De Grieks-Orthodoxe Kerken in Egypte waren van oudsher de essentiële plaatsen van bijeenkomsten voor de grote kerkelijke feesten, de vieringen van de nationale feest-dagen en de sociale en familiale plechtigheden van de Griekse gemeenschap.
In de 16de eeuw bevonden zich vier van de zeven Orthodoxe Kerken in Egypte zich in Kaïro en waren de andere te vinden in Alexandrië, Rosetti en Damieti. Toen de Griekse gemeenschap zijn activiteiten weer opnam aan het begin van de 20ste eeuw lagen de vier stokoude en historische Grieks-Orthodoxe Kerken veraf van het zich snel ontwikkelende stadscentrum. Het was nodig een nieuwe, grote Kerk te bouwen voor de Griekse families die gestaag verhuisden naar dit centraal gelegen deel van Kaïro.
De Kerk van de HH. Konstantijn en Eleni in de BULAQ-wijk.
Kleine en grote giften van de welstellende Grieken, die bereidwillig alle werken van de Griekse gemeenschap steunden, maakten de bouw van deze Kerk mogelijk. De eerste steen werd gelegd in 1906 en Nestor Tsanaklis zorgde voor de afwerking. Het waren de topjaren van de evolutie van de Griekse parochie. Bij de inzegening van de Kerk in 1914 was een massa volk, verspreid over het schitterend bouwwerk, de hekkens en de omliggende straten, aanwezig. Het interieur van de Kerk is in Grieks-Byzantijnse stijl.
De Kathedraal van de Heilige Nikolaas in de wijk XAMZAOUI.
Midden in de Islamitische wijk van Kaïro en dichtbij de AL AZCHAR-Universiteit, wordt beschouwd als de oudste Orthodoxe Kerk van Kaïro. Ze dateert uit de 14de eeuw en was het belangrijkst centrum van het Christendom ten tijde dat de Grieken in het buitenland enkel hun godsdienstige leiders hadden om hen te beschermen. Het was de zetel van het Patriarchaat van Alexandrië, waar steeds de mooiste kerkdiensten werden opgedragen, de priesterwijdingen en de begrafenissen van de Patriarchen plaats vonden. De simpele buitenarchitectuur gaat passend over in een weelderig interieur met onschatbare handgemaakte snuisterijen, iconen en muurschilderingen. De administratie van het Grieks-Orthodoxe Patriarchaat van Alexandrië ligt dicht bij de Kerk en werd in 1933 gesticht door de Patriarch Meletios Metaksakis.
De Kerk van het Klooster van de Heilige Georgios in het oude stadsgedeelte van Kaïro (MASR EL QADIMA)
Het Klooster dateert uit de 12de eeuw. De Kerk werd heropgebouwd in 1909 door de Patriach Fotios. De trap en de zuilengalerij werden weder op gebouwd in 1948 door de Patriarch Christoforos de Tweede. Links van de Kerk strekt zich het oudste en grootste Grieks-Orthodoxe kerkhof van Egypte uit. Voor de Griekse, en uiteraard ook voor de Koptische gelovigen was de Kerk van de Heilige Georgios steeds het meest emotionele en geliefde bedevaardsoord, meer bepaald op 23 april, de naamdag van de Heilige. Reeds op de vooravond van het feest stroomden duizenden bedevaarders uit alle hoeken van Egypte toe om vroom te bidden voor het ikoon van de Heilige (MARI GERGES). Ook op de vooravond van Goede Vrijdag brengen hele families de dag door met kerkdiensten, bloemen en samenscholingen aan de graven en de Kerk van O.L.V.-hemelvaart, die zich in het midden van de begraafplaats bevindt. Het kerkhof met de oude, maar buitengewoon mooie graven, blijft dan ook open voor de bedevaarders. In de catacomben van het klooster is het kerkje van de Heilige Veertig Martelaren nog in gebruik.
De Kerk van de Heilige Panteleimon
In de tuin van het Grieks hospitaal van Kaïro ligt in de wijk ABBASEYA en werd gesticht in 1912 door Evangelos en Konstantinos Achillopoulos.
De Kerk van de Heilige Anargyri
(Kosmas en Damianus, 1 juli) in de wijk SHUBRA werd opgericht in 1928 door de Patriarch Meletios Metaksakis.
De Kerk van de Presentatie van Maria in de Tempel (21 november) in Ilioupolis (MASR EL GEDIDA)
Bevindt zich samen met de faculteit Achillopoulou en het Griekse huis van Iliopoulis in de gebouwen van een Spetseropoulos-weeshuis. De Kerk dateert van 1928 en werd opgericht door Jorjios Spetseropoulos.
Kerk van de Allerheiligste Moeder Gods op het SALAH EL DIN-plein te Ilioupolis
(MASR EL GEDIDA) ontstond in 1925 door toedoen van de Patriarch Fotios. De Kerk was steeds de meest geliefde Kerk van de Heilige Maagd Maria voor de talrijke Griekse gemeenschap die leefde in de grote en modernere voorstad van Kaïro.
De Kerk van de Heilige Dimitrios
Bevindt zich in een door de aangeplantte bomen schaduwrijke omgeving in de voorstad ZEITOUN, werd opgericht in 1925 en is het werk van de broers Markos en Filippos Filippou. Op basis van de wondermooie iconen van het interieur wordt de Kerk gedateerd uit 1905.
De Kerk van de Heilige Katerina op het EL DAHER-plein
Is erkend als de officiële en gesponserde Kerk van de klooster van Sina. De oprichting wordt bepaald op 1899. Hier kunnen de bedevaarders een speciale machtiging voor een overnachting in de Heilig Klooster van Sina krijgen.
De Kerk van de Heilige Spiridon in de voorstad XELOUAN
33 kilometer buiten Kaïro, is in gebruik sinds 1930 en was zonder twijfel het bedevaartsoord voor families, vrienden-kringen en scholen van de Griekse gemeenschap.
Tot op vandaag getuigen de stille en goed onderhouden Grieks-Orthodoxe Kerken van het Hellenisme, dat reeds meer dan een eeuw leeft in het bevriende land aan de Nijl.
artikel verscheen in het tijdschrift Evroparatiritis, februari 2002, bladzijde 16
Vertaling door Jean-Marie Petyt
En waarom niet met de auto (naar Griekenland)
We zijn zo gewoon met het vliegtuig naar Griekenland te reizen dat we zelfs vergeten zijn dat het heel eenvoudig met de auto kan. Ja, zal je me zeggen, maar het duurt lang, is vermoeiend en toch 2300 km ver (tot Patras). Akkoord, maar denk toch even na. Het is een kwestie van gevoel. Sommigen denken dat ze pas met verlof zijn wanneer ze uit een vliegtuig stappen.
Ik ben met verlof wanneer ik mijn auto start. Maar denk vooral niet dat ik een slaaf van dit vervoermiddel word. Ik zal het hier proberen uit te leggen: een slaaf rijdt 1.400 à 1.900 kilometers praktisch zonder stoppen, is zenuwachtig om zijn boot niet te missen en komt doodmoe aan, een dertigtal uren na zijn vertrek. Wie het op een meer aangename manier wil doen, doet liever als volgt.
Eerst door onze Ardennen tot Luxemburg en dan Frankrijk via de Vogezen met mooi uitzicht op de verschillende 'ballons' tot in Mulhouse. Allerlei kleine stops zijn mogelijk in Metz, Nancy (Stanislasplein), Mulhouse (Frans spoorwegmuseum), en na een paar uur ben je al in Italië.
Ofwel volg je de noordelijke weg, ofwel rijdt je naar het zuiden. Beide routes zijn even interessant.
De noordelijke weg leidt naar Venetië en biedt je de gelegenheid het Garda-meer te bewonderen, Verona met haar romeinse arena, één van de grootste van Italië en nog altijd in gebruik, haar typische gebouwen van de streek en het paleis en het graf van Romeo en Julia aan te doen, Padua te bezoeken en even te genieten van een kort oponthoud in Ravenna om er de fantastische mozaïeken te bekijken.
De zuidelijke route gaat over Milaan, Modena, Bologna, een zeer interessant centrum met onder andere de fontein waarvan Leopold II een replica in Laken liet bouwen, naast het Chinees Paviljoen, naar Rimini en de Adriatische kust, met intussen misschien een kort oponthoud in San-Marino, een oude bergachtige stad binnen de muren van haar middeleeuws kasteel en verder naar Ancona.
In Venetië of Ancona begint dan je cruise naar Griekenland. (Ancona-Patras, 21 uren en 950 km of Venetië-Patras, 27 uren en 1.150 kilometer). Nieuwe moderne Griekse schepen en Griekse gerechten aan boord. (luxe restaurant of self-service), zwembad, zonnedek en noem maar op. En de blauwe zee. De Adriatische zee tot in Korfoe en Igoumenitsa waar sommigen van boord gaan, vervolgens de Ionische zee langs de Griekse kust en de tientallen eilanden met o.a. Ithaka en Kefalonia tot aan de golf van Patras waar we het schip verlaten en ...
Maar dat is een andere geschiedenis.
A. Yannakas
We landen op Rhodos, samen met een richting bus valiezen zeulende horde toeristen die geselecteerd worden naargelang het aantal sterren op hun voucher.
Gehaast zijn we niet, trekken met ons rugzakje richting Paradissi waar we een kamer huren voor één nacht en in de taverna mogen proeven van… de meze (?) en de gastvrijheid. Zeven tafeltjes binnen, twee op de stoep en twee aan de overkant. Eindelijk, we zijn thuis.
Met een kleine kater vertrekken we vroeg in de morgen richting luchthaven waar we de vlieger moeten nemen richting Karpathos. Een gammel propellervliegtuigje staat ons in volle glorie op te wachten, 17 man en het bakje zit vol! Duwen en sjorren om de bagage in het laadruim te krijgen! Gebukt lopen we in het nauwe gangetje van het vliegtuig en nemen plaats op een kramiekel stoeltje. De cockpit is van de rest afgesloten met een drapperijtje dat z’n beste jaren heeft gekend. Spontaan kijk ik naar de vloer of er geen gaten zijn.
Karpathos verwelkomt ons met een stralende zon en een charmante ‘taxi-driver’ die ons naar Anna en Vasilios brengt. Arkassa! Een lieflijk dorp en een goddelijke Anna die ons verwelkomt met koffie en verse vijgen. Het doet deugd…
Ontbijten op het terras met Anna en Vasilios is een feest op zich, we voelen niet alleen de warmte van de zon… In de kapel van Finiki branden we twee kaarsjes,voor de thuisblijvers, weet je wel…..
Finiki is de uitgelezen plaats om vers gevangen gebakken visjes te verorberen en al is het nog drie kilometer wandelen tot ons pension, het stoort ons niet want we genieten intens van de prachtige sterrenhemel en het gezang van de duizenden krekels…
De volgende dag snorren we met onze volautomatische Yamaha het eiland af. Bij kaap Proni begint ons machientje ferm te stinken en haakt af. Terwijl we daar een hutspotje tot ons nemen koelt het motortje af en voert ons verder door de prachtige landschappen. Lefkos, Mesohori, Spoa… Amaai m’n achterste! Onverharde weg om Apela en Mertonas een bezoek te brengen. Wanneer we ’s avonds op het marktpleintje van Arkassa een souvlaki tot ons nemen beeft de aarde eventjes, is er heel eventjes paniek, maar kort daarop gaat het leven verder…. Hier, op het pleintje is er geen bioscoop, hebben we geen tv maar we ontmoeten fantastische mensen en ervaren vriendschap. We lachen, drinken en bij elke slok zeggen we ‘yammas’.
De volgende dag verwennen we onszelf met een luie dag. Zonnen aan het strand,’s middags verse groentesoep met soepvlees en brood in de taverna, de ‘commissies’ doen voor Anna en Vasilios, douchen, tanden poetsen, naar toilet gaan, eigenlijk niets om over te schrijven maar toch een heerlijke dag. Onze klim naar het topje van de rots van Palio Kastro was bijna slecht afgelopen. André struikelde en viel op 20 centimeter van de afgrond van een watervergaarbak van onze voorouders! (3 meter diep). De avond brengen we door op het marktpleintje van Arkassa met retsina en souvlaki. Het plein heeft amper een diameter van 20 meter en gans het dorpsleven speelt er zich af. Moest ik een schrijver zijn dan zou ik schrijven over het leven van de straathonden en de zwerfkatten die hier ’s avonds elkaar ontmoeten. Trouw, ontrouw en jaloezie… een wereld zoals die van ons maar dan zonder hypocrisie. Bovenop de daken van de huisjes hier op het eiland staan metalen vogels op de schoorsteen, een soort rookafzuigers. We zouden er dolgraag eentje meenemen naar huis. Probleem is dat we niet weten waar we die kunnen kopen en we hier toch met een serieus communicatieprobleem te kampen hebben. In het winkeltje maak ik een tekeningetje van zo’n vogel en raak!!! Men heeft ons begrepen maar… de vriendelijke dame moet ons teleurstellen… ze zijn niet te koop, "wij, Grieken", vertelt ze ons, "eten geen vogels…." We volharden, krijgen uiteindelijk als antwoord van de zoon des huizes dat we er best eentje stelen aangezien er toch geen politie is. En…we volharden, nemen de bus naar Pigadia, stappen met ons tekeningetje een doe het zelf zaak binnen, krijgen het adres van een groothandel in bouwmaterialen, nemen een taxi daar naartoe en ja hoor!!!!
Dolgelukkig met onze Pedro keren we terug naar Arkassa waar Anna ons opwacht met een verrassingsmaaltijd. Koude aardappelen vermengd met verschillende soorten bonen, overgoten met olijfolie en een looksaus die aan de ribben hangt. Na een lange wandeling in de bergen en het bezoek aan een dorp dat niet op de kaart staat en waarvan ik de naam vergeten ben, ga ik ‘s avonds met Vasilios de geiten en de schapen voederen. Ik was bijna vergeten hoe kleine dingen zo’n groot gevoel van intens geluk kunnen geven.
De dag van afscheid nemen is droevig. Frieda, onze lieve straathond die ons overal vergezelde, Harry, de dichter, Michalis, Anna, Vasilios….
Het gammele vliegtuigje staat ons op te wachten maar we zijn gerust deze keer, Anna heeft ons verteld dat het vliegmachien nog nooit is neergestort en al oneindig lang vliegt!
Martine Labbeke
Het donkert
en ze slentert
bijna de illusie voorbij
maar houdt halt
om door het wazige venster
naar binnen te gluren.
Ze ziet
hoe hij haar vingers aanraakt,
ze hoort hem
z’n tederheid fluisteren,
bijna onhoorbaar zacht.
Een illusie
vol hemelse muziek
en gedempte stemmen
omhuld door sigarettenrook
en de geur van parafine.
Herinneringen walsen voorbij
en vullen hun harten
tot een kolkende passie.
Ze schrikt,
wanneer ze plots
in een hoekje verscholen
de boeman ziet grinniken,
de hartendief.
En ze slentert verder,
alsmaar verder weg
van de illusie
waar de tijd
heel eventjes
was stil blijven staan.
Martine Labbeke

De modernisatie van de Griekse spoorwegen - deel II
De elektrificatiewerken van Thessaloniki naar de Joegoslavische grens sleepten gedurende vele jaren aan. Toen in het begin van 2000 de bovenleiding met een spanning van 25 kV geactiveerd werd, reden er nog slechts enkele goederentreinen en lokale treinen naar Skopje. Sedert 2001 zijn de verbindingen Thessaloniki - Beograd in ere hersteld met de "Hellas-Express". Er bestaan plannen om het spoor te ontdubbelen op het centrale deel van de lijn,
alsook op het zuidelijke deel. Beide delen hebben een zachter topografisch profiel. De beslissing laat nog op zich wachten wegens politieke redenen.Voor deze elektrificatie kocht de OSE een reeks van zes lokomotieven van de Siemens Eurosprinter-familie. Zulke machines doen reeds dienst in Spanje (RENFE reeks 252) en Portugal (CP reeks 5600) en werden recent ook in Duitsland (DB reeks 152) en Oostenrijk (ÖBB reeksen 1016 / 1116) in gebruik genomen. Ze werden geleverd door Siemens / Krauss-Maffei aan het einde van 1997. De Griekse "Hellas-Sprinters" zijn genummerd van H-561 tot 566, ontwikkelen een vermogen van 5.000 kW en kunnen 200 km/u rijden. (zie foto hieronder - foto Tomas Meyer-Eppler)

De inspanningen van de OSE waren vooral geconcentreerd op de vernieuwing van de hoofdader Athene - Thessaloniki (510 kilometer). Deze lijn wordt uitgerust voor snelheden van 200 km/u. Hiervoor moet het tracé gecorrigeerd worden en worden er een tweede spoor en bovenleidingen aangelegd. Eén derde van de lijn (Athene - Tithorea), het zuidelijke deel, stelt geen problemen en is reeds enkele jaren uitgerust met een tweede spoor. De noordelijke sectie (Thessaloniki - Larissa) kent twee problemen: de zone Platamonas (tussen het strand en de bergwand) (zie foto) laat weinig plaats voor de sporen; zuidwaarts is er de smalle vallei van Tembi die uiterst bochtig is. Op deze twee secties werden er tunnels geboord en zijn bijna klaar. Lange spoorsecties werden heraangelegd en rechtgetrokken. Ook de bochten werden heraangelegd met een minimum boogstraal van 2.000 meter, wat tijdswinst betekent. De vele werven hinderen echter de InterCity's, want hun toegestane snelheid wordt er bij de doortocht beperkt tot... 10 km/u. Tijdens deze werken werden er vele overwegen verwijderd en vervangen door bruggen.

De loc die deze trein sleept werd in 1962 door de OSE aangekocht. In 1997 werd deze Amerikaans ogende maar in Spanje gebouwde loc gerestaureerd; ze wordt ingezet voor speciale treinen. We zien ze hier te Platamonas. De sporen bevinden zich tussen bergwand en strand. In 2002 zal dit trajekt in een tunnel verdwijnen, wegens de vele mensen die de sporen oversteken om naar het strand te gaan.
De heraanleg van de centrale sectie tussen Larissa en Tithorea stelt de OSE voor de grootste problemen.
De treinen die van het Noorden komen, moeten het bergmassief van Othris overschrijden. Onmiddellijk na het massief komt de lijn uit in het kruisingsstation van Lianokladion, ter hoogte van de zeespiegel, waarna er terug een massief, dat van Kallidromo, moet worden doorkruist. De lijn daalt af van de Othris (580 meter boven de zeespiegel) met hellingen tot 2,8 procent tot op het niveau van de zeespiegel, om onmiddellijk daarna 370 meter te klimmen voor het massief van Kallidromo. Vele kunstwerken werden verwezenlijkt op deze sektie. Voor Athene wordt het massief van Parnassa omzeild; dit is een zeer kronkelige sectie.
De tunnel van het massief van Kallidromo is reeds halfweg verwezenlijkt. Daarentegen duiken er financiëringsproblemen op voor deze van het Othrismassief. In de loop van de jaren '80 werden er twee andere oplossingen gesuggereerd: het graven van een basistunnel van 30 kilometer onder het massief (niet weerhouden wegens - eens te meer - financiële redenen) of het graven van een korte, enkelsporige tunnel met een sterkere hellingsgraad. In dat geval moet het spoor dat door het massief loopt, behouden blijven om veiligheidsredenen, wat ook weer extra kosten met zich brengt.
Op dit ogenblik heeft de elektrificatie zich verder gezet tot in Domokos, net vóór het massief. Bijna overal zijn er al bovenleidingspalen geplaatst. De overschakeling van de traktievorm is echter nog niet beslist: ofwel worden de lokomotieven omgewisseld, ofwel wordt er een diesellokomotief voor het elektrisch motorstel geplaatst.
Wat verder zuidwaarts en te Lianokladion is de elektrificatie nog niet zo ver gevorderd. Er zijn slechts weinig bovenleidingspalen en de dielseltractie zal er nog een tijdje heersen.
Op dit ogenblik - dankzij de heraanleg van de sporen - bedraagt de totale reisduur van het traject Athene - Thessaloniki slechts 5u30. Vóór 1989 en vóór de ingebruikname van de snelle IC-motorstellen bedroeg de reisduur een ruime 7u30.

Het stationnetje van Aviona, tussen Larissa en Piraeus. (foto Jean-Luc Vanderhaegen)
In het noordoosten van Griekenland, in Macedonië en in Thracië, zijn het aantal correcties aan de sporen minder talrijk. De Oost-West-hoofdas (555 kilometer) tussen Thessaloniki, de tweede grootste stad van Griekenland, en Pithion aan de Turkse grens, blijft enkelsporig. Op dit trajekt werden vele bochten van een ruimere boogstraal voorzien, zodat de snelheid progressief opgeschroefd kan worden van 80 naar 160 km/u .
Langsheen de Noord-Zuid-hoofdas werd de smalspoorlijn van Paleofarsalos naar Kalambaka (de stad van de beroemde kloosters op de rotswanden, "Meteoren") heraangelegd met normaalspoor. De sectie tussen Paleofarsalos en Karditsa werd in maart 2000 opnieuw in gebruik genomen, de oostelijke sectie tot in Kalambaka kwam in juni 2001 opnieuw in dienst. Dagelijks rijden er vijf regionale treinen; drie van hen maken de verbinding met Larissa en één IC is afkomstig van Athene. Daarentegen werd in 1998 de smalspoorlijn tussen Paleofarsalos en het havenstadje Volos gesloten, blijkbaar zelfs definitief.

Een loc A302 van Amerikaans / Spaanse komaf kruist een Hongaars Ganz-Mavag motorstel AA96 in het Griekse stationnetje van Katerini (foto Tomas Meyer-Eppler)
Op lange termijn wil de OSE nieuwe lijnen gaan creëren. Twee daarvan zullen vertrekken vanuit Kalambaka.
De eerste lijn zou de verbinding maken met het havenstadje Igoumenitsa aan de Adriatische Zee. Deze lijn van 150 kilometer zal enkelsporig zijn en er is elektrificatie voorzien en zal geschikt zijn voor snelheden van 120 km/u en meer. De haven van Igoumenitsa zal van de nodige installaties voorzien worden om treinferry-verkeer te behandelen.
De tweede lijn zal naar de stad Kozani leiden. Op die manier wordt er een cirkel gecreëerd: Kalambaka - Kozani - Plati - Larissa - Paleofarsalos - Kalambaka.
Ten behoeve van het voorstadsverkeer zijn er nieuwe spoorlijnen in aanleg. Eén ervan zal de verbinding maken met de nieuwe luchthaven van Spata, ten oosten van Athene. De nieuwe lijnen zouden geopend moeten worden in 2004, vóór de opening van de Olympische Spelen.
Op dit ogenblik wordt het tracé van de smalspoorlijn van de Peloponnesos aangepast. De beslissing voor een omzetting naar normaalspoor is echter nog niet gevallen. Het is mogelijk dat er een derde spoorstaaf wordt bijgelegd waardoor zowel smal- als normaalsporig verkeer mogelijk wordt.
Een nieuwe lijn zal worden aangelegd tussen Athene en het afgelegen Korinthe. Gezien de topografische situatie zal de lijn het oude tracé tot Patras volgen waarbij verschillende woonkernen doorlopen worden. De bevolking ziet echter het nut van deze snelle spoorverbinding niet in en verzet zich met klem tegen de aanleg van deze lijn.

In 1989 kocht de OSE twintig diesel-hydraulische tweedehandslocomotieven van de Duitse spoorwegen over en ze werden hoofdzakelijk ingezet op de hoofdas Athene - Thessaloniki. Zez bleken erg storing-gevoelig en werden 10 jaar later geschrapt. Op de foto hierboven verlaat de trein 1511 Larissa - Piraeus het station van Aviona - Foto Jean-Luc Vanderhaegen. (TSP)
Wat het rollend materieel betreft heeft de OSE ambitieuze plannen: er wordt eerstkomend een levering van 29 lagevloermotorstellen van het type "GTW 2/6" verwacht, waarvan zeventien normaalsporige eenheden ten behoeve van de Atheense voorstadsdiensten en twaalf smalsporige eenheden voor de lijn van de Pelopon-nesos. Deze motorwagens worden door het Zwitserse Stadler ontworpen en worden gebouwd door ADTranz / Bombardier / Hellenic Shipyards. In de loop van 2002 worden ook 20 nieuwe elektrische motorstellen Siemens Desiro geleverd en ingezet tussen Athene en Thessaloniki.
met dank aan TSP
overgenomen uit "Op de baan"
nr. 49 - maart 2002
Wie heeft er nog niet gehoord dat stukken van het Parthenon, en dus van de Acropolis, uit Athene zich bevinden in het British Museum . Wie de geschiedenis van deze roof van sculpturen nog niet kent, vindt hieronder een kleine samenvatting.

De friezen werden door Lord Elgin in het begin van de 19de eeuw, exact in 1802, naar Engeland overgebracht. Sindsdien zijn ze bekend als de "Elgin Marbles". Het zijn immers klassieke marmeren sculpturen en architectonische onderdelen van de Acropolis.
Deze Lord Elgin had van de Turkse overheid de toestemming gekregen om de antieke resten te onderzoeken en er gipsafgietsels van te maken. Doch hij misbruikte dit recht om de objecten te ontvreemden en mee te nemen naar zijn land.
Reeds sinds 1982 ijvert de Griekse regering fervent voor de teruggave van de stukken. Melina Mercouri lag aan de basis van deze eis, toen zij Minister van Cultuur was. Sindsdien zijn de verwoede pogingen om de stukken terug richting Griekenland te krijgen steeds op een onverbiddelijk veto gestoten. In een vorig nummer van het ledenblad kon u lezen dat beroemdheden zoals Sean Connery en Vanessa Redgrave een actie zijn gestart. Twee Belgische senatoren, namelijk François Roelants Du Vivier en Paul Wille, steunen deze actie volkomen.
Diverse websites:
www.synec-doc.be/parthenon/nl/index.html
www.uk.digiserve.com/mentor/frises/index.htm
www.parthenonmarblesuk.com/parthenon2004/index1.php
Jean-Marie Petyt
Prelou/dio
An h melagxoli/a ei/nai po/noj xwri/j odu/nh
to/te h nu/xta ei/nai mia ash/manth ekdromh/.
Ka/ti ela/xista perisso/tero apo/ to ti/pote.
Ki o/mwj mou di/nei
o/la o/sa xreia/zetai gia na proxwrh/sei
kanei/j. Qe/lw na pw, thn porfurh/ stigmh/
t / ouranou/ o/tan chmerw/nei.
H ka/poia du/sh
me anupe/rblhta xrw/mata. Alla/ kai h me/ra
gia li/go mo/no cefeu/gei apo/ th rwgmh/
tou mhdeno/j. Ki o/mwj to li/go auto/ ecalei/fei
th rwgmh/ pe/ra wj pe/ra.
Na/soj Bagena/j - Apo/ th sullogh/ BARBARES WRES
Prelude
Als melancholie pijn zonder smart is
is de nacht een trip zonder betekenis.
Iets weinig meer dan niets.
En toch geeft het mij
al wat iemand nodig heeft om vooruit te
komen. Ik bedoel, de purperen schijn
aan de hemel bij dageraad.
Een of andere zonsondergang
vol wondermooie kleuren. Maar ook de dag
ontwijkt voor even de barst van het
niets. En toch maakt dat kleine beetje
de barst minder en minder zichtbaar.
Nasos Vajenas - Uit de bundel BARBAARSE ODES
vertaling: Jean-Marie Petyt

Aankoop-Verkoop- Ruil- Herstellen van muziekinstrumenten. Telkens weer test mijnheer Achilleas met zijn
vrienden de snaren. Uiteindelijk blijf je aan de deur plakken. Waar moet je heen, als je je plots temidden muziek bevindt.Op een regenachtige avond aan het wandelen vond ik onderdak in een kleine winkel vol muziek, muziekinstrumenten die al of niet moeten worden hersteld.
De werkende muzikanten rond een tafel rookten een sigaret en probeerden de klanken van muziekinstrumenten te herstellen.
Ik ging bij hen zitten, ze boden me wijn aan. Het was opeens een andere dag, een andere ervaring. Je beseft dat een wonder gebeurt telkens een muziekinstrument wordt hersteld en de klank ervan je toespreekt. Het is niet meer dan dat, maar op mij maakte het wel indruk.
Vertaling door Jean-Marie Petyt van een artikel uit de zondagskrant "
Kuriaka/tikh" van 28-29 oktober 2000,geschreven door Fofo Basilakaki
Ena bra/du pou /brexe...
Agore/j- pwlh/seij - antallage/j - episkeue/j mousikw/n orga/nwn. Kai ka/qe to/so o ku/rioj Axille/aj me touj fi/louj tou dokima/zei tij xorde/j. Sto te/loj, me/neij kollhme/nh sthn po/rta, giati/, pou/ na paj, o/tan breqei/j cafnika/ me/sa sth mousikh/ ;
Perpatw/ntaj e/na bra/du pou e/brexe, brh/ka ste/gh se e/na mikro/ magazi// pou asxolei/tai me th mousikh/, me ta mousika/ o/rgana kai me auta/ pou qe/loun episkeuh/.
Oi ergazo/menoi mousikoi/ gu/rw apo/ e/na trape/zi ka/pnizan ta tsiga/ra touj kai prospaqou/san na episkeua/soun kai touj h/xouj twn mousikw/n orga/nwn
Ka/qisa konta/ touj, mou dw/sane krasi/ ki h/tan mia alliw/tikh me/ra kai mia alliw/tikh gnwrimi/a, e/niwqej de, o/ti gino/tan e/na qau/ma ka/qe fora/ pou e/na o/rgano episkeuazo/tan kai sou milou/se me ton h/xo tou. Auto/ ei/nai o/lo, alla/ eme/na me entupwsi/ase.
Apo/ thn efhmeri/da "Kuriaka/tikh", 28-29 Oktwbri/ou 2000
A/rqro thj Fo/fou Basilaka/kh.
In een Grieks restaurant stap je niet binnen om in zeven haasten je bord leeg te eten en na een half uurtje alweer op straat te staan. Nee, voor de Grieken horen eten, drinken, praten en dansen onlosmakelijk bij elkaar en dat vult de hele avond. Vaak ook nog een stuk van de nacht.
Dit is een kleine handleiding in goede tafelmanieren:
- Eten is iets wat je samen doet. Ga dus niet alleen naar het restaurant, maar trom-mel familie, vrienden of kennissen op.
- Ga niet te vroeg. 21 u. is het ideale tijdstip om een Grieks restaurant binnen te vallen.
- Aperitieven doe je met ouzo, al dan niet verdund met water en ijs.
- Voor elk een apart voorgerecht, je is taboe. Je bestelt dus best een meze en dan krijg je een hele reeks schoteltjes op tafel, met allerlei lekkere hapjes zoals olijven, fetakaas, tarama, tzatziki of dolmas. Het is natuurlijk de bedoeling dat iedereen van alles een beetje eet of toch minstens even proeft.
- Als hoofdschotel eten de Grieken graag lamsvlees. Als spiesjes of medaillon, in stoofpotjes of als gehakt in paprika's en tomaten (yemistes), als keftedes (gehaktballetjes) of moussaka. Ook schapenvlees en geitenvlees zijn populair. Zelf vinden ze arnaki sti gastra, een ovengerecht, formidabel.
- Bij al dat lekkers hoort een zonnige, fruitige wijn. Een rode boutari bijvoorbeeld, maar er zijn nog zoveel andere smaakvolle soorten.
- Muziek mag zeker niet ontbreken. Geen neutrale achtergronddeuntjes, maar wel bouzoukispelers die aan je tafel hun opgewekte liedjes komen spelen en je uitnodigen om te dansen.
- Na een mierzoet dessert strek je de benen en dans je de sirtaki, of je doet op zijn minst een poging. Je kan natuurlijk ook altijd de dansers aanmoedigen met ritmisch handgeklap. En laat het feest dan maar tot in de vroege uurtjes duren...

Tentoonstelling van Griekse schilderijen in Bredene
Stelios Nikolaidis
Van 5 mei tot en met 30 juni 2002 in zaal DE FAKKEL, Spuikomlaan 2 te Bredene / mini-tentoonstelling met werk van de Griekse Cyprioot Stelios Nikolaïdis.
Stelios Nikolaïdis werd geboren in 1950 in Limassol (of Lemessos in het Grieks) op het zonnige eiland Cyprus, dat toen nog een Britse kolonie was. In 1965, toen de incidenten tussen de Grieken en de Turken op Cyprus het karakter van een burgeroorlog begonnen aan te nemen, vertrok de familie van Stelios naar Londen, waar ze zich vestigden. Stelios studeerde er verpleegkunde. In 1972 keerde hij echter terug naar Cyprus om vrijwillig zijn legerdienst te doen. Als soldaat maakte hij in 1974 de inval van de Turken mee op zijn geboorte-eiland.
Na zijn legerdienst trok hij opnieuw naar Londen, waar hij wat in restaurants werkte. Omdat hij uitgekeken geraakte op Londen en omdat er hier vrienden van hem woonden, kwam hij na enige tijd in België wonen. Aanvankelijk werkte hij hier ook wat in restaurants, maar kwam uiteindelijk terecht bij yoghurtproducent MIK in Kruishoutem, waar hij tot vandaag nog steeds werkt als etuvist. In ons land leerde hij ook zijn echtgenote kennen, waar hij in 1980 mee huwde. Zij vestigden zich in het schilderachtige Kluisbergen, op de grens van Oost- en West-Vlaanderen.
Reeds van bij zijn aankomst hier in België was Stelios actief op artistiek gebied. Het begon met het naschilderen (olieverf op doek) van werken van bekende meesters onder het pseudoniem ‘Steve’ (in die tijd was een naam als Stelios blijkbaar moeilijk uit te spreken in België). Intussen werd hij her en der al eens gevraagd om een schilderij te maken voor een Grieks restaurant en begon aldus meer en meer Griekse taferelen te schilderen. De liefde voor zijn geboortestreek kwam steeds meer tot uiting in zijn werken. "Hij ziet soms zijn schilderijen liever dan zijn vrouw" zegt zijn echtgenote. Hoe dan ook, Stelios Nikolaïdis roept met zijn doeken de typische sfeer van Griekenland op. De combinatie van de gebruikte kleuren en de gekozen onderwerpen doet een mens wegdromen. Stelios schildert meestal landschappen en taferelen die hij ergens op een postkaartje vindt, maar hij schildert het nooit helemaal exact over. Hij geeft er steeds een eigen interpretatie aan. Hij begint er, naar eigen zeggen, niet aan als hij er geen eigen idee over heeft. Hij legt met andere woorden eigen accenten en soms zijn dat maar details. Zo gebeurt het dat hij op een schilderij een deur half laat openstaan omdat dit volgens hem beter past, omdat dit meer uitnodigend is. Dat uit zich ook in het gebruik van andere kleuren of een andere lichtinval.
Hoewel alle werken aanspreken, is het opvallendste stuk van de tentoonstelling van Stelios Nikolaïdis een groot werk, uitzonderlijk op paneel geschilderd, voorstellende "de blauwe dames". Het gaat om een kopie van een Minoïsch fresco van 1500 vóór Christus. waarvan een gedeelte werd teruggevonden bij opgravingen in het paleis van Knossos te Heraklion (Kreta). Het werk mag dan wel "de blauwe dames" heten, voor Stelios is dit geen reden om dit werk in het blauw uit te voeren zoals het origineel. Hij heeft er zijn eigen versie van gemaakt.
Voor de Griekenlandliefhebber is deze tentoonstelling beslist een aanrader, een prettig weerzien met zijn favoriete bestemming.
Sommige werken zijn te koop, anderen dan weer niet. Stelios werkt desgewenst ook op bestelling en schildert uw favoriet zichtje of een tafereel van een eigen foto.
Stelios Nikolaïdis
De Fakkel
Polletsestraat 15 - 9690 Kluisbergen
Spuikomlaan 2 - 8450 Bredene
055/38.51.88 - 059/32.51.85
Theodoros Grigoriadis werd in een dorp rond Kavala geboren in 1956. Hij studeerde Engels aan de Universiteit van Thessaloniki. In de jaren ’90 schreef hij vier romans en enkele kortverhalen, hij publiceert artikels in kranten en tijdschriften. Met de openbare bibliotheek van Serres werkt hij nauw samen om Griekse en vreemde auteurs meer bekendheid te geven. De lompenman is zijn in 2001 verschenen roman, die nog niet werd vertaald.
Partali is een Turks woord en verwijst naar een persoon die zich bij voorkeur hult in kleren, vervaardigd uit oudmodische stoffen. In dit verhaal loopt een dergelijk exemplaar, een manspersoon, aldus gekleed rond in de straten en steegjes van de wijk Vardari in Thessaloniki.
In het hiernavolgend fragment maakt de lezer kennis met een student filosofie aan de Universiteit van Thessaloniki, Manolis, die door zijn vrienden Manuel wordt genoemd, op het ogenblik dat hij tijdens een college geraakt wordt door de kracht van de poëzie. Zijn ouders zijn uitgeweken naar Berlijn, waar ze een restaurant uitbaten. Het voordragen van een gedicht door een professor maakt bij hem allerlei gedachten los, niet in het minst gaan zijn gedachten naar zijn ouders.
Zoals hij zat op de achterste rij van het amfitheater, genoot hij van de dichterlijke verzen, die de professor analyseerde. Als de stem van de professor maar ietsje welluidender klonk, dan zou het nog...... Niet hier, dat hij het maar niet moet meemaken, waar zou hij naartoe moeten nadien... Bovendien kraken de houten plaatsen verschrikkelijk. In het halflege amfitheater hadden de verzen een vreemde, maar niet onbegrijpelijke klank. Deze professor leek hem menselijker dan die paar anderen, die zich als academici voordeden.
Hij keek naar buiten door de grote vensterramen. Het licht kwam amper binnen, er was wat bewolking. De goed onderhouden plantenrijkdom in de tuin met hun donker gebladerte. Het gedicht zou kunnen gaan over een tuin, misschien ook niet, Papatsonis zei hem niets als naam, hij hoorde de naam van de persoon voor het eerst. Eens te meer was hij er zich van bewust dat de zes jaren op het gymnasium hem niets hadden geleerd over wat hij nu hoorde.
Spontaan begonnen beelden uit zijn fantasie zich te identificeren met de voordracht van professor Savvidis, die plots ophield met spreken en zijn neus snoot in een dermate grote zakdoek, dat hij heel wat tijd nodig had om hem na gebruik in zijn broekzak op te bergen.
Vrolijkheid nam de overhand bij de toehoorders. Een tweetal meisjeshoofden draaiden zich om en het gezwollen hoofd van een dikkertje, die hij wel zag zitten, tekende zich af. Hier zat ik niet bij Maria, die was als een standbeeldje... Zij boog voorover en zei iets tegen haar buurmeisje met weelderige haardos. Daarna draaiden ze zich allebei opnieuw om, om hem te zien.
Hij kreeg het gevoel dat het beter zou zijn, als hij op de banken van de tuin van de faculteit Filosofie of in de tuin van hun eigen huis zou zitten in plaats van in dit amfitheater. Ver van de afgesneden stroom, vergaf hij het zichzelf niet dat het onkruid in de voortuin omhoogschoot en dat de bloemen enkel werden besproeid door enkele druppels regen of wanneer de bedroefde Thalia vol haat een emmer water er over heen kletste. Was het gehele huis misschien niet gehuld in verdriet? De zomer zou het weer gaan leven. Hoeveel feesten werden hier niet gehouden, wanneer ze verjaarde. Taverne en huis werden één, waar je haar zag.
Een blije moeder die voortdurend zong en haar echtgenoot die zogezegd één en al goedheid rende om de mensen te bedienen. Waarom was de vader zo goed? Om goed te lijken? De vreugde begon zich verspreiden en sloeg over naar het kleine restaurant Socrates in Berlijn, waar arbeiders en onbekende passanten, die er slechts één keer kwamen, griechischen Suvlaki aten.
Op de foto zijn moeder die glimlacht, met een witte voorschoot. Bevallig leunend tegen de welgevulde koelkast, haar borsten gingen op en neer, het haar mooi gekamd; ze besteedde nooit eerder zoveel aandacht aan het kapsel. Zijn vader bezweet in de keuken. Zijn handen zullen vast en zeker bevuild van het bakken zijn, wanneer hij haar een keer streelde (voor de gebeurtenissen in de taverne). Zijn moeder riep: "wat zijn dit voor handen, heb je doornen geplukt?".
Geen enkele verwijzing in haar brief naar het huis waar ze sliepen wanneer ze er vermoeid toekwamen. Zouden ze met elkaar de liefde bedrijven? Vonden ze elkaar terug daar in de vreemde? Het ijzeren bed was toen tegen hen bestand. Hangt er een tapijt aan de muur? Hoe is het om op de veertiende verdieping te wonen? Men zegt dat vreemde gastarbeiders in zo’n armtierige gebouwen wonen. Torenhoge labyrinthachtige flatgebouwen. Stinkende gebouwen, de een naast de andere neergepoot. Geen enkele Duitser zou hier willen wonen.
Natuurlijk beantwoordt het niet aan onze verwachtingen, dat liet moeder verstaan langs de telefoon. Natuurlijk in die Gruppenstadt, waar ze woonden, woonden er enkel vreemdelingen, want ze zei dat je er kleine Turkjes ziet, hem eraan herinnerd dat ze zelfs in Duitsland zijn wijk niet miste. Haar stem had iets droevigs, ook al wist ze die droefheid te maskeren door een eerderopgewonden intonatie, die getuigde van een zeker fatsoen. In het dorp moest ze zich niet verzorgen, ze was er de koningin van haar buurt.
O Qeo/dwroj Grhgoria/dhj gennh/qhke konta/ sthn Kaba/la to 1956. Spouda/se Agglikh/ Filologi/a sto Panepisth/mio Qessaloni/khj. Sta /90 e/graye te/ssera muqistorh/mata kai mia sullogh/ dihghma/twn. Dhmosieu/ei kai a/rqra se efhmeri/dej kai periodika/. Sunerga/zetai me thn Dhmo/sia Kentrikh/ Biblioqh/kh Serrw/n na gnwri/sei to koino/ kalu/tera Ellhnej kai ce/nouj suggrafei/j. To Parta/li kuklofo/rhse to 2001 kai proj to paro/n den meta-
fra/sthke se a/llej glw/ssej.
H le/ch
"parta/li" proe/rxetai apo/ ta Tourkika/. Anafe/rei se ka/poion pou ntu/netai me paliomodi/tika/ fore/mata. Sthn istori/a auth/ e/na parta/li planie/tai stouj dro/mouj kai sta stena/ thj sunoiki/aj Bardari/ou thj Qessaloni/khj.Sto apo/spasma pou akolouqei/ o anagnw/sthj qa gnwri/zei ton spoudasth/ Filosofi/aj sto Panepisth/mio Qessaloni/khj, ton Mano/lh, pou oi fi/loi tou ton le/ne Manouh/l, th stigmh/ pou sugkinhqei/ auto/j apo/ th du/namh thj poi/hshj. Oi gonei/j tou metana/steusan sto Beroli/no o/pou a/noican e/na estiato/rio. H apaggeli/a eno/j poih/matoj apo/ ton kaqhghth/ tou tou fe/rnei ske/yeij, pou phgai/noun kai stouj gonei/j tou.
OPWS KAQOTAN STA PISW EDRANA tou amfiqea/trou, tou a/resan oi sti/xoi tou poih/matoj pou ane/lue o kaqhghth/j. An h fwnh/ tou kaqhghth/ h/tan ka/pwj pio o/morfh, qa mporou/se ako/mh kai... /Oxi me/sa, aj mhn to pa/qei, pw/j qa fu/gei meta/... /Ustera, tri/zoun to/so a/sxhma oi cu/linej qe/seij. Sto miso/adeio amfiqe/atro oi sti/xoi ecakolouqou/san na hxou/n para/cena alla/ o/xo para/taira. O kaqhghth/j auto/j tou faino/tan pio anqrw/pinoj apo/ ka/ti a/llouj, pou to e/paizan akadhmai=koi/.
Koi/tace e/cw apo/ ta pelw/ria para/qura. To fwj e/mpaine adu/namo, ei/xe sunnefia/. H paramelhme/nh bla/sthsh tou kh/pou me ta baria/ skou/ra fullw/mata. To poi/hma milou/se epi/shj gia e/nan kh/po, alla/ mporei/ kai o/xi, o Papatsw/nhj si/goura den tou e/lege ka/ti san o/noma, prw/th fora/ ton a/kouge.
Auqo/rmhta ka/poiej dike/j tou eiko/nej a/rxisan na tauti/zontai me thn apaggeli/a tou kaqhghth/ Sabbi/dh, pou cafnika/ stama/thse na mila/ei kai a/rxise na fusa/ei th mu/th tou me/sa se e/na manti/li to/so mega/lo, pou xreia/sthke w/ra gia na to summaze/yei sthn tse/ph tou.
Ilaro/thta epikra/thse sto akroath/rio, ka/na duo koritsi/stika kefa/kia gu/risan proj ta pi/sw kai cexw/rise to ogkw/dej kefa/li thj xontrou/laj pou ton gou/stare edw/ den ka/qisa sth Mari/a, pou h/tan san agalmata/ki...
Ekei/nh e/skuye kai ei/pe ka/ti sth diplanh/ thj, me ta gountwta/ mallia/, kai u/stera mazi/ kai oi duo canagu/risan na ton doun.
Aisqa/nqhke o/ti qa /tan kalu/tera, anti/ na bri/sketai sto amfiqe/atro, na ka/qetai sta pagka/kia ston kh/po thj Filosofhkh/j, h/ ston kh/po tou spitiou/ touj. Pe/ra apo/ to komme/no hlektriko/ reu/ma, de sugxwrou/se ston eauto/ tou o/ti yh/lwnan ta agrio/xorta sthn aulh/, o/ti ta loulou/dia poti/zontan mo/no sta yilobro/xia h/ an e/rixne kane/nan kouba/ nero/ me mi/soj h pikrame/nh Qa/leia. Mh/pwj o/mwj kai olo/klhro to spi/ti den h/tan bouthgme/no sth qli/yh; /Ante kai na zwnta/neue to kalokai/ri. Ti gle/ntia ei/xan gi/nei edw/ me/sa o/tan ekei/nh ei/xe th giorth/ thj, tabe/rna spi/ti gino/tan e/na, pou/ na thn e/blepej.
Mia kefa/th ma/na pou tragoudou/se sunexw/j kai o a/ntraj thj pou e/trexe dh/qen kalosu/natoj na ecuphreth/sei ton ko/smo. Giati/ h/tan to/so kalo/j o pate/raj; Gia na fai/netai kalo/j; H xara/ sporpi/sthke tw/ra - ma/llon metako/mise sto mikro/ estiato/rio Socrates sto beroli/no, o/pou e/trwgan griechischen Suvlaki erga/tej kai perastikoi/ a/gnwstoi, a/nqrw/poi thj miaj fora/j.
Sth fwtografi/a h mhte/ra tou xamogelasth/, me a/sprh podia/. Akoumpisme/nh sto ogkw/dej yugei/o me xa/rh, to sth/qoj thj cepetio/tan, to malli/ kaloxtenisme/no
- pote/ den paramelou/se to xte/nisma. O pate/raj tou sthn kouzi/na idrwme/noj. Ta xe/ria tou si/goura qa e/xoun sklhru/nei apo/ to yh/simo, o/tan th xa/ideue kamia/ fora/ ((prin apo/ ta epeiso/dia thj tabe/rnaj), ekei/nh fw/nace "ti xe/ria ei/nai auta/, agka/qia e/bgalej;"Kami/a anafora/ sto gra/mma thj gia to spi/ti o/pou koimou/ntai o/tan epistre/foun kourasme/noi. /Arage qa ka/noun erw/ta; Ta canabrh/kan metacu/ touj sthn cenitia/; To sidere/nio kreba/ti touj a/ntexe to/te. Qa e/xoun e/na tapi/ ston toi/xo; Pw/j na /nai na zeij sto de/kato te/tarto o/rofo; Le/ne o/ti oi ce/noi metana/stej me/noun se xa/lia kti/ria. Poluw/rofej, diadalw/deij polukatoiki/ej. Bromike/j, strimwgme/nej h mia di//pla sthn a/llh. Kane/naj Germanoj/ de qa katadexo/tan na mei/nei ekei/ me/sa.
Si/goura
"den ei/nai o/,ti perime/name", ka/ti te/toio a/fhse na ennohqei/ h ma/na tou apo/ to thle/fwno, kai si/goura s / auto/ to Ggkr/pioustat, o/pou e/menan, qa zou/san mo/non ce/noi, giati/ ekei/nh ei/pe "edw/ na deij Tourka/kia!", qumi/zontaj tou o/ti ako/mh kai sth Germani/a de sterh/qhke ta geitona/kia tou. H fwnh/ thj a/fhne mia lu/phsh, ki aj thn ka/lupte me e/na neuriko/ to/no - miaj dh/qen aghme/nhj aciopre/peiaj. Sto xwrio/ de xreiazo/tan na prospoiei/tai, h/tan arxo/ntissa sth geitonia/ thj.Vertaling door Jean-Marie Petyt
meta/frash apo/ ton Jean-Marie Petyt.
To Parta/li
verscheen bij uitgeverij Pataki, ISBN 960-378-966-6To Parta/li kuklofo/rhse stij ekdo/seij Pata/kh.
Eventjes verdwaald in de bossen van Karpathos
Die morgen nam ik de bus. Het vervoermiddel verbindt de hoofdstad Karpathos, die ook wel Pigadia wordt genoemd, met de dorpjes Othos en Pyles. De reisweg gaat langs Menetes, Aperi en Volada. Vandaag is het bijzonder druk op de bus: naast de ouderen die inkopen kwamen doen in de grote stad en de toeristen die dankbaar gebruik maken van het openbaar vervoer voor hun uitstap, stappen onderweg scholieren op die hun leerboeken voor het nieuwe schooljaar, dat de daaropvolgende maandag begint, hebben afgehaald. Ik, de vreemdeling, zie er dan ook wellicht nog vreemder uit met mijn halsdoek rond mijn hoofd geknoopt, ik gelijk op een piraat uit vervlogen tijden. Een oudere Griek, die ik mijn plaats wil afstaan, bedankt me vriendelijk voor het aanbod, maar verkiest rechtop te staan. Hij raadt me wel aan om de sjaal los te knopen en een petje op te zetten. Heeft hij misschien heel vroeger nog een piraat gekend? Boezem ik hem schrik in? Ik ben alleszins vredelievend. Ik ben niet naar het eiland gekomen met de bedoeling iemand kwaad te berokkenen.
De bus passeert in Othos. Hier stappen heel wat toeristen af. Ik rij verder mee, tot aan het eindpunt, de terminus, het dorp Pyles. Ik ben immers van plan om een eindje te wandelen en terug te keren naar Othos via Stes. De route wordt beschreven in het wandelboek dat ik bij mij heb. Ik dring door in het dorp op zoek naar mooie plekjes en een taverne om een koffietje te drinken. Plots hoor ik de melodie van de accordeonist, die het dorp rondgaat in de hoop enkele drachmes te verdienen. Ik doe mijn duit in het zakje en neem een foto van de muzikant. Tegenover de kerk ligt het plaatselijk kafe-neion. Op het overdekt terrasje spelen vier Griekse mannen een partijtje kaart. Ik begrijp niets van de reglementen van het kaartspel. Het spel blijkt overgewaaid uit Amerika. Rondom de spelers scharen zich vrienden die intussen keuvelen en zeker niet vergeten om de nodige commentaar te geven op elke zet in het spel. Ik bestel voor onderweg een fris watertje en vraag tezelfdertijd aan de waardin hoe ik Stes bereik. Ik hoef enkel in het bos uit te kijken naar de rode pijlen die de richting en de te volgen weg aangeven. Als ik mij aan deze aanbeveling hou, kan ik niet verloren lopen. En daarenboven heb ik nog het wandelboek.
Ik ga op weg. Mijmerend. Goed links en rechts, voor en achter, zoekend naar een rode pijl. Ik ben reeds een heel eind onderweg wanneer ik de eerste aanduiding in mijn vizier krijg. Vol goede moed stap ik verder, en verder. Als de totale duur van de wandeling slechts 5 km lang is, dan moet ik het einddoel na een goed uur stappen bereiken. Na deze tijdspanne loop ik nog steeds op het pad temidden de bomen, in volle natuur. Iets is niet pluis. Ik heb mij wellicht vergist. Niet goed opgelet. Ik hou effen halt om te overleggen met mezelf. Teruggaan is klimmen, doorgaan is zakken naar beneden. Maar waar kom ik terecht. Mijn keuze is vlug gemaakt. Ik zal verder stappen, Stes vergeten en morgen kom ik toch terug naar Othos. Ik zie wel waar ik uitkom. Niemand kom ik tegen. Geen beweging, geen verkeer. Alleen ben ik, alleen en één met de natuur. Heerlijk.
Ik stap moedig door. Af en toe zie ik in het dal een huis. Maar waar leidt de weg heen? Tot plots daar beneden zich een weg aftekent, een weg die ik ken, de kustweg van Arkasa naar Mesochori en verder. Ik ben er zeker van, ik herken de weg. Dus maar verder stappen.
Doch al lijkt de baan dichtbij, wordt af en toe een glimp van de zee opgevangen, toch moet ik nog heel wat afstappen om de rand van de weg te bereiken. Helemaal beneden merk ik dat ik in de nabijheid van Lefkos moet zijn. Ik besluit aldaar de plaatselijke taverne aan te doen. Zover zal het evenwel niet komen. Net als ik de baan oversteek, hoor ik het geluid van een voertuig. Zou ik het niet wagen om te liften tot aan Finiki of tot aan Arkasa. Ik weet immers dat in de late namiddag een bus langskomt, die mij naar de hoofdstad kan brengen. Een jeep verschijnt in de bocht van de weg. Ik steek mijn duim in de hoogte. De auto stopt. In het Grieks vraag ik of ik meekan tot aan het volgende dorp. De chauffeur nodigt me uit aan boord van zijn voertuig in het Engels. De conversatie wordt verder gezet in die taal. Algauw zal blijken dat ik niet te doen heb met een Amerikaan en zijn vrouw op vakantie in Griekenland, maar met een Oostenrijker en zijn eega. Derhalve wordt verder gepraat in het Duits, een taal die me niet echt ligt, want aartsmoeilijk wegens de vele naamvallen en spraakkundige regels, doch deze taal ligt nogal dicht bij het Vlaams. Met wat moeite en zonder rekening te houden met de taalkundige kwakkels maak ik me toch verstaanbaar.
De jeep rijdt rechts af, langs het bordje met de plaatsnaam. Ik voel me verplicht om dit koppel iets te vertellen over het dorp, dat ik de zondag daarvoor heb bezocht. Al mijn opgedane kennis uit de gids over het eiland en de eigen ervaring komt mij van pas. Het is uiteraard dankbaar om te wijzen op het standbeeld dat recht voor de zee een plaats vond en voor altijd deel uitmaakt van de geschiedenis van het dorp. Het is een hulde aan een achttal moedige, jonge mannen, allen vissers die met hun visserssloep vanuit dit haventje over de zee naar Alexandrië voeren om de Griekse regering in ballingschap deze jaren (de jaren van de tweede wereldoorlog) in kennis te stellen van het feit dat hun kleine gemeenschap voor eens en voor altijd de Duitsers hadden verdreven. Hun queeste wordt gesymboliseerd in een kunstwerk die hen afbeeldt aan boord van hun scheepje, daaronder verschijnen hun namen en wordt het verhaal bondig verteld. We besluiten ons bezoek met een maaltijd in het plaatselijk visrestaurant. Na de maaltijd is er geen ontkomen aan wanneer ik alleen mijn weg wil verder zetten: ze staan erop met mij de namiddag door te brengen. Ik begeleid hen naar Arkasa en naar Menetes en laat hen de bezienswaardigheden van beide dorpen zien. Ook al stellen de bezienswaardigheden niet zoveel voor, we hebben samen een aangename namiddag doorgebracht.
In Menetes houden we even halt in de taverne van de "twee broers". Het is vandaag dinsdag 11 september 2001. De televisiebeelden brengen ons terug naar de realiteit. Want vakantie lijkt per definitie steeds op zorgeloosheid en onbezorgdheid. Kamikaze-piloten zijn door de hoge torens van de New Yorkse skyline gevlogen en hebben met hen duizenden onschuldige slachtoffers in de dood meegesleurd. De beelden worden steeds weer herhaald om de wereldburger met de neus op de feiten te drukken en het gevoel van onveiligheid te versterken. De beelden zijn verschrikkelijk, bijna niet aan te zien. Hoe komen we de volgende dagen door?
Jean-Marie Petyt