Er komen dagen dat ik vergeet hoe ik heet.
Er komen nachten vol regen en nevels van katoen
het meel wordt eerst korrel, daarna aar
en gaat ruisen onder de talrijke sikkels
van een wrange Julimaand in hartje winter.
Ik zie dat het weefsel van de wereld wordt losgemaakt
de onzichtbare hand die losmaakt
en vrees dat de draad breekt.
Een draad van water, schering zonder herinnering
een doorschijnende druppel op mos en korstmossen
sneeuwvlokkendons van de bergen
bladerval van hagel
en onverwacht een warm pantser
in de binnenste van de baarmoeder.
Een antieke duisternis kwijnt weg en
een niet met de hand gemaakt vlammetje knettert
dat likt.
Een hoop regenwater bevroren voorouders
nog in de rijp van de anonimiteit.

Er komen dagen dat ik mijn naam vergeet.
Er komen nachten vol mineralen en de kaalgeplukte
herinnering gaat onder en komt boven als zwarte lava
met weidegrassen en schelpen van de eik
weinig licht in de verte – een kruimel nostalgie.
En ik kom in andere seizoenen. met een nood aan lichamen.
Er komen sneeuwjaren die mij verbranden
bloed dat galoppeert
en een snuifje volle maan vanop de andere oever.
Een grote aardse dorpeling - tussen de wenenden
een vrouw - met een aureool van doornen
op zijn hoofd
en een onzeggelijke liefde in zijn hart.
En ik voorspel het verleden
woorden die nooit werden gezegd
en ik zeg
Michalis Ganas
Vertaling Jean-Marie Petyt
Ergens op Kalymnos
Niet zover van het eiland Kos ligt Kalymnos. Het eiland maakt deel uit van de Dodekanessos-groep. In volle zomer, en wellicht ook in de winter, krijgt de bezoeker de indruk op de maan te zijn geland. De bergen zijn roestbruine hoge rotsen waar het groen schaars en zeldzaam is. Toch bevalt mij het eiland wel.
We hadden met onze Nederlandse vrienden een klein hotelletje, gelegen aan het strand en tegenover het eilandje Telendos geboekt. Het plaatsje, de naam kan ik mij niet meer herinneren, lag midden op het eiland. Daar kwam nooit een bus, doch de taxis waren er spotgoedkoop. Zonder auto was je er wel aangewezen om ’s avonds op restaurant te gaan in de nabijheid. Alhoewel een avondje Telendos tot een uur of elf ’s avonds doenbaar was door de late overzetdienst tussen beide eilanden. Maar praktisch togen we elke avond naar hetzelfde eettentje, dat zich situeerde op een balkon. Elke avond was het er vol van toeristen.
Met de vrienden spraken we er dan ook elke avond af voor de aperitief, een ouzo.
Ik vroeg de menukaart in mijn beste Grieks. Het was de zomer van 1987, ik had net mijn tweede jaar nieuwgrieks achter de rug. Mijn woordenschat was nog niet al te uitgebreid. We overlegden en kozen elk de lekkernij van onze keuze. De bazin was de goedheid zelve. Bijna lopend bewoog ze zich tussen de ettelijke tafeltjes met het enige doel de klanten razend-snel te bedienen. Was de gewenste schotel niet meer voorradig, dan werd steevast overeengekomen om een andere dag de lekkernij te proeven op bestelling. Steeds zei de waardin dat we onze wensen maar moesten verwoorden en dat ze erop toe zou zien om aan onze vraag te voldoen. De stifado was er reuzelekker, een waar festijn. Haar man die stond in voor de rekeningen en kweet zich ijverig van zijn taak, ondertussen gretig nippend aan wat geestrijk vocht, een ouzo, een metaxa, totdat... de alcoholmaat voor hem blijkbaar vol was en hij begon tipsy of, erger nog, dronken te worden. Zijn humeur werd er beter en beter op. Niet alleen hij was één en al vreugde, maar hij wou persé dat de klanten ook in zijn vreugde deelden. Met een vork of een mes sloeg hij op een grote fles ouzo of op de fles metaxa en vroeg het woord.
Hij sprak zijn toehoorders aan met beste vrienden en deelde hen mee dat hij vanavond zo gelukkig was zonder te weten waarom. Omdat hij zo gelukkig was, mochten we niet achter blijven. Hij besloot voor ons dat het geluk in een glaasje ouzo, metaxa, wijn lag. Hij nodigde iedereen uit om zijn glas te komen vullen aan zijn onmetelijke voorraad. Een aanbod die niemand afsloeg. Alle klanten veerden recht en begaven zich naar de tafel waar het goedje rijkelijk vloeide in de glazen. Menige avond is op die manier geëindigd.
Op een avond maakte een Griekse vrouw, die alleen een avondje was gaan stappen, deel uit van de klandizie van het restaurant. Ze had zich gelaafd aan al het goede van de drank. Aan de kwade afdronk en de houten kop van ’s anderendaags had ze nog niet gedacht. Uit de luidsprekers kwamen de klanken van de bouzouki en zij zette spontaan een zeimbeïko in. Ze danste al haar vreugde en al haar verdriet uit haar lichaam, ging zweven over de geïmproviseerde dansvloer en greep naar elk beschikbaar glas om het vanop schouderhoogte te laten neerknallen op de stenen vloer. Ze had intussen haar schoenen uitgeschopt en zette haar dans in trance verder op blote voeten, op het gevaar af zich te snijden aan de glasscherven.
De laatste avond van ons verblijf aldaar hebben we gevierd met een hemelse stifado en een grote hap taart van een plaatselijke patissier die we bij de bazin voor die gelegenheid hadden besteld.
Nu na al die jaren blijven deze gelukzalige momenten ons nog steeds bij. En niet alleen die uren in de taverne, maar ook de grootsheid van het maanlandschap, het ruige van een natuur die bijna barst onder de verzengende hitte van een zomer, geteisterd door een hittegolf met temperaturen van meer dan 37° C, zowel overdag als ’s nachts, wat niet bevorderlijk was voor een goede en rustige slaap.
Met vertedering kijken Nanette en ik terug op onze daguitstap in het gezelschap van een taxichauffeur die ons rond het eiland vervoerde en als een volleerde gids alles wist te vertellen over zijn eiland, over zijn schooljaren waarin naar school gaan tweemaal daags een meer dan flinke wandeling van enkele kilometers door en over de bergen was, die ons afzette bij een leuk, klein eettentje in het binnenland en ons twee uur later kwam ophalen om de tocht verder te zetten.
Een hoogtepunt is eveneens het eiland Pserimos, dat met een klein bootje op korte afstand te ontdekken is, een waar paradijsje waar we in het gezelschap van enkele vrouwen naartoe trokken en een onvergetelijke namiddag mochten meemaken. Pserimos is heel klein. Bovendien is een stuk van het eiland afgezet, zodat je niet het eiland rond kunt stappen. Zodoende ben je gauw uitgewandeld. Toch grolt de maag telkens weer wanneer je voorbij een taverne komt van waaruit de lekkerste etensgeuren opstijgen in de hitte van de middag. Per toeval hadden we een leuk eethuisje gekozen. Het vrouwengezelschap kwam er eveneens de middag doorbrengen en een hapje eten. Weldra ontmoeten zij en wij er een Griekssprekende dame die uit haar bootje een gitaar ging halen en menig deuntje tokkelde. De muziekjes werkten zo aanstekelijk dat de voeten werden gelokt naar de dansvloer. Ook wij werden meegesleurd in hun enthousiasme en werden uitgenodigd op de danspiste. Blij en tevreden keerden we terug naar Kalymnos.
We hadden zo graag naar Leros gewild. Doch de ene dag liet de meltemi niet toe dat het bootje uitvaarde, de andere dag bleek vandaag al morgen te zijn. We wilden er hoe dan ook naartoe, want we hadden de verschrikkelijke beelden gezien die ons vertelden hoe het de patiënten in een psychiatrische kliniek aldaar verging. Maar het lot was ons niet goed gezind. We bleven noodgedwongen hangen op Kalymnos.
We denken nog vaak terug aan Telendos, het eiland dat we een paar keren hebben bevaren. Het tafereel in de taverne van Oom Georges is ons steeds bijgebleven. We gingen er eten. Ik wou gaan zitten, nam een stoel vast en liet het ding prompt in het water vallen. Handige Harry had het weer eens gefikst. We herinneren ons nog levendig het eiland met zijn naaktstrand van hoofdzakelijk mannen, die het verbod naakt te zonnen aan hun fictieve laarzen lapten en de plaatselijke bevolking deed uitkijken naar het vertrek van de toeristen, wat hen hun rust zou weergeven en het verderfelijke van deze onbeschaamde vlegels wat zou doen vergeten.
Jean-Marie Petyt
In de "Difono" van oktober 2002 vond ik volgend artikel over de komboloi, geschreven door Liana Malandrenioti. Geinteresseerd door zijn geschiedenis heb ik het boek aangeschaft. Het heeft me verschillende uurtjes leesplezier bezorgd. Ik heb de tekst dan ook wat bijgewerkt met bevindingen uit het boek.
FTWCO KOMPOLOGAKI MOU...
MIJN ARME KOMBOLOI...
Het volgende zinnetje heb je misschien reeds meegezongen; het is van een van onze bekendste volksmuziek-zangers, G. Mitsakis:
"se e…ca to mer£ki mou" ("als ik heimwee heb"). En wat, enkel heimwee? Ook de onvervangbare makker in de onnoemelijke pijn van de eenzaamheid, vriend in de ogenblikken van samenzijn en gebed, die het verdriet en de verzuchtingen afmeet, maar die tevens begroet wordt met entoesiasme en de stenen klank ervan in de handen. Mitsakis vervolgt hier op wanhopige toon: "poÚ qa brw na s’agor£sw gia na mh se xanac£sw" ("waar zal ik jou kopen, om nooit meer kwijt te raken"). Dit was in 1946. Het lied werd later ook nog uitgevoerd door Giorgos Manisalis, door Ioanna Georgakopoulou samen met Manoli Chiotis en door Stratos Paghioumtzis samen met Kostas Kaplanis.Vandaag de dag echter is het een dergelijk gedenkwaardig en tragisch lied over een verloren komboloi, zoals nooit meer geschreven werd; de toegewijde gezel bevindt zich voor vrienden en ge-interesseerden in een vereringsplaats, voor het eerst en uniek in de wereld: het museum voor de komboloi. Een plaats waar ze worden bewaard en verzorgd als een verzameling breekbare en verheven schoonheden. De bezoeker – ook de meest onwetende – ondergaat onmiddellijk de magie die de zachte barnstenen kralen uitoefenen en ziet de onbeschrijflijke hartstocht van de minnaars van de komboloi in. Uit de uitgaven van het museum verschaf ik mij kennis over de geschiedenis van en de soorten komboloi.
Een oude weemoed, en een vurige verzamel-hartstocht hebben Ari Evangelino ertoe aangezet dit enige museum op te richten, in Nafplio. Hij legt uit: "Als je mijn nood aan een gezel in de eenzaamheid begrijpt, zou je je een komboloi aanschaffen. Kies deze uit die je het meest aantrekt qua uitzicht, tastbaarheid en gehoor samen. Een magische, erotische verhouding, die het begin van een relatie zal zijn."
Voor de oningewijden kunnen we zeggen dat de verhouding met de komboloi een samenwerking is van alle gevoelens:
Een tweede verklaring leert ons:
Zo ongeveer wordt ook de mystieke macht verklaart, die zijn kracht op de mens uitoefent.
Zoals zojuist aangehaald was
‘kompo-lšw’ het begin van de geschiedenis, het verband tussen komboloi en mens.De eersten die de komboloi-gebedskrans gebruikten waren de eenzame Hindoes, zo’n 4000 jaar geleden, en die hem "mala" noemden. Hij had 108 kralen, zoveel als hun gebeden. Nadien waren het de Boeddhisten, vanaf de geboorte van Boeddha in 560 vóór Christus. De Muzulmaanse krans had 99 kralen, zoveel als de namen van Allah, en op het einde één grote kraal, die ze niet meetelden, en die "Allah-papa" genoemd werd.
In Europa werd hij geïntroduceerd door de Kruisvaarders in de 13e eeuw. In Griekenland werd hij bekend door de Turkse overheersing.
Eerst werd hij vereenzelvigd met en gebruikt door marginalen, en in het algemeen door diegenen die behagen vonden "… in de rust, met in de ene hand een sigaret, in de andere de begleri…". Het was een toonbeeld voor straatjongens die hun mannelijkheid wilden uitten. De betere klasse had geen tijd zich met dergelijke onbenulligheden bezig te houden. Maar de tijden veranderden…
Vandaag echter loopt de levendigheid van deze medereiziger gevaar een handelsvoorwerp te worden, die hem verandert van gedaante en karakter; waarom dan ook de aanhangers van de komboloi "De Orde van de Komboloi" opgericht hebben, ter zijner redding.
Nog dit: de Griekse komboloi heeft dus geen enkele gebedsfunctie meer. Hij bestaat steeds uit een onpaar aantal kralen op de ‘koord’ zelf en meestal één (grotere / mooiere) op het uiteinde. Dit was vroeger een kraal voor de godheid (Allah, Boeddha, …) maar is nu nog enkel een versier-element. Hoogstens kan aangenomen worden dat hij de ‘papas’ vereenzelvigt.
Opgehouden aan de middelste kraal vallen de overige perfect gelijk naar beneden. Omgekeerd: opgehouden aan de ene kraal op het uiteinde, zorgt deze middelste kraal voor balans en symmetrie.
Het Komboloi Museum is te vinden: Odos Staikopoulou 25, 21100 Nafplio
Het boek: Aris Evangelinos: "The komboloi and its history" is een uitgave van het Komboloi Museum zelf en kost 9 €. ISBN 960-86271-1-7.
Arhj Euanggel…noj - To kompolÒi kai h istor…a tou.
Patrick Vandamme
REMBETIKA & BOUZOUKI

Radicale beweging voor de dechiotificatie van de rebetika en voor de detetrachordisatie van de bouzouki
(Radical Movement for Rebetiko Dechiotification
and Bouzouki Detetrachordization)
http://dechiotification.rebetiko.org
De Radicale beweging voor de dechiotificatie van de rebetika en voor de detetrachordisatie van de bouzouki
ijvert voor eensgezindheid tegen:De Radicale beweging voor de dechiotificatie van de rebetika en voor de detetrachordisatie van de bouzouki eist unilateraal:
Feiten
Dit is een schadelijk voor onze oren.
Dit druist in tegen onze moraal.
De schuldvraag
"Manolis Chiotis, the first and maybe unsurpassed bouzouki virtuoso, added a fourth string thus making the tuning identical to that of the first four strings of the guitar; this made easier the guitar-like accompaniment to the virtuoso performance. Furthermore, he introduced the electric bouzouki in order to increase the volume, since the rebetika songs were now performed in huge, luxurious ball-rooms and in front of large audience. The vast amount of recording productions affected and altered the old, authentic style and quality unavoidably started to decline. From 1960 onwards, commerce and easy profit debased rebetiko."
(Dimitris Kourzakis - http://www.forthnet.gr/rebetiko/essay/rebetik9.htm)
Wie zijn wij?
Wij zijn:
Acties
Wij hebben twee doelstellingen: dechiotificatie en detetrachordisatie
Onze actiemiddelen zijn zeer eenvoudig:
Gratis levenslang lidmaatschap: stuur een brokstuk van een cd van Chiotis op of een splinter van een tetrachordo bouzouki (of een door de autoriteiten gecertificeerde foto van deze items)
Dit is de enigszins ingekorte versie van de tekst die te vinden is op de website van deze "vereniging". Voor alle duidelijkheid, de inhoud moet niet 100 procent ernstig genomen worden, maar dat had u natuurlijk al wel door. De website biedt ook een forum aan, waar iedereen terecht kan met vragen en opmerkingen.
Vertaling: Jan Lejeune
Deze wensenboom is een verzameling van twaalf uitspraken. Aangezien een jaar twaalf maanden telt, heb ik als symbool voor iedere maand een gezegde bedacht. Mijn opzet is de lezer van de uitspraken uit te nodigen met anderen een gesprek aan te gaan. Ik wens u veel communicatieplezier.
Dw/deka ekfra/seij stoli/zoun auto/ to de/ndro euxw/n. Ka/qe dikh/ mou e/kfrash sumboli/zei e/na mh/na tou e/touj. Skopeu/w na tij diaba/sete kai na e/xete mia kalh/ koube/nta gu/rw sta qe/mata eno/j h/ merikw/n autw/n twn ekfra/sewn.
Altijd eerlijk, steeds heerlijk |
Je hoeft niet hard te rennen achter wat je niet dragen kunt |
|
Zeg het niet te hard, zeg het met je hart |
Een klein genoegen vermijdt een groot ongenoegen |
Onverdraagzaamheid duldt geen tegenspraak | Wat op los zand gebouwd is, stort in bij de eerste vloed |
Een stapje achteruit helpt je weer vooruit |
Rijkdom is niet enkel vermogen in geld |
De waarde van een ding hangt niet af van de prijs | Staar je niet blind op wat een ander bezit |
|
Er is altijd iets waarin je uitblinkt |
De achterkant laat zelden de voorkant raden |
|
|
|
Den xa/neij pote/ an ei/sai eilikrinh/j |
Den ei/nai ana/gkh na kunhgei/j o/,ti den mporei/j n /apokta/j |
|
Mhn to peij sklhra/ pej to me thn kardia |
Mikre/j xare/j apofeu/goun mega/lej dusare/skeiej |
|
O fanatismo/j den qe/lei anti/stash |
o/,ti xti/zetai mo/no sthn a/mmo gkremi/zetai me thn prw/th roh/ |
/Ena bh/ma pi/sw po/te e/na bh/ma mprosta/ |
o plou/toj den metrie/tai mo/no se xrh/mata |
H timh/ eno/j pra/gmatoj den le/ei ti/pota gia thn aci/a tou |
Mhn ektuflw/nesai sta a/gaqa twn a/llwn |
/Exeij pa/nta ka/ti se ti aresteu/eij |
To pi/sw me/roj kru/bei kai thn pro/oyh |
Jean-Marie Petyt
Yiannis is een veel voorkomende naam in Griekenland. Deze naam is het equivalent van onze Jan. Vandaag wil ik het hebben over de Yiannis Kouklakis uit Legrena. Hij is reeds ettelijke jaren onze vriend. Voor wie het niet weet, is Legrena een klein onooglijk dorpje landinwaarts van de kustweg die Athene verbindt met Lavrion en op een boogscheut van de tempel van Poseidon te Sounion ligt. Menigmaal hebben we in zijn huis gelogeerd. Met de jaren is hij familie geworden. Als we in de buurt zijn, brengen we hem een bezoek.
Yiannis is een echte Kretenzer, die ooit op het vasteland terecht kwam en er bleef hangen, want hij vond er zijn liefde en lieve vrouw Yiota. Niet alleen oogt hij na al die jaren nog als een Kretenzer, maar evenmin heeft hij het Kretenzisch dialect verleert.
Yiannis is een vitale, maar ook rustige man. Hij is niet al te groot. Zijn door de zon getaande huid wordt omzoomd met een witgrijze baard en een haardos van dezelfde kleur. Zijn buikje wiegt ietsje naar voren. Zijn houding straalt respect uit. Hij is fier Kretenzer te zijn. Traag slentert hij door de straten van het dorp. Hij is uitermate vriendelijk en charmerend. Hij is een ideale vaderfiguur.
Zijn taaltje is heel apart. Uit zijn mond klinkt de Griekse zondag niet als kiriaki, maar als tsiriatsi. Pote Feftsete vraagt hij als we weer eens naar België terugkeren. Hem begrijpen is in het begin een ware opgave, want elke kappa en elke gamma dient vertaald en herdacht in de tse-klank. Maar alles went.
Yiannis en Yiota werden niet gespaard van tegenslagen. Een ongeneeslijke ziekte nam hun dochter af voor altijd. Ze was amper 26. Jarenlang hebben ze hun verdriet verwerkt op hun eigen manier. Geen radio, geen televisie, geen feesten. Elke dag naar het kerkhof om Ervenia een groet te brengen, haar te herdenken. Elke dag tranen om het pijnlijk verlies.
Hun leven heeft sinds kort een nieuwe wending gekregen. Hun zoon Michalis is intussen gehuwd met zijn Litsa . Het gezinnetje werd al uitgebreid met een schat van een zoontje, dat hoe kan het ook anders Yiannis heet. Langzaam heeft ook voor hen de tijd de wonden geheeld. Hoe langer hoe meer delen ze in de vreugde van de komst van hun eerste kleinkind.
Als we bij hen logeren op de bovenverdieping met groot terras voelen we ons thuis. ’s Morgens even naar de bakker verse broodjes halen en dan lekker ontbijten op het terras, dat op de omgeving uitkijkt. Er is geen enkele dag tijdens ons verblijf dat we niet binnenwippen bij Yiannis en Yiota. Ze rekenen er op dat we een babbeltje komen doen. Komen vertellen over onze dag vakantie en hoe we die hebben ingevuld. Samen wat televisie kijken en vertederd kijken hoe Yiota en haar vriendin meeleept met een of andere soap, waarin de mannen harteloos zijn en de vrouwen des te meer. Genieten van het zuchten wanneer het verhaal bruusk wordt afgebroken en er dient gewacht tot morgen om meer te weten te komen.
’s Avonds vroeg in bed, bekomen van de alledaagse stress en volop genieten van de rust. Onze gastvrouw en gastheer kunnen maar niet begrijpen dat we zo vroeg onder de wol kruipen en zo weinig lawaai maken. Ze zeggen wel eens dat ze gisteravond de kinderen niet hebben gehoord.
Jean-Marie Petyt en Nanette Van Biesen
Er zijn er die de ruiterij
Het voetvolk of de vloot het mooiste
Vinden op de donkere aarde;
Ik, wat men bemint
Dat valt licht begrijpelijk
Te maken: de vrouw die allen
In schoonheid overtrof, Helena
Heeft haar edele man
Verlaten en is naar Troje
Gevaren zonder te denken aan
Haar kind of aan haar ouders
Zo lokte de liefde haar
Herinnert mij nu eraan hoe
Anaktoria is weggegaan
Liever zag ik haar lieflijke gang
En het glanzen van haar gezicht
Dan de Lydische strijdwagens
En zwaar bewapende soldaten
Sapho