van de legers

Bron: Ancient Warfare, History Department, United States Military Academy,

 


Het hellenisme

en de Romeinse periode

Het optreden van Alexander de Grote zorgde ervoor dat de stadstaten uit hun zelfgekozen beslotenheid kwamen en begon de Griekse cultuur aan een triomftocht. De politieke macht werd verdeeld na de zogenaamde "Diadochenoorlogen" door de opvolgers van Alexander de Grote. Die strijd mondde in de 3de eeuw vóór Christus uit in drie rijken, het Ptolemeïsche Egypte, het Seleukische Syrië, waarvan Perzië een onderdeel was, en Macedonië onder de nakomelingen van Antigonus de Eenogige. De oosterse elite in de steden werd door de emigratie van Griekse handelaars, kolonisten en Macedonische garnizoenen snel gehelleniseerd, zodat het "koiné", een verbastering van het klassieke, Attische Grieks, de "lingua franca" (voertaal) werd van het Midden-Oosten. Deze verbreiding van de Griekse cultuur wordt het hellenisme genoemd. De Grieken hadden ondertussen niet gemerkt dat er vanuit het westen een grote gevaarlijke mogendheid ontstaan was: de Romeinen. Zij bemoeiden zich al snel met de politieke en militaire strijd in Macedonië en Griekenland. Vanaf 215 vóór Christus startten de Romeinen militaire acties die in 196 vóór Christus met de beëindiging van de Macedonische heerschappij over Griekenland werden afgerond. De Romeinen kwamen al snel in conflict met de Achaiïsche Bond. Korinthe werd in 146 vóór Christus verwoest. De Achaiïsche Bond werd ontbonden en Griekenland werd ingelijfd bij de "provincia" Macedonië. Zeer opmerkelijk was dat de bovenlaag van de Romeinse maatschappij vrij snel gehelleniseerd werd en veel Griekse ideeën en filosofieën overnam.

(Octavianus)

 

Onder Octavianus werd Griekenland de zelfstandige provincie Achaia, maar ging de politieke vrijheid verloren en de economische toestand achteruit. Op intellectueel gebied werden er echter nog steeds grote prestaties geleverd door wijsgeren en schrijvers, waar zelfs jonge Romeinse intellectuelen naartoe trokken.

De Byzantijnse periode (330 tot 1204)

Net als in de Romeinse tijd bleef de Griekse taal en cultuur de basis voor de Byzantijnse beschaving maar speelde het als politieke en militaire macht een ondergeschikte rol in het Byzantijnse Rijk. Kort vóóor 400 werd Griekenland bezet door de Visigoten en in de 6de en7de eeuw richtten Slavische horden in Macedonië, Thessalië en Epirus vele verwoestingen aan. Zij vestigden zich in het land en koloniseerden in de achtste eeuw de Peloponessos.  Het gevolg van deze invasies was dat er zich een grote Slavischsprekende bevolking op Griekse bodem vestigde. Eind 7de eeuw werd Centraal-Griekenland ondergebracht in een aparte administratieve eenheid, een zogeheten "theme", die onder leiding stond van een militaire gouverneur. Omdat Byzantium de greep begon te verliezen werden er overal themes gecreëerd en vanaf 800 was er weer sprake van effectief bestuur vanuit Byzantium. In de 9de en 10de eeuw was Griekenland een land zonder opvallende steden. De kerstening van Slaven was succesvol, ook al doordat ze deelgenoot werden van de totale Griekse cultuur. In 1054 scheidde de oosterse of Grieks-orthodoxe Kerk, onder leiding van de patriarch van Byzantium, zich af van de kerk van Rome. In de 10de tot de 12de eeuw vestigden de Walachen zich in onder andere Thessalië en Aetolië. Ondanks al deze vreemde elementen en de Saraceense zeeroverij vanuit Kreta bleven de Griekse kuststeden economisch gezond door de zijdeindustrie en door het vrachtvervoer in de oostelijke Middellandse Zee en de Zwarte Zee. Door zware belastingen en feodale misstanden werd Griekenland op de rand van de afgrond gebracht. Daar kwam nog bij dat Venetië het handelsmonopolie in de Egeïsche Zee en de Zwarte Zee afgedwongen had door de hulp die het Konstantinopel geboden had in de strijd tegen de Noormannen in Zuid-Italië.

 

 

De Latijnse periode en de Turkse opmars (1204 tot ongeveer 1460)

Na de Vierde Kruistocht werd het Byzantijnse Rijk in 1204 verslagen en viel Griekenland uiteen. Tot 1261 regeerde het Latijnse Keizerrijk van Konstantinopel, waarna het werd heroverd door het Griekse keizerrijk Nicea-Byzantium, dat ook al het koninkrijk Saloníki had teruggewonnen. In 1262 werd de Peloponessos opnieuw bezet door de Paleologen van Konstantinopel. In 1318 volgde Thessalië en in 1336 Epirus in het westen. In 1349 ging Epirus weer verloren aan de Serviërs. In 1354 vielen de Turken Europa binnen en bezetten in 1393 Thessalië. Rond 1400 bezat het Byzantijnse Rijk alleen nog de hoofdstad Konstantinopel, Saloníki en de Peloponessos. Ook het hertogdom Athene van de Bourgondiër Othon de la Roche kende vele bezetters: in 1311 werd het door Catalaanse huurlingen veroverd, in 1388 kwam de Florentijnse bankiersfamilie Acciaiuoli aan de macht totdat het veroverd werd door de Turken in 1456. Ook het prinsdom Achaia-Moreia viel in 1461 in handen van de Turken, die sindsdien vrijwel geheel Griekenland beheersten. Ook de Griekse eilanden werden door vele verschillende machten bezet waaronder de Turken, de Venetiërs, de Genuezen en de Johannieterridders. In tegenstelling tot de Turkse bezetting kreeg de Frankisch-Italiaanse overheersing in Griekenland bijna nergens een sterke greep op volk, cultuur of godsdienst.

Na de val van de Byzantijnse hoofdstad Konstantinopel in 1453 kende Griekenland opnieuw een centralistisch staatsbestel. In dit geval regeerden de Turken vanuit Sofia, maar het zou nog tot 1566 duren voordat alle eilanden in de Egeïsche Zee veroverd waren. Kreta werd zelfs pas in 1669 veroverd en behoorde regelmatig tot Venetië. Er vonden al snel opstanden plaats, met name tegen de Turkse gouverneurs die de bevolking onderdrukten en afpersten. De sultan van de Turken daarentegen liet de Grieken een grote mate van zelfstandigheid, met name de positie van de Griekse kerk werd niet aangetast. Met de verzwakking van het Osmaanse Rijk kon er een nationale beweging ontstaan, die bovendien geholpen werd door de grote mogendheden die zich tegen de Turken afzetten als een constante bedreiging. Ook de Franse Revolutie stimuleerde de opkomst van een nationaal besef. Het streven van de Grieken om los te komen van het in ontbinding verkerende Turkse Rijk werd door de grote mogendheden in 1815 besproken op het Congres van Wenen, maar Engeland voelde er niet veel voor, omdat het de veroverde Ionische eilanden voor zichzelf wilde behouden.

 

De vrijheidsoorlog

In 1821 brak op de Peloponessos een opstand tegen de Turken uit die het begin werd van de onafhankelijkheidsoorlog. In deze strijd waren de diverse partijen regelmatig aan de winnende hand. De Turken werden gesteund door de Egyptenaren. De Grieken werden gesteund door de Engelsen en kregen later ook nog militaire hulp van de Russen en de Fransen. In 1827 verloren de de Turken de slag in de baai van Navarino. Met het vredesverdrag van Adrianopel in 1829 erkende Turkije de onafhankelijkheid van Griekenland. Nafplion werd de hoofdstad, maar in 1834 koos men Athene. Pas in 1833 verlieten de Turken de Akropolis te Athene. Het noorden en de meeste eilanden waaronder Kreta bleven nog onder Turkse of Engelse overheersing.

 

Het onafhankelijke Griekenland

De kersverse staat was economisch zwak en politiek zeer verdeeld en werd sterk beïnvloed door Engelsen, Fransen en Russen. In feite wilde men het herstel van het Byzantijnse Griekenland met Konstantinopel en Klein-Azië. De eerste “president”, Kapodistrias, werd voor zeven jaar tot president benoemd, maar werd al in 1831 vermoord. De Engelsen wilden toen een Europese prins op de troon en in 1832 aanvaardde koning Lodewijk I van Beieren de Griekse kroon voor zijn zoon Otto, die in 1833 voor het eerst de Griekse bodem betrad.


   

                       

driemaal Kapodistrias: op de Europese munt, een standbeeld van hem

(langs de Panepistimioustraat in Athene) en op een Grieks bankbiljet

 


Otto I was sterk voorstander van een centraal gezag en kwam daarmee in conflict met de aristocratie en de geestelijken die onder de Turken in de regio veel macht bezaten en dat nu dreigden kwijt te raken. Een rebellie in 1843, doorgevoerd door de ‘Russische Partij’, dwong hem Griekenland een constitutie te beloven. Ook werd de koning gedwongen om zijn Beierse minister te vervangen door Grieken. Deze grondwet werd in 1844 door de volksvertegenwoordiging aangenomen en door de koning aanvaard. Tijdens de Krimoorlog leed Griekenland een “echec” toen het opstanden in het nog Turkse Epirus en Thessalië wilde steunen, bezette een Engels-Frans vlooteskader de haven van Athene, Piraeus (1854 tot 1857). In oktober 1862 werd koning Otto door een opstand tot aftreden gedwongen. De volksvertegenwoordiging bood onder invloed van de Engelsen de troon aan aan de Deense prins Willem van Denemarken, die koning werd onder de naam George I. Hij aanvaardde zijn regering op 31 oktober 1863 en zou regeren tot 1913. Als beloning en een soort huwelijksgeschenk kregen de Grieken van Engeland in 1864 de Ionische eilanden. In 1866 volgde er een opstand van de Kretenzers, gesteund door de Grieken, tegen de Turken. Tegelijkertijd probeerden de Grieken om Epirus en Thessalië te verwerven maar werden hierin dwars gezeten door de grote mogendheden. In 1881 werden bepalingen uit het Congres van Berlijn verzilverd en werd het grootste deel van Thessalië en een klein stukje van Zuid-Epirus aan Griekenland toegewezen. In 1896 wederom een opstand op Kreta en nu stuurde Griekenland troepen naar Macedonië alwaar de Grieken een grote nederlaag leden. Ook nu legden de grote mogendheden de Grieken een regeling op: Turkije kreeg enkele grenscorrecties in het noorden maar moest toestaan dat Kreta autonoom werd met een zoon van de Griekse koning als gouverneur. Na een aantal opstanden trad deze in 1906 af en beslisten wederom de grote mogendheden over het lot van Kreta. De Grieken beschouwden deze inmenging als een grote vernedering en dit veroorzaakte een golf van nationalisme, waardoor in 1910 Venizelos minister-president werd. Pas na de Balkanoorlogen kon Griekenland zijn grondgebied uitbreiden met Macedonië, een deel van Zuid-Epirus en een aantal Egeïsche eilanden, waaronder Kreta.

 

 Koning George I

 

Na de gewelddadige dood van George I in 1913 kreeg zijn zoon en opvolger Konstantijn I te maken met de Eerste Wereldoorlog. Meteen ontstonden er problemen tussen de koning en Venizelos. De koning was een zwager van de Duitse keizer Wilhelm II, en hij wilde neutraal blijven. Venizelos koos voor de gealllieerden waarna in 1915 Venizelos door de koning ontslagen werd. In 1916 richtte hij in Saloníki een tegenregering op. Tegelijkertijd blokkeerden de gealllieerden de kust van het aan Konstantijn trouw gebleven midden en zuiden van het vasteland. In juni 1917 werd Konstantijn gedwongen om af te treden ten gunste van zijn zoon Alexander en werd Athene bezet door de Fransen. Venizelos vestigde zijn gezag nu in het hele land en verklaarde in juni 1917 de oorlog aan Duitsland. Griekenland nam in de herfst van 1918 deel aan het offensief dat leidde tot de kapitulatie van Bulgarije en de ondertekening van een wapenstilstand door Turkije op 30 oktober 1918. Bij het verdrag van Neuilly in november 1919 verwierf Griekenland het Bulgaarse westelijke Thracië. Het Vredesverdrag van Sèvres in 1920 bepaalde dat de Grieken Europees Turkije en Smyrna (nu Izmir) zouden krijgen. De Turken, onder leiding van Kemal Atatürk, weigerden hieraan mee te werken. Na de dood van koning Alexander in oktober 1920 en de terugkeer van Konstantijn werd Venizelos terzijde geschoven.

 

 Venizelos

 

Alleen Engeland steunde de Grieken nog in hun streven naar expansie in Klein-Azië en dat leidde tot een verpletterende nederlaag in 1922 tegen de Turken. De koning trad af ten gunste van zijn zoon George II die op zijn beurt weer in 1923 werd afgezet.

 

    Koning George II

 

Bij de vrede van Lausanne in 1923 werd besloten tot een grootscheepse Grieks-Turkse bevolkingsruil en moest Griekenland berusten in de annexatie van de Dodekánesos door Italië. Dit gedeelte van het huidige Griekenland was al in 1912 door Italië op de Turken veroverd. Verder moesten de Grieken Adrianopel en Smyrna aan Turkije teruggeven. In de jaren twintig van de vorige eeuw bleef Griekenland een land van grote politieke tegenstellingen en in 1924 werd het dan ook officieel een republiek met de militair Koundouriótis als president. Van januari tot augustus 1926 was er kort een militaire dictatuur onder generaal Pángoulos. Na de verkiezingen van 1928 kwam Venizelos weer aan het bewind en zich wist te verzoenen met Turkije. In de periode tot de Tweede Wereldoorlog werden de meeste kabinetten door de militairen ten val gebracht. In 1935 werd koning George II na een volksstemming uit zijn ballingschap teruggeroepen, maar al snel weer opgevolgd door de dictator Metaxas, een bewonderaar van Hitler en Mussolini.

 

Tweede Wereldoorlog

en burgeroorlog

Voordat de Tweede Wereldoorlog uitbrak probeerde Metaxas vanwege economische motieven zowel Duitsland als Engeland te vriend te houden. In oktober 1940 vielen de Italianen Griekenland binnen, maar stuitten op zeer felle tegenstand en konden alleen met behulp van de Duitsers in april 1941 Griekenland veroveren. In mei van datzelfde jaar werd ook Kreta veroverd door de Duitsers. Het grootste deel van het land werd bezet door Italië. Duitsland bezette onder andere Piraeus en Saloníki. Een klein deel van Griekenland werd door Bulgarije geannexeerd. De koning en de regering vluchtten naar het buitenland. Het bestuur was in handen van een aantal stromannen van de Duitsers, onder andere Tsolakoglou, Logothetopoulos en Rallis. Al snel ontstonden er allerlei verzetsbewegingen die elkaar zelfs beconcurreerden maar die wel nauw samenwerkten met de Britten.

 

Metaxas (links), George II (rechts)

en Papados (midden)

 

De geëmigreerde koning en de regering hadden ondertussen weinig meer te vertellen en dit leidde met goedkeuring van de Britten in september 1944 tot een regering van "Nationale Eenheid" met als minister-president Papandreou, die zich op 18 oktober 1944 vestigde in Athene. De Britten waren in september al in Griekenland geland en eisten de ontbinding van alle guerilla-groepen. Eén van deze groepen, de EAM, weigerde dit en de ELAS maakte zich meester van het grootste deel van Griekenland maar werd nog datzelfde jaar bedwongen door de Britten. Daarop trad Papandreou af en de koning wilde alleen terugkeren als het volk daar expliciet om zou vragen. Als gevolg van deze situatie werd de aartsbisschop van Athene tot regent uitgeroepen.

De strijd met de ELAS werd begin 1945 gestaakt na onderhandelingen maar de communisten bleven vanuit het noorden militair actief. In maart 1946 werden er verkiezingen gehouden en een volksstemming leidde in september tot de terugkeer van de Griekse koning George II. De Dodekánesos en de door Bulgarije geannexeerde gebieden kreeg Griekenland weer terug bij de in 1946 gehouden Vredesconferentie van Parijs. Ook de financiële schadeloosstelling door Italië werd hier geregeld. En daarbovenop kwam nog de hulp van de Verenigde Staten onder president Truman. Koning George II overleed in 1946 en werd opgevolgd door zijn broer Paul I. Onder zijn bewind kwam er in 1949 een einde aan de al jaren durende communistische opstand.

 

Papagos

 

In 1947 woedde de burgeroorlog op zijn hevigst: de regeringsgetrouwe troepen werden aangevoerd door Papagos, de goed bewapende communisten, geleid door de stalinistische "generaal" Markos, hielden strooptochten door het land en voerden onder andere 26.000 Griekse kinderen weg naar communistische buurlanden. In 1948 liep de strijd af door het ingrijpen van het Engels leger, onenigheid onder de communisten, leveranties van Amerikaanse wapens aan de regeringstroepen en door gebrek aan wapens bij de communisten. Belangrijk in deze jaren was ook de breuk tussen Stalin van Rusland en Tito van Joegoslavië in 1948 waardoor de Joegoslavisch-Griekse grens in 1949 gesloten werd.

 

De jaren vijftig en zestig

In 1952 trad Griekenland toe tot de NAVO en onder Papagos van de nieuwe partij "Griekse Concentratie" volgde een stabielere tijd en verbeterde de relatie met de buurlanden. In 1954 werd er zelfs een bondgenootschap gesloten tussen Griekenland, Joegoslavië en Turkije. Dit bondgenootschap had echter weinig kans van slagen, onder andere door de kwestie Cyprus waardoor de betrekkingen tussen Griekenland en Turkije explosief werden. De Cypriotische beweging die aansluiting bij Griekenland nastreefde (enosis), leidde in 1954 tot relletjes in Griekenland zelf en de kwestie werd door Papagos aan de Verenigde Naties voorgelegd. In 1955 begon het conflict op het eiland onder leiding van Grivas te escaleren waardoor de betrekkingen tussen Griekenland en Turkije op een dieptepunt kwamen. In 1955 stierf Papagos en hij werd opgevolgd door Karamanlis, de leider van de nieuwe partij Nationale Radicale Unie (ERE). Karamanlis probeerde het Cypriotische conflict via onderhandelingen op te lossen en bleef trouw aan de NAVO. In 1960 werd de Republiek Cyprus gesticht. In 1963 trad Karamanlis af toen de koning een regeringsadvies om een staatsbezoek aan Engeland uit te stellen niet opvolgde. Ook de voortdurende inmenging van de kroon in de politiek was hem al langer een doorn in het oog. In twee opeenvolgende algemene verkiezingen won de partij van de hervormingsgezinde Papandreou veel zetels in het parlement. In mei 1965 werd er een geheime organisatie ontdekt van linkse legerofficieren, en waaraan de zoon van Papandreou steun zou hebben gegeven. Papandreou zelf wilde het leger zuiveren van "anti-democratische en fascistische figuren", in feite tegenstanders van hem. Koning Konstantijn II, de opvolger van de in 1964 overleden Paul I, weigerde dan ook om ontslag te verlenen aan de minister van defensie, die een tegenstander was van Papandreou in het kabinet. In juli 1965 trad de regering-Papandreou af en vonden er heftige pro-Papandreou demonstraties plaats in heel Griekenland. Na de verkiezingen probeerde de koning kabinetten van anti-Papandreou mensen te vormen. De parlementair-constitutionele crisis bleef zo voortduren en op 21 april 1967 pleegde een groep ultrarechtse officieren een staatsgreep, de zogenaamde "kolonels".

 

Militaire regimes (1967 tot 1974)

Konstantijn legde zich bij de situatie neer en benoemde de politicus Kollias tot minister-president van een door militairen als Papadopoulos en Patakos beheerste regering. In december deed Konstantijn een zwakke poging het regime ten val te brengen. Hierna vluchtte hij naar Italië om zich in ballingschap te begeven en werd de militair Papadopoulos president en Zoitakis tot regent voor de gevluchte koning benoemd.

 

 

In zijn eerste regeerperiode trok Papadopoulos steeds meer macht naar zich toe tot hij uiteindelijk in 1972 zelfs regent werd. Tenslotte riep hij op 1 juni 1973 de republiek uit en kwam er aan de monarchie definitief een einde. Al op 25 november 1973 werd de regering Papadopoulos ten val gebracht door een aantal generaals onder leiding van brigadegeneraal Ioannidis, een van zijn vroegere medestanders. Door de slechte economische situatie en door de afgang in de Cyprus-kwestie (de Turken landden in 1974 aan de noordkust van Cyprus terwijl het Griekse bewind machteloos moest toekijken) eisten een groot aantal officieren dat de militairen plaats moesten maken voor een burgerregering.

 

Herstel van de burgerregering

In juli 1974 werd besloten om oud-premier Karamanlis uit Parijs terug te roepen, en hij stelde een "kabinet van nationale Eenheid" aan. De grondwet van 1952 werd ook weer in werking gesteld en de staatsvorm zou door middel van een referendum gekozen worden. De onderhandelingen met de Turken over Cyprus mislukten en in augustus veroverden de Turken bijna 40 % van het eiland, waarna de situatie aan de Verenigde Naties werd voorgelegd. Op 17 november 1974 werden de verkiezingen met een ruime meerderheid (56 %) gewonnen door de partij van Karamanlis, de Nieuwe Democratie (ND). Het derde kabinet-Karamanlis hield een referendum over de staatsvorm en bijna 70 % van de stemmers was tegen een terugkeer van de monarchie. In juni 1975 werd er een nieuwe grondwet aangenomen en werd K. Tsatsos de nieuwe president. In de loop van 1976 namen de spanningen tussen Griekenland en Turkije weer toe en werd ook de status van Egeïsche Zee een meningsverschil. Ook de terugkeer van Griekenland in de bevelsstructuur van de Navo ging met veel problemen gepaard omdat ook Turkije lid was van het bondgenootschap. Pas in maart 1978 trad er enige verbetering op in de betrekkingen met Turkije.

 

Periode vanaf 1980

De verkiezingen van 20 november 1977 werden weer gewonnen door Karamanlis en in zijn vierde regeerperiode trad Griekenland toe tot de Europese Gemeenschap en werd hij in 1980 tot president gekozen. In 1981 werd de Panhelleense Socialistische Partij (PASOK) de grootste partij van het land en Andreas Papandreou minister-president. Zijn voorgenomen hervormingen (onder andere op sociaal gebied) konden maar gedeeltelijk gerealiseerd worden. In 1985 werd de partijloze Christos Sartzetakis tot president gekozen en verloor de PASOK bij de verkiezingen de absolute meerderheid. Als grootste partij mocht de PASOK echter wel doorregeren.  De verkiezingen van 1989 leverden weer geen winnaar op en tot april 1990 werd Griekenland geregeerd door een aantal interim-kabinetten. Konstantinos Mitsotakis lukte het om een ND-regering te formeren en Karamanlis werd weer tot staatshoofd gekozen. Vanaf 1990 leverden de vele vluchtelingen uit Albanië grote problemen op in Griekenland. De relatie met de andere EG-landen kwam onder druk te staan door de kwestie-Macedonië. De Grieken hielden de erkenning door de EG van de onafhankelijke republiek Macedonië tegen omdat men bang was dat de Macedoniërs aanspraken zouden gaan maken op de Griekse provincie met dezelfde naam. In 1993 mocht ex-koning Konstantijn Griekenland weer als "burger" bezoeken. In datzelfde jaar won de PASOK van Papandreou de verkiezingen en hij werd dan ook de nieuwe premier. In maart 1995 trad president Karamanlis af en werd opgevolgd door Kostas Stefanopoulos, een partijloze politicus. De betrekkingen met Turkije bereikten een dieptepunt in januari 1996 over nota bene een piepklein onbewoond Grieks eilandje. Het ging zelfs zover dat er bijna een oorlog uitbrak tussen de twee landen. In juni overleed premier Papandreou die al in januari was opgevolgd door Konstantinos Simitis. In september werden er vervroegde verkiezingen gehouden die werden gewonnen door de PASOK, die haar meerderheid in het parlement behield. In het slepende conflict met Albanië over de positie van de Griekse minderheid in dat land en de in Griekenland werkende Albanezen leek verbetering te komen door de ondertekening in maart 1996 van een vriendschapsverdrag. Op 23 juni 1996 overleed Papandreou.  De relatie met Turkije bleef gespannen. In februari 1997 dreigde Athene de uitbreiding van de Europese Unie met Oost-Europese landen te blokkeren, als de Turks-Cyprioten zouden mogen deelnemen aan de onderhandelingen over de toetreding van Cyprus. Tot zeer grote spanningen leidde het feit dat Griekenland in 1998 het omstreden Grieks-Cypriotische besluit tot aanschaf van Russische luchtafweerraketten verdedigde. Griekenland wijzigde deze opstelling toen Turkije aankondigde de plaatsing als een oorlogshandeling te beschouwen. In juni 1998 dwarsboomde de Griekse regering een EU-voorstel voor economische hulp aan Turkije, waarmee de EU de betrekkingen met Turkije wilde verbeteren. In februari 1999 arresteerden Turkse commando’s de Koerdische PKK-leider Öcalan, nadat hij de Griekse ambassade in Kenia, waar hij zijn toevlucht had gezocht, had verlaten. Ernstige fouten van Griekse zijde hadden de arrestatie mogelijk gemaakt en brachten de Griekse regering in een lastig parket, temeer daar de Griekse bevolking, die sympathiseert met de Koerdische onafhankelijkheidsstrijd, het voorval interpreteerde als een vernedering door aartsvijand Turkije. Premier Simitis ontsloeg drie ministers die hij samen verantwoordelijk hield voor de fouten, onder wie minister van Buitenlandse Zaken Theodoros Pangalos. Deze werd opgevolgd door Georgios Papandreou, de zoon van staatsman Andreas Papandreou. Griekenland nam als lid van de NAVO in 1999 een dubbelzinnige houding aan in de Kosovo-oorlog. Het Griekse volk voelt zich traditioneel verbonden met het Servische, dat ook het orthodox-christelijke geloof aanhangt. Een grote meerderheid van de Grieken was fel tegen de NAVO-aanvallen die vanaf eind maart op Servië werden uitgevoerd. De Griekse regering deed aanvankelijk een beroep op de NAVO de bombardementen te staken, maar moest onder druk van de Verenigde Staten haar positie herzien. Dit bracht premier Simitis in een netelige situatie, omdat hij de nationalisten in zijn partij tevreden moest zien te houden en anti-NAVO-acties in Griekenland voortduurden. De samenwerking met de NAVO was dan ook niet van harte. Begin 1999 viel het Grieks-Cyprische besluit af te zien van de plaatsing van Russische S300 luchtdoelraketten. Dit verminderde aanvankelijk de Grieks-Turkse spanningen. De Grieken kwamen echter niet onder hun contract met Rusland uit. Op 9 februari tekenden Cyprus en Giekenland een verdrag over de plaatsing van de raketten op Kreta. Turkije reageerde als door een wesp gestoken. De betrekkingen met Turkije verbeterden echter aanzienlijk nadat dit land op 17 augustus door een zware aardbeving werd getroffen. Griekenland kwam Turkije onmiddellijk rechtstreeks te hulp en steunde een EU-voorstel voor een grootschalig hulpprogramma. Minister van Buitenlandse Zaken Papandreou gaf de nieuwe koers vorm en startte een voorzichtige politiek van bilaterale samenwerking. Deze bereikte begin oktober 1999 een hoogtepunt tijdens een bezoek aan Turkije, toen Papandreou aankondigde dat Griekenland niet langer het Turkse lidmaatschap van de EU in de weg zou staan.

 

Het begin van de 21ste eeuw

Met ruime meerderheid koos het Griekse parlement op 8 februari 2000 Kostas Stefanopoulos voor een tweede termijn van vijf jaar tot president. Bij de parlementsverkiezingen op 9 april 2000 werd Nieuwe Democratie in een spannende race verslagen door PASOK. PASOK behaalde 43,8 % van de stemmen, tegenover 42,7 % voor Nieuwe Democratie. De verkiezingsuitslag zorgde niet voor ingrijpende kabinetswijzigingen. Direct na zijn overwinning verklaarde premier Simitis dat hij politieke continuïteit nastreefde in verband met de gewenste Griekse toetreding tot de EMU en de toenadering tot Turkije. Op 25 april 2000 ging het parlement akkoord met het nieuwe regeringsprogramma, met onder meer als kernpunt versterking van de positie van Griekenland binnen de Europese Unie. De verkiezingsoverwinning van PASOK stelde premier Simitis in staat zijn succesvolle economische bezuinigingspolitiek voort te zetten. In het voorjaar 2000 bedroeg de inflatie voor het eerst in 30 jaar slechts 2,9 %. Hiermee kwalificeerde Griekenland zich voor deelname aan de Europese Monetaire Unie. Het Europees parlement nam op 18 mei 2000 met grote meerderheid een resolutie aan waarin werd gepleit voor Griekse toetreding tot de eurozone per 1 januari 2001. Op 19 juni volgde de officiële goedkeuring van de Raad van Ministers. Sinds Griekenland en Turkije in 1999 werden getroffen door zware aardbevingen, is er sprake van voorzichtige toenadering tussen beide landen. In 2000 werden vijf samenwerkingsverdragen getekend op het gebied van economie, wetenschap, cultuur, maritieme handel en de douane. In oktober namen beide landen deel aan een gemeenschappelijke NAVO-oefening in de Egeïsche Zee, waarbij de geplande aanwezigheid van Griekse militairen en materieel op Turks territorium aanvankelijk als een doorbraak werd gezien. De relatie kwam echter weer onder druk te staan toen een oud militair meningsverschil over het luchtruim van twee Griekse eilanden weer opspeelde. Uiteindelijk trok Griekenland zich terug uit de oefening.


 

  Nikos Kypourgos  

Door een ongeval was het voor de Griekse zanger Nikos Papazoglou onmogelijk dit jaar op te treden tijdens het 18deBrugges Festival (november 2005). Jammer, vooral voor hemzelf, maar Rembetika slaagde er in om een andere god van de Griekse muziek naar Brugge te halen: Nikos Kypourgos!


Nikos Kypourgos heeft een palmares om U tegen te zeggen! Hij schreef de muziek voor meer dan vijftig films (met diverse prijzen zowel in Griekenland als daarbuiten). Daarenboven schreef hij de muziek voor nog eens een vijftigtal theaterstukken. In het buitenland is hij vooral bekend als de man die gedurende twintig jaar zowat alle arrangementen maakte voor de muziek van Manos Hadjidakis. Maar, hij is ook hofleverancier van muziek voor zowat alle grote namen in Griekenland: Yannatou, Farandouri, Alexiou, enzovoorts. Behalve de eerder Westerse klassiek gerichte muziek, heeft Nikos een ijzersterke reputatie in zijn composities die naar het Oosten kijken. Nauw verwant met de zigeunermuziek (zie zijn CD ‘Rom’), de muziek uit Klein-Azië en de rebetiko. Het is een selectie uit dat werk dat hij in Brugge aan het publiek zal voorstellen. Daarvoor brengt hij niet alleen het kruim van de Griekse muzikanten mee, hij kan ook beroep doen op de glasheldere en betoverende stem van ondermeer Lizeta Kalimeri. Nikos dirigeert zijn muzikanten en stemmen in een speciaal programma dat voor de eerste keer in België te horen is.


bron: www.rembetika.org  -  foto: www.cultureguide.gr

vorig magazine