Tijdens een korte rustpauze op een zomers zonnig terras nabij Karditsa weerklonk vanuit het dorpscafeetje een zomerliedje uit de luidsprekers. Het had een leuk ritme met een hoge herkenningswaarde, een lieftallig refreintje dat je na één luisterbeurt reeds kon meeneuriën en je waar het kon reeds deed meezingen zonder perfect de opeenvolgende en juiste woorden te reproduceren. Ik had het nummertje reeds gehoord, doch kan uitvoerder en titel niet thuisbrengen. Ik dacht aan Marios Frangoulis, die ooit tijdens een concert van Yorgos Dalaras te Brussel in het voorprogramma zat. Tijdens de volgende dagen kwam ik de zomermelodie nog meermaals op mijn weg tegen, alweer in een of andere taverne, in een restaurantje of gewoon op straat. Het liedje bleef in mijn hoofd hangen. Ik vroeg de ober wie aan het zingen was. Yiannis Ploutargos, zei hij me.
Tijdens mijn verblijf te Karpenissi was het weer van dat. In het restaurant met de wonderbaarlijke naam Panorama, what's in a name, want vanop het tafeltje en de stoelen voor de maaltijd was helemaal geen sprake van een schitterend uitzicht, werd elke avond de full CD gedraaid, net alsof de muziekinstallatie een verzoekprogramma uitzond.
Intussen werd de tekst van dat ene nummer steeds meer herkenbaar. Het ging niet langer over de wil iets te zeggen of om iemand te zien, maar over een jongeman die zijn geliefde een bezoek bracht en haar zijn liefde verklaarde. De kerel was zo ontzettend verliefd, dat hij haar knap vond zoals ze was. Ze moest zich niet voor hem opmaken, want hij beschouwde haar als een natuurlijke schoonheid, die geen opsmuk nodig had.
In Lavrio wou ik mijn vriend Spiros, die aldaar een platenwinkel uitbaat, nog even een goededag zeggen. Ik kon de CD dan maar bij hem kopen. Ik wist intussen dat een ander nummer, "vriend", de opener van de opname was. Hij was uiteraard blij mij terug te zien en nam de nodige tijd voor een babbel. De originele opname was uitverkocht, ik kon wel een kopie krijgen, wist hij me te vertellen. Doch dit principe strookt niet met mijn principes: ik hou niet van witte of zwarte kopies uit respect voor de uitvoerder en de inkomsten van de rechthebbenden op de auteursrechten. Hij verwees naar een andere platenzaak van een vriend. Ook daar ving ik bot. Weer hetzelfde liedje, de CD was enkel voorradig in een zelfopgenomen versie, niet als originele opname. Parallelle verkoop van originele opnamen en piraatkopies bestaan er ook. Dus bleef de melodie enkel levendig in mijn hoofd hangen.
Op de luchthaven van Athene in de grote platenzaak vond ik uiteindelijk het voorwerp van verlangen. Ik kocht de "kleine foto's" van Yiannis Ploutarchos. Sindsdien begeleiden deze kleine muziekjes regelmatig mijn werk op de computer.
Jean-Marie Petyt
Een Vlaamse en een Griekse - Adrienne en Olympia
Een Vlaamse en een Griekse is het verhaal van twee grootmoeders. Het verhaal van hun zonen en hun dochters. En die hun zonen en hun dochters.
Over de Grote Oorlogen in het verdronken Vlaanderen. Over het verdeelde Cyprus van Turken en Grieken. Over de voedselbonnen en vluchtelingen. Over de zin van het leven en de prijs van de verse olijven. Over het mooiste dorp op het mooiste eiland. Over hun herinneringen en onze dromen.
Een Vlaamse en een Griekse. De broers Cappelle en de zussen Dikomitis. Het is graven in een verleden dat eigenlijk niet het onze is, maar het onze wordt door hun verhalen. Verhalen die in hun bloed stromen. In ons bloed. En in uw bloed.
Op zaterdag 26 oktober 2002 om 20 uur in de Ieperse Lakenhalle. Ingang 5 €. De opbrengst van de voorstelling gaat naar "Geneeskunde voor de Derde Wereld".
"Mijn Vlaamse en mijn Griekse" is het culturele avondprogramma van de zesde Käthe Kollwitz Vredesloop.
Muziek: Jan & Wannes Cappelle, woord: Elena & Lisa Dikomitis.
Info op www.run.to/vredesloop2002

Het zal je kind maar wezen: Griekse vergeet kind in bus in Kavala
"Mobiel bellen in het openbaar vervoer - vergeet je baby niet" is voortaan het motto van een Griekse. Haar aandacht werd zo opgeslokt door het gesprek dat zij met haar mobieltje voerde, dat zij haar vier maanden oude zoontje in de bus achterliet toen ze bij haar halte uitstapte. De buschauffeur merkte pas dat de baby was achtergelaten toen hij het jongentje zachtjes hoorde huilen. De moeder kon haar kind ongeveer een half uur later in de armen sluiten. Zij was de bus per taxi naar de stelplaats gevolgd.
Metro, juni 2002
Zo maar een verslagje van drie mooie dagen
Elk jaar komen vrienden uit België voor een paar weken met vakantie in Eretria. Bernard is leraar Latijn-geschiedenis in een middelbare school en Bea is orthoptiste. Een groot deel van hun verblijf - nu al voor de vijfde maal - in Eretria spenderen ze aan dolce farniente, uitrusten, véél lezen, zwemmen en van de lekkere Griekse keuken genieten samen met ons en onze Griekse, Franse en Nederlandse vrienden, die hier wonen.
Toch doen we ook elk jaar een trip naar steeds een ander deel van het zo mooie Hellas. Lieven, mijn man én Klassiek Filoloog én ex-collega van Bernard, is onze gids. Zeer toepasselijk noemen we dus deze jaarlijkse trip: "De schoolreis".
We weten uit eigen ervaring dat bezoek uit Vlaanderen altijd welkom is als je in het buitenland verblijft, dus besloten we dit jaar het aangename aan het leerzame te koppelen en richting Vergina te gaan om er onze, eveneens uit het Waasland stammende, vertaalster-taalspecialiste Lieve te bezoeken. Zij is gehuwd met een Grieks dierenarts en samen hebben ze een zoontje. Ze is ook heel fier over haar dorp want ze hebben daar rustige, want reeds lang overleden, koninklijke buren.
Vanuit Eretria, vertrekken we langs Xalkida (Chalkida) en de autostrade noordwaarts. Tegen de middag pauzeren we voor een Makaronada tou Psara (spaghetti met zeevruchten) in Raches aan het water, tegenover de Noordkaap van Euboia (Evia). Onze reis zetten we, na een koffietje om de loomte van het toch wel copieuze middagmaal te verdrijven, verder via het Tempi-dal naar Ambelakia om er het huis Schwartz te bewonderen, helaas is het gesloten wegens restauratie en onderhoudswerkzaamheden in het kader van de Olympische Spelen 2004. Waar lazen we deze mededeling nog? Toch reden we niet voor niks de vijf kilometer bergop. Het uitzicht over het Tembi-dal en een wandelingetje door Ambelakia, met zijn mooie plateia (dorpsplein) en nog enkele archondika in min of meer goede staat, blijven het waard om te bekijken. Als alternatief doen we dan maar de kleine omweg naar de site van Dion. Een echte meevaller: prachtige opgravingen, gelegen in een aangelegd park met veel groen, gras, waterloopjes en, nog nooit gezien, schitterend mooie blauw-turkooize libellen die, tussen de grijze stenen van wat ooit een tempel van Isis was, een waar ballet dansen. Voor het museum zijn we te laat. Het sluit om 19.00 uur. Maar we komen terug, dat weet ik zeker!
Via Lieve, boekten we kamers in een leuk pensionnetje in Vergina op honderd meter van de Koningsgraven. Het is warm in het binnenland, in de buurt van dat hoge gezelschap, maar de kamers hebben airco. Het douchekamertje is klein, maar proper en écht zoals in de tijd van onze eerste Griekenlandreizen, zo’n dertig jaar geleden: putteke in de grond tussen WC en lavabo en als je onder de douche staat is het hele sanitair nat gepletst! Het doet er niet toe, een aperitiefje op het terras van onze kamer, met een mooi uitzicht op de maïsvelden en omliggende boerderijen, zal welkom zijn. Lieven bestelt ouzo. Met duizend maal sorry verontschuldigt zich de uitbaatster dat ze dat niet in huis heeft en als hij vraagt waar er een winkel is om een fles te gaan kopen, wil ze die aankoop prompt en graag voor ons regelen. Een kwartier later staat ze boven met een plateau met ena karafaki ouzo me komble (klein flesje ouzo met een meze en alles erop en eraan). Met Bea en Bernard wachten we gezellig, samen op ons terras, met een ouzootje, op de komst van Lieve en haar zoontje Dimitri, die ons voorrijden naar hun huis. Als een echte Griekse Vlaming, leidt hij ons de tuin en het huis rond in zijn beide "ouder-talen", soms in één woord vermengd: bijvoorbeeld gata en katjes als hij ons fier zijn poesjes toont. Heel lollig om naar te luisteren! Na een koud, goed gekruid soepje, gemaakt met de groenten uit haar moestuin, en die Dimitri wat "zoer" vindt, en een glas Mosxofilero (Griekse witte droge wijn) uiteraard uit Naoussa. (Christos) haar echtgenoot is oppas voor Dimitri als er Vlamingen op bezoek komen, dus vertrekken we met Lieve naar Veroia (Veria) om een hapje te eten in de autovrije (?) winkelstraat. Niet zo denderend en zeker niet aan te bevelen, want ’s avonds zijn er toch nog onverlaten, die met de auto door deze mooi betegelde straatjes rijden. Maar we hadden niet veel keus: de ons bekende, gezellige bar met binnentuin en "Petrino", het restaurant rechtover, beiden ondergebracht in gerestaureerde arxondika (oude herenhuizen), zijn gesloten wegens jaarlijks verlof. Als we Lieve thuisbrengen rond middernacht, gaan we in het enige-nog-open café van Vergina een koffie met Tsipouro drinken. Twee mannen zitten nog tavli (bakspel) te spelen, een derde ligt met zijn hoofd op de armen te slapen tussen de lege glazen op het tafeltje. In Vergina zit iedereen op tijd in bed en wordt er vroeg opgestaan om het land te bewerken en dat is te merken aan de rust die er heerst op dit late uur en te horen vanaf 6 uur aan de tractoren die voorbij "racen"!!
Woensdagochtend staat Arxaia Pella (Antiek Pella) op het programma. Lieven en ik installeren ons onder een boom van het cafeetje op de hoek omdat we deze site al meermaals bezochten. Onze "leerlingen" bezoeken de opgravingen, een gids hebben ze niet nodig want alles spreekt hier voor zich en in het museum kan je alleen maar bewondering hebben en zijn woorden overbodig: hier bewaart men de mooiste mozaïekvloeren uit de Makedonische Periode (vierde – derde eeuw vóór Christus) die zeker een ommetje waard zijn als ge in de buurt zijt.
Van daaruit via kleine wegen, de grote zijn druk bereden, rijden we naar Lefkadia, waar onze vriend Yanni nog steeds bewaker van ta arxaia (de opgravingen) is. Nu het vakantie is, zijn archeologen en hun studenten bezig met de minutieuze restauratie van de muurschilderingen van de graven, maar mits we stil zijn mogen we toch een kijkje nemen. We weten dat Kurie Gianni (Mijnheer Yanni) graag geheimzinnig doet! Hij vertelt honderd uit over zijn bevindingen bij het blootleggen van deze monumentale graven maar doet het voorkomen alsof jij de enige bent die hij toelaat om van dichtbij de muurschilderingen te zien. Het bezoek is gratis, maar bij de handdruk neemt hij gretig en met veel dankwoorden en wensen voor een gezond en lang leven, de heimelijk toegestopte fooi aan. We krijgen nog een paar nectarinen mee voor onderweg.
Van daaruit naar Naoussa, waar we de school van Aristoteles willen bezoeken. Het is een hele onderneming om er te geraken, want de weg is onderbroken. Er wordt een nieuwe brug gebouwd. We mogen van de werkmannen via een kippenladder, over het ijzeren vlechtwerk en de houten bekisting naar de overkant lopen, zelfs Bea, met haar slippertjes, lukt het zonder schrammen de andere oever te bereiken! De grotten waar hij, bij minder goede weersomstandiheden, les gaf aan Alexander de Grote en andere adellijke leerlingen, liggen tussen het groen langsheen een klaterend riviertje. Enkele grondvesten van de wandelgang, waar hij peripatetisch les gaf, zijn nog goed te zien. Het is een oase van rust, hier zou ik ook graag school hebben gelopen. Het doet me denken aan onze huidige bosklassen... of de geschiedenis herhaalt zich.
Christos, de man van Lieve, had ons aangeraden om vanuit Naoussa de bergen in te rijden en in een Nationaal Park forel te gaan eten. Lieven wil er eerst niet van weten omdat hij tegen de omweg opziet, maar als we zover zijn blijkt dat park maar op 5 kilometer van de stad te liggen. Bij aankomst geeft het een beetje de indruk van een Vlaamse kermis: kraampjes met speelgoed voor de kinderen, nootjes, snoep en dergelijke. Maar de omgeving is de moeite waard: reuzeplatanen met in hun schaduw speelplaatsen, houten picnictafels, wandelpaadjes en een paar restaurantjes langs de oever van een snelstromend bergriviertje. We degusteren daar een gegrilde forel, zoals ik er in Griekenland nog nooit heb geproefd: vers, sappig en goed gekruid en het vel niet verbrand. Voor de koffie, espresso of capuccino, rijden we terug naar Veria. Onze maag kan, na al die jaren, nog steeds de sterke elliniko vrasto (Griekse koffie) niet verteren.
Het bezoek aan Veria is een volgende openbaring: we wandelen de kant op van restaurant Petrino, kruipen over een hek rond een van de vele, jammer genoeg gesloten, kerkjes waar we toch de prachtige Byzantijnse fresco’s op de buitenmuren kunnen bekijken, en steken dan door naar de joodse wijk met haar prachtige oude archondika. Vele zijn in verval, alhoewel de overheid probeert om er zoveel mogelijk in stand te houden en te restaureren. We ontmoeten er een Griek die in Nederland woont en werkt en samen met zijn blonde zoon, zijn ouderlijk huis tijdens de vakanties tracht op te knappen, hij wil ons fier zijn eigen werk tonen…… we trachten onze ontgoocheling te verbergen: smakeloos, de nieuwe ramen in gewoon aluminium met de korte gordijntjes met tulpen- en molenmotief, de met goedkope "grenen planchetten" opgelapte houten buitentrap... We drinken het aangeboden glas water en beloven later terug te komen voor een limonade met prik! We stappen, tot we echt moe zijn, door alle smalle straatjes en steegjes met trappen en vinden het huis van onze hollander niet meer terug. Het frisse water en de colaatjes aan de rand van het park van Veria, met zicht op de vlakte, is echt welkom.
De verkwikkende douche in Pension Vergina geeft ons een kick en terug kracht. Onze apero drinken we in een "ouwe mannencafé", zoals mijn man dat noemt. Bea en ik zijn er een anacronisme! Geen vrouw te bespeuren, maar de ouzo smaakt. Lieve had ons een restaurantje aangeraden in Vergina: lekkere keuken, alles uit de oven: geurende stoofpotjes en verse met de hand gesneden frietjes. Wijn uit de wijngaard van de patron. De tsipouro wordt aangeboden door het huis. We vinden hem niet zo lekker in deze streek, er zit glukanisso (anijs) in en dat zijn we in Evia niet gewend, daar stoken ze hem zuiver zonder toevoeging van wat ook.
Als we donderdag wakker worden regent het pijpestelen en is het grijs. Maar dat geeft niet om het hoogtepunt van onze reis te gaan bekijken. Zoals steeds indrukwekkend, die Makedonische Koningsgraven. Helaas heeft de wapenuitrusting van Philippus, het harnas en de beenkappen, nog steeds haar plaats niet in het museum! We moeten ons met een foto tevreden stellen. Ik zag het lederen en met goud belegde harnas ooit in het muzeum van Thessaloniki, toen het voor enkele weken te bekijken was, kort na de ontdekking van de graven. Sindsdien wordt het bewerkt om het verduurde leder te bewaren. Dus niks nieuws voor mij in het museum, maar we genieten wel anderhalfuur van de sfeer: er zijn weinig bezoekers zo vroeg in de ochtend, dus eerbiedige rust en stilte. Wat er te bewonderen en ontdekken valt kan ik niet onder woorden brengen! Je moet het met eigen ogen zien. Voor mij blijft dit van het mooiste wat ik aan archeologische vondsten in Griekenland heb gezien en we komen nu al bijna 33 jaar naar Hellas.
Als we buiten komen, regent het nog. De souvenirstalletjes liggen er, met half gesloten luiken, troosteloos bij. De wolken hangen laag, dus onze tocht naar het Klooster van Thimios Prodromos wordt afgelast. Het zicht dat je van daarboven op de Aliakmonasrivier en zijn stuwmeer hebt, zou een mistige bedoening zijn! We rijden dan maar naar Eretria terug.
Onderweg, regen en grijs. Tegen de middag zijn we terug in Raches. De Makaronada Thalassina of tou Psara is er zó lekker dat Bea en Bernard er niet genoeg van krijgen. Lieven en ik houden ons aan verse kalamarakia (calamars) en minivisjes, die in zijn geheel worden gefrituurd en gegeten. In een waterzonnetje eten we met zicht op een nu grijze zee, die ons aan de Noordzee doet denken. Zelfs bij de koffiestop in Kamena Vourla regent het nog. Wat een rare zomer toch, dit jaar.
Als we ‘s avond in Eretria aankomen horen we dat ze hier drie druppels regen gehad hebben! Wonen we hier dan toch in een microklimaat, zoals de autochtonen beweren?
Marie Claire Lenaert-Joos.
(10 augustus 2002)
Misschien is dat voor jullie een aanleiding om een glas Grieks nat of een Griekse knabbel naar binnen te werken. Maar u kan het ook met een Belgische praline van Griekse origine: je weet wel, die praline die iedereen al eens heeft geproefd, zelfs in het buitenland en waarvoor België bekend is: Leonidas, ze hebben reeds het hart van vele mensen gestolen.
De eerste Leonidas-pralines werden gemaakt door een zekere Leonidas Kestekidis die naar aanleiding van de Wereldexpo in 1910 naar Brussel kwam. Hij werd meteen beloond voor zijn chocoladen kunstwerken en sleepte er een bronzen medaille mee in de wacht. Omdat hij enkele jaren later met een Belgische huwde, besloot hij zich definitief in Brussel te vestigen. Kestekidis' creativiteit bleef groeien en hij maakte in zijn werkplaats de mooiste en lekkerste combinaties met chocolade en allerlei lekkere vullingen. In 1935 zorgde zijn neef Vassilis voor de verderzetting van zijn "chocoladerijk" en hij introduceerde het logo: de afbeelding van de Griekse krijger Leonidas.
De slogan "Werk, vertrouwen, altruïsme en kwaliteit" zag in die periode het levenslicht. Vassilis koos voor een nieuwe benadering van zijn publiek: hij richtte een winkeltje op aan de Anspachlaan en zorgde ervoor dat de heerlijke geuren zich tot ver in de omtrek verspreidden. Veel voorbijgangers werden op slag verliefd op de geur en de smaak. Van dat moment af was de typische stijl van Leonidas geboren en verschenen in heel België meer dan 100 winkels. De droom van Leonidas was werkelijkheid geworden en hij kreeg internationale erkenning en in alle uithoeken van de wereld werden Leonidaswinkels geopend. Thans is Leonidas een goeddraaiende multinational die uitpakt met de versheid van zijn producten. Voor de meesten onder ons betekenen Leonidas-pralines een geschikt geschenk voor verjaardagen of andere gelegenheden.

Uiteraard is Leonidas ook op het internet aanwezig, dit is de link:
http://www.leonidas-chocolate.com
Metro, 31 januari 2002
Sporen van goden: Kreta heeft een lange traditie
Kreta is altijd een favoriete zomerbestemming voor toeristen. Een bezoek in de vroege lente laat Europa's meest vooruitgeschoven post in de Middellandse Zee, link tussen Zuid en Noord, en zijn mensen echter van een andere kant zien.
Het regent in Archanes, voor de inwoners geen bron van zorgen. Een oude vrouw laat ons schuilen in de kerk. Wanneer we opmerken dat het nu toch wel echt slecht weer is, antwoordt ze met een "dank aan God" voor het vele frisse water dat hen straks door de zomer moet helpen. Ze kust een icoon van de Maagd Maria, sluit de deur achter ons.
Een nieuwe wolkbreuk kleurt het zeewater aan de kustlijn bruin: het regenwater voert grond van de hellingen mee. Erosie is een van Kreta's ergste problemen.
Vele Grieken zijn ervan overtuigd dat voor de teelt van olijven en andere gewassen, terrassen op de berghellingen de enige oplossing vormen. Ook voor de bouw van hotels worden grondwerken uitgevoerd. Bulldozers trekken rode, kale strepen in het landschap. Elke regenbui spoelt de beste aarde weg. Maar ook geiten en schapen, de rijkdom van Kreta, grazen veel kaal.
Landbouwer zijn is in deze streken een oud maar geen gemakkelijk beroep. Je ziet het aan de vele verlaten huizen in de bergdorpen. Europese steun moet de landbouw leefbaar houden, maar dat betekent schaalvergroting en daar zijn de Kretenzische traditie en topografie niet op berekend.
Leeglopende bergdorpen proberen te overleven door zich te profileren als Typical Cretan Village. Het lokken van toeristen moet de plaatselijke herbergen en winkeltjes leefbaar houden. Sommige dorpen slagen er zo in het sociale weefsel te herstellen en een hernieuwde dorpsvitaliteit te vinden.
Je kunt Kreta niet bezoeken zonder een van de Minoïsche ruïnes gezien te hebben: Knossos, Malia, Phaistos, Gournia, Zakros. Veel van de centrale binnenplaatsen in deze sites kijken uit op een berghelling of bergtop met Minoïsche archeologische resten van religieuze activiteit.
Verschillende bergtoppen hebben trouwens ook vandaag een religieus karakter. Menig orthodox kerkje bevindt zich op een top waar Minoïsche resten werden opgegraven. En net als vierduizend jaar geleden, trekken jaarlijks processies de bergen in, nu om de plaatselijke heiligen te vereren.
Je vindt ook heel wat orthodoxe kerkjes in verbouwde grotten, pelgrimsoorden zijn het. Votiefgeschenken in de vorm van loden benen en armen aan de wand boven de iconen. Veel van die grotten zouden ook in Minoïsche tijden belangrijke religieuze plaatsen geweest zijn.
Bijzonder is de grot van Psychro, aan de zuidelijke rand van het Lasithiplateau. Vanuit het dorp is het twee kilometer stappen over een smal pad. Vanop het terras voor de ingang heb je een uitstekend zicht over de vallei. Hier bevond zich ook een altaar voor de verering van Zeus. Volgens de Griekse mythologie is dit de grot waar Rhea haar zoon Zeus verstopte uit angst voor haar man Kronos. Anderen noemen het Zeus' geboorteplek. Verbazend hoeveel godenverhalen verbonden zijn met dit eiland: overal vind je wel een restant van een van de talrijke religies die Kreta sinds zevenduizend jaar heeft gekend.
In Tzermado, de andere kant van Lasithi, zitten op de vooravond van Palmzondag de mannen op het plein. Terwijl hun vrouw in de kerk is, volgen zij de viering in stilte op een stoel buiten het kafeneion via de luidsprekers die overal in het dorp hangen. Je moet de viering volgen, zeggen orthodoxen, maar je hoeft er niet noodzakelijk voor in het kerkgebouw te blijven.
Op de ochtendbus was dat al duidelijk te zien. De reizigers volgden aandachtig de viering die door de radio werd uitgezonden. Stapte iemand vooraan uit, werd zijn plaats meteen terug ingenomen. Die plaats stond immers dichter bij de radioboxen. En passeerde de autobus een kerkje, dan sloegen de busreizigers haastig enkele kruistekens; overigens een vast ritueel wanneer men op Kreta een kerk of kapel voorbij komt.
Na de palmzondagviering gaan twee mensen met een grote rieten mand in het dorp rond. Ze delen gevlochten kruisen uit die in de viering werden gewijd. Die moeten boven de deuren de oude verdroogde kruisen van vorig jaar vervangen.
Kreta heeft een lange christelijke traditie. Het was een van de eerste christelijke gemeenschappen in Europa. Paulus is er minstens tweemaal geweest, eerst door een schipbreuk en later om er te prediken. Daarbij stelde hij Titus aan als bisschop over het eiland. Die resideerde in de toenmalige hoofdstad Gortys. Daar zijn de resten te vinden van een vroegbyzantijnse kerk aan hem gewijd.
Orthodoxe kerken zijn werkelijk overal te vinden op Kreta. Griekenland kent ook nog niet het priestertekort van de westerse Kerk. Misschien is dat omdat de samenleving traditioneler is gebleven. Orthodoxe priesters kunnen ook getrouwd zijn.
De katholieke gemeenschap, slechts een tweeduizendtal leden groot, heeft vier kerkgebouwen ter beschikking. Die kerken staan in de vier grootste centra van het eiland: Chania, Rethymnon, Iraklion en Agios Nikolaos. Immers, het aantal katholieken verveelvoudigt in de zomer wanneer toeristen het eiland overspoelen. Ook de capucijnen en de zusters van Moeder Teresa, de twee ordes die actief zijn op het eiland, houden zich vooral met bezoekers bezig.
De talrijke orthodoxe kloostergemeenschappen nemen een speciale plaats in op Kreta. Tijdens de Turkse overheersing waren ze de vurigste haarden van verzet. Een traditie die ze terug opnamen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vele kloosters hadden in de Turkse tijd versterkingen, ze leken meer burchten dan heilige plaatsen.
Vandaag herbergen ze een groot deel van Kreta's culturele erfgoed. Je vindt er met name de mooiste producten van de iconentraditie. In het klooster van Toplou of Panagia Akrotiriani nabij Sitia wordt een van de bekendste iconen van het eiland bewaard, geschilderd door Ioannis Kornaros, in de achttiende eeuw zowat de belangrijkste schilder van de Kretenzische school.
Beroemdste leerling van deze schildertraditie was El Greco, Domenikos Theotopoulos heette hij, maar in Spanje (hij bracht een groot deel van zijn leven in Spanje door, in Toledo) werd hij De Griek genoemd. De combinatie van byzantijnse kunst en Italiaanse barok maakten El Greco tot een van de interessantste schilders van zijn tijd.
Het dorpje Fodele, nabij Iraklion, claimt zijn geboorte. Anderen denken dat El Greco nabij Chania werd geboren. In zijn tijd, de zestiende eeuw, werd Kreta door Venetië bestuurd. In het spoor van duizenden vóór hem trok de schilder naar deze Italiaanse stad om er zich verder te bekwamen. Zijn vertrek werd bespoedigd door de dreiging van een Turkse verovering, die er uiteindelijk pas in 1669 kwam. De Turken bleven tot 1898. De lange onafhankelijkheidsstrijd van de Kretenzers is legendarisch. Het was een wrede en ongelijke strijd, in het nadeel van de Kretenzers, al lieten de harde omstandigheden hen vaak geen andere keuze dan de opstand
Klaas Vansteenhuyse,
met dank aan "Kerk en Leven", mei 2001
bij de foto: zicht op Rethymnon en het bergtop-heiligdom van Vryssina