|
Zoals de maan z’n wandeling maakt doorheen de wolken van december. Zoals de zee bijna geruisloos ’t zand aanraakt bij ’t naderen van de nacht. Zo ervaar ik het leven dat met een stil gebaar het voorspel inleidt tot de dood. Martine Labbeke |
Opwj to fegga/ri pou perpata/ thn Deke/mbrh dia/ sta su/nnefa. /Opwj h qa/lassa pou aggi/zei thn a/mmo sxedo/n sigana/ me thj nu/xtaj to erxomo/. /Etsi dokima/zw th zwh/ pou me mia ki/nhsh arxi/zei to prelou/ntio pou teleiw/nei se qa/nato. meta/frash Jean-Marie Petyt |
In België is men de geneigd aan te nemen dat Frankrijk het wijnland bij uitstek is. Maar men vergeet ook te vaak dat ook Griekenland heel wat lekkere wijnen voortbrengt. In deze rubriek besteden we aandacht aan enkele wijnen uit het rijke aanbod.
Cava Boutari
Cava Boutari is een van de oudste rode wijnen van het wijnhuis Boutari. Cava is landwijn volgens de Griekse wijnwetten, een "vin de pays", zoals ze in Frankrijk plegen te zeggen, die minimaal drie jaar heeft gerijpt. De Cava rijpt de eerste twaalf maanden in een eikenhouten vat, de twaalf volgende maanden in een stalen tank en de laatste twaalf maanden in de fles. Het resultaat is een soepele wijn, rijk aan "bouquet" met een volle smaak. De geur doet denken aan pruimen en vanille. Deze wijn gaat uitstekend samen met gegrilde vleesgerechten en Griekse ovenschotels. Deze wijn is een product van Xinomadruiven uit het noorden van Naoussa (Macedonië) en Nemea (Peloponessos). en gemaakt uit Xinomavro-druiven uit Naoussa (Macedonië) en van Agiorgitikodruiven uit het zuiden van Nemea (Peloponissos). Alcoholvolumepercentage is twaalf procent.
Retsina Malamatina
Retsina Malamatina is een begrip zowel voor Eleftheria Paralias v.z.w. als in Griekenland. Al decennia wordt deze witte wijn waaraan een zeer kleine hoeveelheid hars is toegevoegd tijdens de fermentatie (gisting), volgens het traditionele recept gemaakt. De wijn is heerlijk gebalanceerd van smaak en is droog. De wijn is verkrijgbaar in flesjes van een halve liter en in flessen van twee liter. Deze Retsina, steeds goed gekoeld, laat zich smaken bij visgerechten en salades. Ze wordt gemaakt van verschillende soorten druiven van Macedonië, meer bepaald uit de streek van Thessaloniki. Het alcoholvolumepercentage is 6 %.
Nemea Reserve Camba
appellation V.Q.P.R.D.
Nemea Reserve van Cambas is een rode wijn uit de Peloponissos (Nemea) uitsluitend gemaakt van Xinoma-druiven. De wijn is niet altijd verkrijgbaar want ze wordt in gelimiteerde hoeveelheden geproduceerd. De Nemea Reserve rijpt twaalf maanden in eikenhouten vaten en vervolgens twee jaar in de fles. De wijn heeft een dieprode kleur en een zacht bouquet van een vleugje vanille en gedroogde noten, terwijl de geur aan bosbessen doet denken, heeft een gebalanceerde volle smaak met een lange, aangename afdronk. De wijn is heerlijk bij pikante gerechten en kaasschotels. De wijn wordt op kamertemperatuur geserveerd. Alcoholvolumepercentage is twaalf procent.
Mavrodaphne van producent Ino
appellation V.L.Q.P.R.D.
Mavrodaphne is van oorsprong een rode dessertwijn uit de streek rond Patras (Peloponissos) van louter Mavrodaphnedruiven, wat letterlijk "donkere laurier" betekent. De wijn wordt tevens als aperitief gedronken. De druif heeft een blauwe kleur, is laurierachtig (hetgeen voor een uniek eigen karakter zorgt) en vertoont gelijkenis met de Portugese Lourerodruif. Een jarenlange rijping in houten vaten in de wijnkelders van de producent Evoiki doet de wijn haar stugheid verliezen en maakt de wijn tot een "elegante dame". Mavrodaphne is een uitstekende begeleider van chocoladetoetjes of van stevige (Griekse) kazen. Als aperitief is Mavrodaphne ook verrassend lekker. Mavrodaphne blijft uitstekend bewaard in deze tweeliter fles gedurende ongeveer drie weken na het openbreken. Alcoholpercentage bedraagt vijftien procent.
Naoussa Boutari
appellation V.Q.P.R.D.
Deze rode wijn is buiten Griekenland goed bekend. Naoussa uit het gebied Naoussa (Macedonië) van Boutari is een cépage wijn gemaakt van Xinomavro druiven uit geselecteerde wijngaarden in het Naoussa gebied, o.a. Trilofos. De wijn wordt één jaar lang gerijpt in Franse eikenhouten vaten en vervolgens enkele maanden opgelegd. Naoussa is een stevige fruitige wijn, dieprood van kleur met een zeer volle smaak. Een absolute aanrader voor gegrilde vleesgerechten en kaasschotels. Serveren op kamertemperatuur. Alcoholpercentage is 11,5 %.
Ktima Fantaxometocho (Boutari)
Een bijzondere landwijn uit het gebied Skalani (Iraklion) op Kreta. Het is een heerlijk melange van Vilana, Sylvaner, Sauvignon Blanc en Thrapsatiri druif. De Thrapsatiri druif is een bijna verdwenen inheemse druivensoort die door de lokale wijnmakers steeds meer wordt gewaardeerd en geplant. Deze melange heeft een rijk bouquet van droge bloemen met een volle smaak in de mond en een lange plezierige nasmaak. Deze witte "vin de pays", een uitstekende begeleider van gevogelte, rijst en gerechten met witte sauzen moet u serveren op 11-12 °C. Alcoholpercentage is elf procent.
Eros Creta Olympias
Appellation V.Q.P.R.D.
Eros, de verleidelijke god van liefde uit Kreta in het gebied rond Peza heeft een heldere robijnkleur. Zachtdroog in de mond, met een evenwichtige smaak. Eros kan nog twee jaar rijpen in de fles. Deze wijn kan zich als echte liefde ontwikkelen... Serveren op kamertemperatuur. Druiven Kotsifali en Mandilari, producent Creta Olympias, alcoholpercentage bedraagt twaalf procent.
Chardonnay Boutari
Deze witte "vin de pays"-wijn uit Kreta is het resultaat van een jarenlange experimentele wijnbouw in de wijngaarden van Fantaxometocho, vlakbij Heraklion, op Kreta. De eigenzinnige Chardonnay druif is goed ontvangen door de kretaanse aardbodem, met als resultaat een wijn met aroma's van verse bloemen en een vleugje van limoen en meloen. Een bijzonder fijne een frisse smaak die zeer herkenbaar is voor de Chardonnay druif. Serveren met zeevruchten, salades of gevogelte. Gekoeld serveren. Alcoholpercentage bedraagt elf procent.
Merlot-Xinomavro Boutari
De krachtige Xinomavro druif, rijk aan tanninne tezamen met de soepele Merlot druif, rijk aan aroma's, brengen deze zeer bijzondere rode wijn voort. Diep robijnrood van kleur met een heerlijk volle smaak, is deze wijn wellicht het meest succesvolle huwelijk van inheemse en uitheemse druivensoorten. Een van de betere wijnen van deze producent. Deze "vin de pays"uit het gebied Imathia (Macedonië) gemaakt uit Merlot- en Xinomavro druiven (50 / 50) begeleidt uitstekend vlees- en kaasgerechten. Serveren op kamertemperatuur. Alcoholpercentage dertien volumeprocent.

Een dagje Volada
Volada klinkt zuiders en melodieus. Volada is heel eenvoudig een dorpje in de bergen van het hinterland van het eiland Karpathos. Het dorp is steeds een bezoekje waard vanwege de schoonheid van de natuur, doch Menetes, Spoa en Olymbos zijn zo veel mooier. Dit is mijn persoonlijke mening. Volada is the place to be op 8 september. Want dan viert het dorp feest. De Maagd Maria wordt er vereerd. Aldus trok ik samen met drie reisgenoten in alle vroegte die zatermorgen met de bus naar dit dorp.
Op vrijdagmorgen was ik in Pigadi, de hoofdstad van het eiland, bij de stadsdiensten langs geweest. Een be-diende achter zijn bureau, gezeten op een eenvoudige stoel, koos ik uit om te weten te komen hoe laat de goddelijke liturgie zou beginnen. Hij antwoordde me afgemeten beleefd, maar ook wat koel, om acht uur. Wie mee wou, moest vroeg uit de veren, want op zaterdagmorgen ging de eerste bus al om 6 uur. In die vroege septemberdagen was het al behoorlijk donker op dit uur. De bus vertrok met een handjesvol mensen. Vier toeristen onder de passagiers. Na amper een half uurtje bussen kwamen we in het dorp aan en zochten direct een steegje naar de kerk. De Kerk lag er wat verlaten bij. Ze was aangekleed voor de grote dag. Er was al wat beweging. Af en toe kwam een dorpeling(e) naar het Kerkgebouw: de ene met een brood, de andere met wat bloemen; de ene reeds in zondagse tenue, de andere nog met de voorschoot aan. En wij maar wachten tot de klok van acht uur. Doch de klokken gingen niet luiden, de massa kwam niet naar beneden en het leek wel dat er niet zo gauw verandering in de toestand zou komen. Wij, met z’n vieren, op een muurtje in de ochtendzon, sloegen alles gade.
De klok die draaide maar door. Na een half uur, na een uur, na anderhalf uur, niets dat er op wees dat de kerkdienst dra van start zou gaan. Toen besloten we een kaffeetje op te zoeken. Dus, weer naar boven, naar de halte van de bus. In de nabijheid vonden we een stekje. We waren de enige klanten en werden vriendelijk en snel bediend. Een drietal mannen kwamen ons vervoegen. Ze gingen aan een tafeltje zitten, vertelden wat, gingen in discussie met elkaar en plots kregen we de vraag of we geen lapje grond wilden kopen. Een van hen gaf alle details. Het was een echt koopje. Een redelijke oppervlakte. Op een idyllische plaats. Spotgoedkoop. Ik liet een fictief telefoonnummer achter, want op de achtergrond begonnen de klokken te luiden. Het naderde tien uur.
Terug bij de kerk bekijken we de toeloop dorpelingen en gelovigen die zich naar binnen reppen. Niemand gaat het kraam met de kaarsen voorbij zonder er één of meerdere te kopen. Dan gaat het richting kerk. De kerk zit reeds behoorlijk vol. We vinden (gelukkig) nog drie vrije plaatsen achteraan in de kerk. Ik blijf rechtop staan. Rechttegenover de kaarsenbak. Ik volg oplettend het schouwspel der kaarsen. Iedereen zoekt een goede plaats uit voor zijn of haar kaars. De kaarsen zijn evenwel geen lang leven beschoren. Een oudere man wikt en weegt over het bestaan van de kaarsen. Waar ze een plaats krijgen. Hoelang de vlam zijn gang mag gaan. Wanneer gedoofd. Oud en jong komt hier voorbij. Niets intrigeert meer een kind dan een vlammetje van een kaars. Hoe jong ook, weet elke pagadder zich te onttrekken aan het moederlijk gezag en richt hij de aandacht op het uitblazen in volle kracht van de lichtjes.
Intussen gaat de kerkdienst onverstoord en onverminderd voort. De pope bidt en zingt de religieuze psalmen. In de middengang, dichtbij het altaar, liggen de broden die gelijken op karrenwielen zo groot, roerloos en geduldig te wachten op de zegen van de kerkvader. Maar het duurt nog wel even. De broden worden gezegend aan het einde van de goddelijke liturgie. Dan pas worden ze aangesneden en verdeeld onder de massa aanwezigen, die stapvoets richting feestzaal moeizaam vorderen. Ook wij zullen meezitten aan de tafel, met daarop een fles bronwater en een fles rode, onbewerkte, natuurlijke wijn. Van onze vrienden, die later zouden komen, geen spoor. Besloten ze op het laatste moment om ergens anders heen te gaan. Ze waren immers gisteren negenendertig jaar getrouwd. Met geliefden weet men maar nooit. Even naar buiten gaan en de omgeving afzoeken bood geen uitkomst. Des te jammer. Wij, met ons vieren, gaan door.
Jean-Marie Petyt

Een oude en bedreigde streek in Attika
In principe vindt je in elke reis meer dan jezelf terug
Een onbekende, maar grote reiziger
Wie in Athene verblijft en over een auto beschikt, krijgt de gelegenheid om enkele dagen rond te reizen in het deel van Attika, dat in de onmiddellijke omgeving van de hoofdstad van Griekenland en de nieuwe luchthaven ligt. Het ommetje is meer dan de moeite waard, zoals je hierna kunt lezen.
In de streek Mesojia vind je oude en bedreigde plaatsen: Ramnounda, Vravrona, de tempel van Dyonisios, Byzantijnse kerken, overblijfselen van de Frankische overheersing, oude versterkte boerderijen en de oudste Griekse wijngaard. Evenveel plaatsen die worden bedreigd door het vraatzuchtige Athene en haar cultuurbeleid : de nieuwe luchthaven van Spata. Markopoulos, Peania, Koropi, Rafina, Spata, Keratea, Marathon, Schinias, Ano Souli, Grammatiko, Kapandriti en nog een paar andere zijn de haltes op een reisroute die je terugbrengen naar het recente landbouwverleden van Attika. Het is het Attika van de koestallen, van de wijn, van de moestuinen, van de kuddes, van landbouwers en veehouders, in één woord van de Arvanieten, nazaten van de stamhoofden met namen als Spata, Boa, Liosia, Malakassea, enz.
De Arvanieten zorgden voor grote veranderingen in een groot deel van Attika. Specialisten gaan ervan uit dat ze van herkomst uit Epirus kwamen en nazaten waren van de Pelasken en de Illiriërs: ze kwamen in grote aantallen naar Attika rond 1350 vanuit Epirus en Thessalië, waar ze verbleven op bevel van de Byzantijnen. De Franken hadden ze in dienst als toezichters en bewakers. De uniformen, de gebruiken en zelfs de kookkunst van Attika hebben een Arvanitische invloed ondergaan, wat ook blijkt uit de oude plaatsnamen en de namen van typische gerechten zoals trachanopitta (een variante van tiropitta op basis van korrels van gekookt griesmeel), Mousounta (ook een variante van tiropitta), die worden klaargemaakt in de pan of op een plaat, met of zonder korst, de huisbereide macaroni, het griesmeelgerecht, witte stifado of stoofschotel met hoofdzakelijk skordalia van amandelnoten, de Arvanitische kip weeral met amandelnoten en de mezedes van lever en ingewanden, het brood en het huwelijksgebak met weefselversiering, de chorta of wilde salade en de ladera of in olie bereide ge-rechten, evenveel voor-beelden van de mediterrane Arvanitische kookkunst.
Uiteraard is ook de wijn een aanleiding om deze streek met een bezoek te vereren. Talrijk zijn de wijnboeren in de streek: Kambas-Kantza, de ge-broeders Markou, Vasiliou, Anagnostou. De broers Markou, Spiros en Kostas, beklemtonen dat een wijnroute wordt aangelegd naar het voorbeeld van soortgelijke initiatieven in Makedonië.
Vergeet vooral niet een bezoek te brengen aan de kunstwerken uit de Oudheid, zoals Lavrion, Ramnounda, de Kerk van de transfiguratie van Christus in Koropi uit de 10de eeuw met schitterende muurschilderingen en het restaurant "Istorima" ofte "Historie" in dezelfde stad, die je een blik gunt op een authentieke boerderij uit vervlogen jaren, onberispelijk geconserveerd, inclusief wijnpers, hooischuur en de voederbakken in de stal.... De boerderij dateert uit 1730 en vertelt over de levenswijze van de boeren- en veehoudersfamilies uit de streek. Volledig gerestaureerd word je de kans geboden de volkse architectuur in haar volle pracht te bewonderen. Thans is hier een restaurant en bar gevestigd en zodoende de plaats bij uitstek om de uitzonderlijk goede wijn van de streek te proeven.
Lekker eten kun je volop in deze streek: ga maar eens langs in de "Kalofaga" in de omgeving van eikenbomen of in de beenhouwerstaverne de "Mouria" op het dorpsplein van Grammatiko, in de "Kalo Krasi", gelegen bij het binnenkomen van het dorp Ano Souli, in de "Eleona" te Peania, in de "Kianoun" ofte "Blue" in Schinias, in de "Erchia" in de omgeving van Spata of in de "Psaras" op het strand van Marathon en in "Tuin van Lekkas" in het dorp Marathon.
Als toetje nog drie recepten die je misschien wel op weg helpen naar deze streek.
Mousounta
Benodigdheden: verschillende soorten chorta of salades (uitgelekt, bestrooid met wat zout, afgespoeld) – vier eieren – 3 à 4 lepels bloem – 150 gram gerapste kaas naar eigen keuze – wat melk – peper.
Bereiding:
Meng alle ingrediënten tot een dikke brij, bak de brij in een gietijzeren pan of in een antikleefpan op een laag vuurtje, draai de koek langs beide kanten en dien op in driehoekjes met wat geraspte kaas.

Arvanitische lever
Benodigdheden: 500 gram lams- of kalfslever – drie middelmatige uien in schijfjes – zout, peper – het sap van drie citroenen – olie - bloem.
Bereiding:
Snijd de lever in kleine stukjes en bestrooi ze met de bloem, bak de lever met olie op een hoog vuur. Van zodra de lever kleurt, voeg je de uien toe en laat ze lichtjes bruinen. Verminder de vlam, kruid met zout en peper en blus met de citroen; indien je zulks wil ook met wat wijn. Bak de lever totdat ze mals is.
Arvanitische kip
Benodigdheden: 1 kip in stukken – drie middelmatige uien in schijfjes – olie – 150 gram amandelnoten in schilfers – zout, peper – het sap van twee citroenen – 1 glas witte wijn.
Bereiding:
Bak de kip in wat olie. Voeg eerst de amandelschilfers en daarna de uien toe; van zodra het vlees begint te kleuren, voeg je zout en peper toe. Van zodra de uien glazig worden, giet je de wijn en het citroensap erbij en laat je de kip sudderen tot ze gaar is. Dien op met rijst of gekookte aardappelen.
Bewerking van een artikel uit het tijdschrift "Menou/ kai a/lla",
september 2002, door Jean-Marie Petyt

Miltos Sachtouris (° 1919)
Miltos Sachtouris, een van de grootste Griekse dichters in leven, wordt dit jaar 84. Gelauwerd en gewaardeerd is M. Sachtouris één van die kunstenaars, die hun eigen, fanatiek publiek hebben, die hen jarenlang trouw blijven. Toch duurde het een hele tijd vooraleer hij kon vaststellen dat zijn werk werd gelezen en erkend.
Hij begon poëzie te schrijven onder de bezetting van de Duitsers, toen tuberculose hem erg ziek maakte. Zijn eerste dichtbundel verscheen in 1945. Zowel lezers als critici wezen zijn absurde en wrange verzen af. Zelfs de grote dichter Odysseas Elytis noemde zijn verzen "grand-guignol". Zijn werk kreeg erkenning vanaf de zeventig jaren van de vorige eeuw. Zijn hele leven stond in het teken van de dichtkunst. Reeds meer dan een halve eeuw drukt M. Sachtouris de innerlijke pijn van de hedendaagse mens uit. Zijn oeuvre wordt beschouwd als een voortdurend denken aan de zin van verdriet, aan het fenoneem pijn, dat deel uitmaakt van het menselijk lot.
Product van de woelige jaren ’40 en gedreven door een strenge, persoonlijke koppigheid drukt hij een gevoel van angst en verstikking uit en geeft een sobere visie weer. De verschrikking van de Duitse bezetting en de wreedheden van de Burgeroorlog vormen het vertrekpunt van een louter intiem traject, een echte "trein van terreur", enig in de hedendaagse poëzie.
|
KURIE Ku/rie, ei/nai meshme/ri ki ako/ma den cupnh/sate Ku/rie, den ph/rate to prwino/ saj Ku/rie, h/piate pollou/j kafe/dej Ku/rie, o h/lioj la/mpei, astra/ftei bre/xei kai xioni/zei Ku/rie, e/na ko/kkino pouli/ e/xei kollh/sei sto para/quro/ saj Ku/rie, mia mau/rh petalou/da fa/nhke pa/nw sto sth/qoj saj Ku/rie, pw/j tre/xete me to podh/lato! Ku/rie, ei/ste pagwme/noj Ku/rie, e/xete pureto/ Ku/rie, ei/ste nekro/j; |
HEER Heer, het is middag en u bent nog niet op Heer, u nam geen ontbijt Heer, u dronk veel koffie Heer, de zon schijnt, het bliksemt, regent en sneeuwt Heer, een rode vogel blijft plakken aan uw ruit Heer, een zwarte vlinder is te zien op uw borst Heer, hoe rijdt u met de fiets! Heer, u bent door en door koud Heer, u hebt koorts Heer, bent u dood? |
In de Franse krant "Libération" van 25 januari 1990 verscheen hiernavolgend artikel.
"Miltos Sachtouris is één van de eersten van de generatie Griekse dichters die debuteerden in de veertiger jaren. Hij gelooft niet langer dat immobiliteit ook een reis is. Het is de waarheid dat hij op geen enkele manier deelnam aan de tweede wereldoorlog, vermits hij genoodzaakt was stil te liggen in een ziekenhuisbed. In het algemeen heeft hij een afkeer voor reizen. Hij heeft geen voornemen ergens heen te gaan. Hij werd geboren te Athene in 1919 en wenst in ditzelfde Athene te sterven. In de tussentijd leeft hij er zoals hij poëtisch zegt:
"Ik verliet Athene nooit, ik kan en wil er niet weggaan. Als ze het me zouden vragen, ik weet niet waarom, zou ik het niet kunnen: wat ik wel weet is dat ik het niet kan." Het enige dat hem nog overblijft is te verhuizen. Hij gaat niet ver weg buiten de grenzen van zijn wijk, hij doet de ronde van Kypseli en kiest alsmaar kleinere appartementen uit. "Toen ik in 1940 in het ziekenhuisbed lag, zweerde ik enkel als dichter te leven, mocht er een wonder gebeuren en mocht ik het overleven. Ik begon, zowat vijftig jaar geleden mijn vermogen op te consumeren tot aan mijn vijfenzestigste, toen de regering gelukkig besloot mij een klein pensioen toe te kennen. Het werd tijd! De uitkering kwam net op tijd. Zodoende moet ik niet eindigen in totale armoede."
M. Sachtouris is een afstammeling van admiraal Jorgos Sachtouris, één van de helden van de opstand van 1821. Hij studeerde rechten in Athene, alhoewel hij reeds besloten had geen recht te spreken. Hij heeft zich nooit bezig gehouden met deze wetenschap. Hij spreekt Frans op een pompeuze manier, hij benadrukt zijn woorden met een opmerkelijke traagheid, zoals iemand met gehoorproblemen. Hij vormt steeds volledige zinnen die lijken te komen uit boeken die hij luidop en theatraal voorleest, alsof hij voor het eerst woorden gebruikt die hij reeds lang geleden van buiten heeft geleerd. Hij gelooft, zoals andere dichters van zijn generatie, dat een vertaling in het Duits beter de verzen weergeeft dan een vertaling in het Frans, alhoewel hij de Duitste taal vervloekt en meer bepaald heel veel van de Franse taal. houdt. De muzikaliteit van zijn verzen vormt het grootste probleem bij vertalingen. Zoals hij zelf zegt: "die noten gelijken op krukken van iets dat op eigen benen kan staan".
Tot nu toe heeft hij 260 gedichten geschreven. Hij beweert zelf dat overproductie schaadt. De eerste negen bundels heeft hij in eigen beheer uitgegeven. Door zijn generatiegenoten wordt hij als één van de beste dichters beschouwd, alhoewel hij met ongenoegen toegeeft dat ze zijn kunst onderwaarderen door ze als Grieks surrealisme te beschouwen. Recent publiceerde de Franse uitgeverij "Fata Morgana" een tweetalige bundel met 50 gedichten in een vertaling van Jacques Bousar onder de titel "Met het aangezicht tegen de muur". De originele Griekse versie verscheen in 1952 en haalde een oplage van amper 5 exemplaren. M. Sachtouris is nu meer gekend. Velen kennen zijn verzen zoals "Ik heb geen gedichten geschreven, ik heb geen gedichten geschreven, ik hak enkel kruisen op graven."
De Griekse uitgeverij Kedros heeft in twee delen het totale œuvre van deze dichter gepubliceerd. Het eerste deel heet Gedichten (1945 – 1971), het tweede deel Gedichten (1980 – 1998). In het Nederlands bestaat een selectie van gedichten van Sachtouris in de reeks "Obolos" onder de titel "Het hoofd van de dichter".
Lefteris Ksantopoulos maakte een documentaire over deze grote poëet met als titel "Wie is de gekke haas?", tevens de titel van een bundel interviews met de dichter. Hij mocht hem recentelijk interviewen op een moment dat hij geveld was door de griep. Tot slot van deze kennismaking een kort fragment.
"Lefteris, vandaag voel ik mij niet goed: ik ben moe en heb griep. Laten we het kort houden, ik kan er niet tegen. Ik vertelde het aan Thanos Kostandinidis en hij gaf me de raad slechts een paar woorden te zeggen. We gaan niet doen zoals we deden toen je je film draaide. Ik ben niet in goede doen voor veel gepraat.
Het ongeluk van vorig jaar rond hetzelfde tijdstip viel uiteindelijk nog mee. Ik had het geluk een fantastische chirurg van het Blauwe Kruis, mijnheer Jorgoulis, als behandelend geneesheer te hebben. Hij herstelde in 35 minuten het been dat was gebroken. Sindsdien gaat het goed. Nu loop ik af en toe met krukken, maar ik heb het afgebouwd. Nu ben ik een diabetespatiënt en ik begon minder goed te marcheren en vreesde voortdurend opnieuw te vallen. De chirurg raadde me aan de krukken te gebruiken wanneer ik alleen ben, maar ik kan goed zonder. Sinds vorig jaar ben ik niet meer buiten geweest, omdat ik een fobie voor het vallen had aangekweekt. Ik had de moed niet meer om naar buiten te gaan. Om de trappen af te dalen hielden ze me vast. Ik voelde me zwak en angstig. De vrouw die me verzorgt komt elke namiddag om 17 uur en gaat weg ’s anderendaags rond 9 uur. Elke middag brengt de kleindochter van mevrouw Persaki, die hier dichtbij woont, eten uit het restaurant. Ze is 21 jaar en houdt heel veel van mij. Ze bereidt zich voor om naar de School voor Schone Kunsten te gaan, niet bepaald om schilderes te worden, maar omdat strips haar uitermate boeien."
<<< O poihthj sto spiti tou sthn Kuyelh, 16 Dekembriou 2002.
Bewerking van de artikels uit het Griekse literaire tijdschrift
Diaba/zw,
nummer 436, Jean-Marie Petyt
Rijst met kip en groenten
Recept overgenomen uit het tijdschrift
"Geu/sh Kouzi/na", nr. 1 / 2003
Ingrediënten voor 4 personen:
1 soeplepel olijfolie - anderhalve kop rijst - 1 ui, fijngesnipperd - 225 gram kipfilet versneden in kleine stukjes - 2 ½ kop kippenbouillon - 1 rode paprika, fijngesneden - 1 gele paprika, fijngesneden - 100 gram diepvriesbonen - 115 gram verse champignons - 1 soeplepel versgesneden peterselie - zout en peper - enkele toefjes peterselie als versiering
Verwarm de olie in een grote antikleefpan en voeg de rijst toe. Laat twee minuten sudderen tot de rijst glazig wordt. Voeg de fijngesnipperde ajuin en het vlees toe en roer alles voortdurend gedurende 5 minuten. Voeg vervolgens de bouillon toe en breng het mengsel aan de kook. Voeg nu de paprika’s toe, verlaag het vuur en laat tien minuten sudderen. Peterselie, wat zout en peper naar smaak toevoegen. Laten pruttelen tot alle vocht uit de pan verdampt is. Dien het gerecht warm op en versier met wat toefjes peterselie. Smakelijk.
Een kalender van chocolade van Loulou
Een van de mooiste en meest originele geschenken voor jonge en oude chocoladeliefhebbers tijdens de eindejaarsfeesten in Griekenland was "de kalender van chocolade van Loulou 2003". De uitgeverij Kedros brengt ze op de markt. Het is een verzameling van twaalf chocoladerecepten van Eva Mavromatidou en voorzien van illu-straties van Paulina Papanikolaou. Het werkje is vlot geschreven in een eenvoudige taal, geeft alle nodige richtlijnen en bevat een recept voor elke maand van het jaar. Het is evenwel onontbeerlijk dat chocolade en cacao van de beste kwaliteit wordt gebruikt.
Vertaling: Jean-Marie Petyt

TA ASTEIA THS AMALIAS
Een originele treinreiziger
De loketbediende van het spoorwegstation vraagt een klant welke bestemming dient vermeld op het op te maken biljet. De klant zegt: "Doet u maar, ik hou van verrassingen."
Prwto/tupoj tacidiw/thj
Sto sidhrodromiko/ staqmo/ :
-Gia pou/ to eisith/rio pou qa saj bga/lw;
-Gia o/pou qe/lete. M /are/soun oi ekplh/ceij.
Uit noodzaak
De voorzitter van de Rechtbank wijst de beklaagde erop dat hij amper tien dagen geleden voor hetzelfde misdrijf voor hem verscheen en vraagt hem waarom hij opnieuw een diefstal heeft gepleegd.
Wat kon ik anders doen, Mijnheer de Voorzitter, ik moest de advocaat, die mij wist vrij te pleiten, nog betalen.
Apo/ ana/gkh
O pro/edroj proj ton kathgorou/meno :
-Den ei/nai ou/te de/ka me/rej, kathgorou/mene, pou se ei/xan fe/rei edw/ gia to i/dio adi/khma... Giati/ e/kleyej pa/li;
-Ti na ka/nw, ku/rie Pro/edre; /Eprepe na plhrw/sw ton dikhgo/ro pou m /aqw/-wse thn a/llh fora/.
Hij zal zijn handen wassen
Een acteur vertelt aan een vriend.
Weet jij dat ze mij de rol van Pontius Pilatus in dit stuk hebben gegeven?
Waarop de vriend repliceert:
Nu zal je toch je handen moeten wassen.
Qa plu/nei ta xe/ria tou...
/Enaj hqopoio/j le/ei s /enan fi/lo tou:
-Ce/reij s /auto/ to e/rgo mou e/dwsan to ro/lo tou Po/ntiou Pila/tou.
-Epite/louj
! Qa plu/neij ta xe/ria sou!Van geluk gesproken
"Herinnert u zich nog de heer die een levensverzekering onderschreef op het moment dat u hetzelfde deed?" vraagt de verzekeraar. "Wel, nooit eerder heb zo’n boerengeluk meegemaakt!" Hij stierf de dag erna.
Ecwfrenikh/ tu/xh
O asfalisth/j: Quma/ste ton ku/rio pou upe/graye to sumbo/laio/ tou gia asfa/leia zwh/j, thn i/dia stigmh/ m /esa/j; E, loipo/n, den e/xw canasunanth/sei pio ecwfrenikh/ tu/xh!... Pe/qane thn a/llh me/ra!
Hij redde zich als bij wonder
Stel je voor, je bent de enige die aan de scheepsramp wist te ontsnappen. Vertel me toch hoe jij wist te ontkomen.
Heel eenvoudig, ik miste de boot....
Sw/qhke... san apo/ qau/ma
-Pw/j; Ei/ste o mo/noj pou glutw/sate ap /auto/ to naua/gio; Gia fanta/sou
! Saj parakalw/ na mou to dihghqei/te...-Aplou/stata, den pro/laba to ploi/o...
Overgenomen uit het maandblad
"Eurwpatathrhth/j", januari 2003 
De Griekse vlag maakt een ruimtereis
Voor het eerst maakte een kosmonaut van Griekse origine een ruimtereis. Hij werd op 8 januari laatstleden ontvangen op het Presi-dentieel Paleis, de ambtswoning van president Kostis Stefanopoulos. De Russische kosmonaut, Theodoros Joursigin, is van Pontische afkomst. Hij schonk de Griekse vlag, die hij bij zich had tijdens zijn ruimtetocht van 7 oktober 2002 als lid van de bemanning van een Amerikaans-Russische zending aan boord van de shuttle "Atlantis, aan de President van de Democratie.
Weinig, heel weinig vlaggen van landen zijn tot in de ruimte geraakt. Daarom beloofde Kostis Stefanopoulos dat deze vlag het Presidentieel Paleis zal sieren. Joursigin met zijn typische eenvoud en steeds goedlachs bedankte voor de eer en de geschenken. Hij wenste iedereen een gelukkig nieuwjaar en vrede overal ter wereld.
Ongelooflijk toch, want zijn verzoek om de Griekse vlag achter te laten in het ruimtestation werd niet aanvaard. Nu wringen de hoogwaardigheidsbekleders zich in alle bochten om met de "Griekse" kosmonaut op een foto te staan.
De 42-jarige Griek woont en werkt in Rusland. Tijdens de ruimtereis telefoneerde hij in de Pontische taal met zijn moeder Mikroula Grammatikopoulou, die in de wijk Sindo in Thessaloniki woont. Hij had haar niet meer gezien sinds 1996.
Ook de voorzitter van de Nea Dimokratia, Kostas Karamanlis, ontving hem en wees hem erop dat hij voor het eerst zijn verjaardag kon vieren in Griekenland. Hij verjaart immers op 3 januari. Ook de Vice-Minister van Buitenlandse Zaken, Yiannis Mankriotis, betrok hem in de hulde. De gemeente Echedoros, waar zijn ouders wonen, maakte hem ereburger.
Ook de twee Pontische provinciegouverneurs van Thessaloniki, de huidige Panayiotis Psomiadis en de vorige Kostas Papadopoulou zetten hem in de bloemen. De eerste schonk hem een metalen sierbord, een bronzen hoofd van Alexander de Grote en een CD met Pontische liederen van Stelios Kazantzidis; de tweede gaf hem een boek, een uitgave van de Culturele Hoofdstad, "Thessaloniki, Geschiedenis en Cultuur".
Hij mocht talrijke geschenken in ontvangst nemen van verwanten, bekende en anonieme Grieken.
Vertaling door Jean-Marie Petyt van een artikel uit "Eurwparathrhth/j"
van Th. Pantsios, editie januari 2003

MIJN GRIEKSE TAVERNE
door Tom Stone, ISBN 90 274 7968, uitgeverij Het Spectrum, 280 bladzijden
Heel toevallig viel mijn oog op dit boek, toen ik ging snuisteren in het aanbod van reisboekhandel De Reyghere, Markt 13 te 8000 Brugge, die recentelijk werd geopend.
Ontelbaar zijn intussen de boeken die zijn geschreven over de Provence en Toscane door vreemdelingen die er gingen wonen en de lezer op hun hand krijgen aan de hand van al dan niet humoristische vertellingen over hun ervaringen met de streek en de bevolking. Alle auteurs zijn schatplichtig aan Peter Mayle, een Brit die op de lijst der bestsellers verscheen met wat hem overkwam in de Provence. Nadat Grieken-land aan de beurt was met "Mijn huis in Griekenland", dat in Nafplion staat, is er nu Tom Stone met "Mijn Griekse taverne".
Tom Stone is een Amerikaan die ooit op het Griekse eiland Patmos verzeilde, er verliefd werd op het eiland en op zijn echtgenote Daniëlle en de kans krijgt om er terug te keren de duur van één zomer om de taverne van zijn vriend Theologos te runnen. Hij ontdekte Griekenland en schreef er in alle rust een boek en gaf les op Kreta om de eindjes aan mekaar te knopen. Zijn verblijf aldaar zou 22 jaar duren. Thans woont hij opnieuw in de Verenigde Staten.
Hij vertelt zijn verhaal, onderbroken door mijmeringen over het verleden, en richt zich vooral op die ene zomer, toen hij vol enthousiasme de taverne draaiende hield. Zijn wedervaren met de Grieken verhaalt hij met de nodige humor en een knipoogje. Hij leert ons de verschillen in cultuur kennen. Hij legt de nadruk op het talent van elke Griek als handelaar en stelt duidelijk dat de wijze van handelen niet altijd overeenkomt en vaak aanleiding geeft tot misverstanden en toestanden van afgunst. De fonetische transcriptie van Griekse uitdrukkingen vergt enig puzzlewerk, hoedanook elk Grieks citaat wordt voorzien van een deugdelijke vertaling. Een vlotte vertelstijl zorgt ervoor dat het boek zeer geschikt is om te lezen in het zonnetje op het terras of tijdens een vakantie.
Na het verhaal is er een gedeelte "recepten", waarin zijn opgenomen de gerechten die voor de gasten werden klaar gemaakt in de taverne, die de naam "De schone Helena" droeg. De recepten zijn niet uitsluitend Grieks, want exotische (ook Amerikaanse) gerechten stonden er op het menu. Aldus krijgt het boek een tweede functie en een verlengstuk voor wie graag in de keuken staat.
Een leuk zomer- of vakantieboek.
Jean-Marie Petyt

Filippos M. is een beroepsfotograaf, die leeft en werkt in Athene. Reeds 50 jaar werkt hij aan zijn opus magnum (dat is wat hij gelooft): een album met foto’s van de soldatenparade van 25 Maart voor het monument van de Onbekende Soldaat. Net voor hij de fotosessie van zijn vijftigste parade wil beëindigen, ziet hij een verblindend licht, begeleid door een donderslag vanaf de Onbekende Soldaat en wordt alles anders. Filippos die tot op dat moment stottert, begint gewoon te praten, doet dingen die hij nog nooit gedaan heeft en ontmoet mensen die hij meende nooit te zullen ontmoeten. De tijd krijgt een andere wending en de plaatsen in de stad worden helemaal anders. Het uitzicht van Athene ondergaat een gedaanteverwisseling: de gebouwen, de straten, de parken, de pleinen verdwijnen. Er blijft enkel een grote tuin en een plantenrijke en groene vallei over. De vallei van Athene.
Ziehier de korte samenvatting van het verhaal, zoals vermeld op de achterflap van het boek van de Griekse auteur Jorjis Jiatromanolakis, dat bij uitgeverij Kedros verscheen onder ISBN 960-04-1850-0 in november 2000 en sindsdien in het land van herkomst een bestseller werd. De Griekse titel "Sthn koila/da twn Aqhnw/n" kan vertaald worden als "In de vallei van Athene", volledig in overeenstemming met de laatste zin uit de inleiding.
Het boek is geschreven in een niet te moeilijke taal en perfect leesbaar voor wie een ietsje meer dan een basiskennis Grieks bezit. Het verhaal vertelt de ontmoeting van Filippos M., de beroepsfotograaf met Onze Lieve Heer, die blijkbaar ook bezeten is van fotografie en bovendien over heel wat humor beschikt, zoals blijkt uit Zijn gesprekken met Filippos. Hierna enkele uittreksels om je te laten kennismaken met het boek en de schrijfstijl.
"De Atheense fotograaf luistert, maar is zeer duizelig. Hij lijkt zeer duizelig en behoorlijk vermoeid. Hij hoort een lange monoloog van iemand die hij niet ziet. Iemand in zijn buurt spreekt tot hem, maar hij kan hem niet zien. Ook herkent hij de stem niet. Bovendien interesseert het hem niet wat hij hoort. Filippos is druk doende. Het werk kan niet wachten. Ik ben gehaast, zei hij. Of tenminste geloofde hij dat hij iets zei en wat hij zei. Met zo’n inspanning, was hij absoluut over niets zeker. Ik ben gehaast. Ik wacht een gans jaar op dit moment. Ik kan nu niet stoppen en luisteren naar iemand die ik niet ken. Meer nog, nu is het totaal onmogelijk.
De fotograaf Filippos M. heeft werkelijk veel werk. Hij was de ganse morgen van de 25ste Maart in de weer. Zonder ophouden. Geladen met zware fototoestellen, lenzen, klein en groot, breedhoekslenzen en telescopen, lichtmeters, lichtfilters, een driepikkel en een etui, dat aan zijn middel bengelde, met daarin rolletjes zwartwitfilm. Een grote, stokoude tas hing gekruist voor zijn borst. Net als elk jaar op die dag, zo ook vandaag. Hij startte zeer vroeg aan het Syntagma-plein, ter hoogte van de Amalialaan en de Nationale Tuin. Hij passeerde langs het Zappion, dat vroeger op zijn weg lag. Nog eens zag hij de voorbereidselen voor de voertuigen en de voorbereidingen van het voetvolk enige tijd voordat ze begonnen op te stappen. Hij nam enkele foto’s voor zijn archief en verdween in de Amalialaan. Hij kwam drie à vier keer voorbij de Onbekende Soldaat en langs de lege tribunes van de officiële genodigden. Hij maakte ruzie, zoals elk jaar, met de politieagenten die het hem verboden zo maar over het plein te lopen. Hij mat en hermat het licht van de lentezon. Hij schatte de mogelijkheid van een plotse bewolking in. Hij schatte de mogelijkheid van een plotse regenbui in, want hij wist dat het weer snel verandert dit tijdstip van het jaar. Hij was klaar om te fotograferen. Pal tegenover de President. Ik heb 49 parades van de 25ste Maart gefotografeerd. 49 nationale parades. Met die van vandaag worden het 50. Mijn beste. Daarom heb ik nu helemaal geen tijd, zei hij in zichzelf. Laat ik eerst het werk beëindigen. We zien wel.
De Heer begon weer te praten. Zijn stem werd gehoord in de nabijheid waar Filippos verscheen. Waarlijk één moment dacht hij dat de stem zich rechtstreeks tot hem richtte. Zo zuiver was ze dat hij dacht dat hij ze had voortgebracht. Maar ik denk, Filippos, dat je werk reeds af is, zei de klare stem. De parade is voorbij. De officiële genodigden hebben reeds afscheid genomen. De tribunes zijn leeg. Ik zie niet in wat je nu nog kunt fotograferen."
"Op het tijdstip dat Filippos spreekt en vragen stelt, moet de parade der soldaten van de 25ste Maart afgelopen zijn. Maar, hij kan het niet weten. Hij bevindt zich in een bijzonder eigenaardige toestand. Alles is plots anders geworden. Zelfs de tijd. Iets is gebeurd met de tijd. Ik weet niet of ze voortgaat of terugkeert, zegt hij. Hij stroopt de linkermouw op. Een geluk dat er uurwerken zijn. Hij stroopt zijn mouw op om te zien hoe laat het is. Maar stelt vast dat het oude uurwerk, een Omega uit de vijftiger jaren, niet meer aan zijn pols zit. Filippos wil niets verliezen. Telkens ik iets verlies, maak ik mij zorgen. Het is niet de waarde van het voorwerp, Filippos. De dingen die ik heb zijn hoedanook goedkoop. Maar hun waarde stijgt als ik ze verlies. Ik vraag me af waar ik het verouderde uurwerk verloren heb. Het was het enige dat mij overbleef van mijn vader.
Filippos weet dus niet hoe laat het is. Hij herinnert zich vaag een gesprek over enkele foto’s. Hij herinnert zich ook een reuze album dat zich onophoudelijk voor zijn ogen laat bekijken. En hij maakt zich zorgen over de foto die hij gemist heeft. Ik verloor het uurwerk, ik miste de foto. Teveel problemen voor één dag. Hij vraagt zich af hoe hij het filmrolletje miste uit het etui in de linnen zak. Nooit eerder overkwam hem iets dergelijks. Hij maakt zich zorgen en is moe. Hij was genoodzaakt voortdurend in de motregen te lopen en onophoudelijk de gewapende machten en de veiligheidsagenten op foto vast te leggen. In zijn haast gleed hij drie keer uit. Hij viel niet en ging niet zitten om uit te rusten. Hij ging direct naar zijn atelier en begon de foto’s te ontwikkelen. Alleen in zijn fotolab. Aan het begin van de Universiteitslaan. Dichtbij Omonia. Nu hadden de zaken evenwel een andere wending genomen."
"De parade begint, Filippos. Op tijd. De stotterende fotograaf luisterde. Juist op tijd. Hij stroopte de mouw van zijn jasje op. Hij zag hoe laat het was op de oude Omega van zijn vader. Hij zag het riempje, in lamentabele staat alsof het elk moment uit elkaar kon vallen.
Reeds was het gedeelte met de oorlogsvaandels gepasseerd. De twee bataljons kadetten en het bataljon infanterie. Het tweede regiment valschermspringers draaide al het hoofd naar rechts. De kompagnie mariniers en de kompagnie van de landmacht. Allen even trots. De kadetten. De onderofficiers. Eenheden van een duikboot. De brigade vrouwelijke soldaten van de krijgsmacht in de lucht. De afdeling dienstplichtigen. In het gelid. Leden van de luchtmacht. Ze paraderen als onsterfelijken, dacht Filippos. Temidden van de bomen in een groene vallei. Langs de kant olijfbomen, eikenbomen, cypressen, dennen, treurwilgen en andere. Ze schreiden langs bloeiende bremstruiken. Braamstruiken. Bomen met drie bladeren. Margarieten. Lelies. De bloesems van de Attische Acanthus. De ballota acetabulosa. Valeriaan. De Egyptische jasmijn. Let op hoe dor.
Een geweldige parade, wou de sprakeloze Filippos zeggen. Een geweldige parade. Maar hij deed zijn mond niet open, want, dacht hij, het is beter dat een stotteraar niet praat.
Toen de Griekse Politie passeerde, waarschijnlijk gevolgd door de havenpolitie, keek Filippos opnieuw op zijn uurwerk. Maar hij zag niet hoe laat het was. Ik zie niets meer, dacht hij. Niet met gesloten ogen, niet met de ogen open. Zijn ogen waren niet gesloten en ook niet open. Ze waren in slaap. En ogen die slapen kunnen niet kijken.
Hoe lang heb je geslapen, Filippos?, vroeg Onze Lieve Heer. Halverwege de parade.
Veel, antwoordde Onze Lieve Heer zelf, je hebt heel wat geslapen. Het wordt tijd dat ik voor jou het licht doof. Want voor zover ik kan zien, kan jij zelfs het licht niet doven. En hij deed alsof hij het licht van het Syntagma-plein, de Universiteitsstraat en Omonia doofde. Alsof het een olielamp was. Een petroleumlamp, of een gloeilamp. Dat deed hij. En hij morde. Onvermoeibaar. Hier en daar werd "okee" gehoord. "Okee" en "vandaag". Alsof hij zich bekommerde om iemand, die zich aan de slaap had overgegeven. Hij was totaal onbeschermd.
Je hebt me niet gezegd of de foto van de vallei van Athene je beviel, zei Onze Lieve Heer, terwijl hij de versteende man in de vallei van Athene bekeek. Het ene moment leek hij in coma te liggen. Het andere moment leek het of hij uit het groen opdook. De Heer bekeek een grote zwartwit foto van de groene vallei van de stad Athene. Een foto vastgelijmd in een groot album. Ergens op de foto was een man in een oncomfortabele positie te zien. Uiteindelijk zei hij me zijn mening niet. Hij herhaalde. Die fotografen. Altijd wat met foto’s van anderen, zei hij en draaide de bladzijde.
Vertaling Jean-Marie Petyt

Evia is nog een van de eilanden die zijn oude charme heeft behouden. Het is nog niet zo bekend bij het massatoerisme maar is zeer de moeite waard. Er zijn prachtige zandstranden in het noorden maar ook eenzame stranden met stenen, bijvoorbeeld in Pefki, voor hen die daar van houden. Ook de stad Halkida is de moeite waard. Men kan daar genieten van het nachtleven maar ook het snelstromende water onder de oude brug die Evia met het vasteland verbindt is indrukwekkend. Verder zijn er de warme waterbronnen waar veel mensen vanwege de geneeskrachtige werking hun heil zoeken in Loutra Edipsou.
Sinds enige tijd wonen enkele Westvlamingen en tevens Eleftheria Paralias -leden in Griekenland. Zij bezorgden ons onderhavig artikel. Als je na het lezen van dit artikel de smaak te pakken krijgt en deze prachtige streek zelf wil verkennen, dan kan je zelfs bij hen logeren (in onze Agenda van deze maand is trouwens hun advertentie opgenomen - zie pagina5)
EUBOIA of EVIA
Op Kreta na is Evia met zijn 188.400 inwoners het grootste Griekse eiland. Het ligt langgerekt tegen het vasteland, waarmee het door twee bruggen verbonden is.
Evia is in wezen de voortzetting van het Pilion-massief en dus bergachtig. Vooral de oostkust is zeer hoog, steil en onherbergzaam. Van de vijf bergen die Evia domineren, zijn de noordelijke Oléthrio (970 meter) en de Kandhyli (1.225 meter) het bosrijkst. Hier groeien vooral kastanjes, pijnbomen en platanen. In het centrum liggen de Olymbos (1.171 meter) en het grotendeels beboste Dirfis-massief met zijn 1.743 meter hoge kegel als hoogste punt. In het kalere, maar zeer ingesneden zuiden met zijn prachtige baaien, duikt pal achter Karystos de 1.398 meter hoge Ochi op met zijn Dymosari-kloof, een must voor wandelaars. De oostkust wordt zò bestookt door de meltémia (wind) dat zich alleen achter de beschermende rotsen van Kaap Kymi een haventje bevindt. Het verzorgt de bootverbindingen met de eilanden Skyros, Skiathos, Skopelos en Alonissos. De meeste haventjes en badplaatsen bevinden zich aan de beschermde westkust. De schaarse vruchtbare vlakten leveren tarwe, druiven, vijgen en olijven op.
De Lelantijnse vlakte die al door Homeros om zijn wijngaarden werd bejubeld, was in de 7de en 8ste eeuw vóór Christus een twistappel, waarover Eretria en Chalkis met elkaar oorlog voerden. Uiteindelijk triomfeerde Chalkis en het werd de machtigste stad van Evia. Al in de 8ste eeuw werden er kolonies gesticht in het Noord-Egeïsch gebied waar het driepotige schiereiland, onder Thessaloniki, nog de naam Chalkidiki draagt. Ook nu blijft Chalkis economisch veel belangrijker dan Eretria. Er is helaas niet veel van het Venetiaans-Turks karakter overgebleven. Er zijn nauwelijks oudheden te bewonderen en op dit vlak moet Chalkis het dan weer afleggen tegen haar oude rivaal Eretria. Het eiland beschikt over belangrijke voorraden bruinkool en magnesium en in de Romeinse tijd was het gewonnen marmer dat in Karystos werd gehouwen zeer gegeerd. Onder de Franken heette het eiland nog Negroponte, waarschijnlijk een verwijzing naar de brug over de antieke zeestraat Euripos, naam die verbasterd werd tot Egripo.
CHALKIS
Hoofdstad van de Provincie Evia, ze telt ongeveer 50.000 inwoners.
We starten ons bezoek aan het busstation. Als u aan de Eleftheriou Venizelou (de grote boulevard met middenberm) bent, steek je die over om een kijkje te nemen op de gedeeltelijk overdekte markt (agora). Het gonst er van de bedrijvigheid. Groenten- en viskramen, beenhouwers en kruidenverkopers stellen er hun waar te koop.
We volgen de grote boulevard afwaarts en vinden aan de rechterhand het archeologisch museum. We trekken uw aandacht op enkele, naar onze mening, interessante vondsten.
In de tuin staan vooral grafstenen. In het rechter deel van de portiek rechtover de ingang staat u een amazone (4de eeuw vóór Christus) gekleed in een typisch oosters gewaad, die aan de klauwen van een griffioen tracht te ontsnappen.
Verder staan er een aantal Romeinse beeldhouwwerken, waaronder een borstbeeld van Keizer Maximius de Thraciër, een herder die, officier geworden, tot keizer werd gekroond na de moord op keizer Alexander. Meest bekend zijn de paardenhoofden, gebeeldhouwd met een opvallend anatomische juistheid.
Binnen in het museum in de rechter zaal, in vitrine 7 zie je uit de 8ste eeuw vóór Christus, een prachtige kleine Hydria (waterkruik met drie handvatten). Op de hals symmetrisch versierd met twee paarden die steunen op een levensboom. In vitrine 5 staat een met bloemen- en zeemotieven versierde Jarre (kruik)
In de linkerzaal vallen onmiddellijk de twee archaïsche (6de eeuw vóór Christus) Kouroi-hoofden op.
Vitrine 11, bovenste legger, links: een lekyttos (lange smalle vaas) met zwarte figuren, voorstellend Ariane op een strijdwagen met twee wielen, getrokken door vier paarden, waarachter Dyonisos een kroon draagt, symbool van hun nakend huwelijk. Rechts een andere lekyttos, met witte ondergrond, waarop Hercules de dubbele fluit bespeelt.
Vitrine 12: schitterende kroon, samengesteld uit 82 olijfboombladeren, gevonden in een Hellenistisch graf.
Bij de grafstenen die in deze zaal zijn tentoongesteld is een van de belangrijkste die waarop een jonge atleet (tweede helft 4de eeuw) met zijn hond te zien is. In de linkerhand heeft hij een olieschraper en in de rechter een vogel.
In de middenste zaal een reusachtig beeld van Apollo. U ziet er tevens een beeld van Antinoös, de favoriet van Keizer Hadrianus: het is één van de vele beelden die de keizer in heel het rijk liet plaatsen om de dierbare overledene te eren. De jongeman is hier voorgesteld met de attributen van Dyonisos, te weten een kroon van klimop en druivenbladeren, en zijn naakte lichaam gehuld in de huid van een panter. Verder een borstbeeld van Polydeukon, één van de favoriete leerlingen van Herodes Atticus. Dit beeld is veel minder geïdealiseerd dan het vorige: het is een met gevoel weergegeven beeld van een koppige, verwende jongeling. Zijn hoofd, driehoekig van vorm en met kleine kin, neigt naar voor en hij heeft duidelijk een pruilmond.
De winkelstraten liggen achter het museum. Maar misschien wordt het nu wel tijd om op een terrasje te verpozen aan het water, langs de mooie promenade. Aan de overzijde van de baai, op het vasteland, is één van de stranden van Chalkis gelegen en vandaaruit voert een weg je naar de top van de heuvel, waar u vanop de Turkse burcht FROURION KARA BAMBA een schitterend uitzicht hebt over de stad, de baai en de omgeving. Je kan er heen met de auto, maar vanuit het park achter het strand zijn er trappen tot boven. Vóór de burcht is een cafeetje met groot terras onder de bomen.
Maar bekijk eerst, vanop de kade, het fenomeen van de Zeetraat van Euripos.
1. De brug
Om economisch-strategische redenen werd de straat tussen Chalkis en het vasteland in 411 vóór Christus voor het eerst van een vaste oeververbinding voorzien. In de Byzantijnse periode kwam er een beweegbare brug in de plaats. De Turken vervingen die weer door een vaste stenen brug met vijf bogen. Na de onafhankelijkheid volgde een nieuwe vaste brug, waardoor scheepvaartverkeer onmogelijk werd en in 1896 werd ze vervangen door een ijzeren draaibrug, waardoor weer verkeer mogelijk werd. In 1963 werd dan de huidige basculebrug gebouwd. Dit jaar werd het wegdek, dat dringend aan vernieuwing toe was, vervangen. Omdat het moderne verkeer door de stad meer en meer onhoudbaar bleek, werd er sindsdien ten zuiden van het centrum een hoge nieuwe brug gebouwd, die een betere verbinding geeft met de autostrade Athene - Thessa-loniki.
2. Het natuurfenomeen
Al in de oudheid braken waarnemers en geleerden zich het hoofd over de oorzaak van het grillige stroompatroon in de smalle straat. Ook nu is er nog geen afdoende verklaring voor gevonden. Per etmaal verandert de stroom met een snelheid van rond de zes knopen (ongeveer 11 km/u) wel 6 tot 7 en tijdens bepaalde periodes tot 14 keer van richting, gemiddeld om de drie uur, waarbij niveauverschillen tot 1 meter optreden.
DE OUDE STAD
Niet ver van de brug ligt het oudste gedeelte van de stad of het Kastro. Op de Platia Pesondon Opliton (Plaats van de gesneuvelde soldaten) staat de goed bewaarde Turkse moskee van Emir Zade, gebouwd tussen 1470 en 1600. Boven de deur staat een inscriptie die als volgt vertaald kan worden: "Treed in vrede binnen en ge zult eeuwig leven in de naam van de vergevensgezinde God". De moskee doet nu dienst als middeleeuws museum. Er voor staat een marmeren bron daterend uit 1655, maar in 1796 herbouwd door de garnizoenscommandant van een detachement artillerie van het Turks leger.
Ongeveer 100 meter verder staat de kerk van Agia Paraskevi, een oorspronkelijk vroegchristelijke basiliek, gebouwd op de ruines van een tempel van Artemis, Apollo en Leto. In de 14de eeuw werd ze door de Frankische baronnen gedeeltelijk afgebroken, vergroot en versierd met de leeuwen van Sint-Marcus. De Venetianen bouwden ze om tot een gotische kathedraal. De Turken maakten er een moskee van en gebruikten ze later als opslagplaats. Het is slechts na de bevrijding van Chalkis in 1833 dat ze aan de heilige Paraskevi, beschermvouw van de stad, werd toegewijd. Opvallend zijn haar afmetingen en de op gevarieerde wijze versierde kapitelen. De marmeren iconostase is neoklassiek en eind 19de eeuws. In de straatjes er rondom vind je nog enkele zeer oude woningen. In de wijk bevindt zich ook, in de Skalkota, een deel van de vroegere vestingsmuur, het Folkloristisch Museum. Vergeleken met het folkloremuseum van Limni, is dit hier niet de moeite waard.
Je bent nu terug aan het busstation.
Buiten het centrum zijn er nog de resten van een Turkse aquaduct, dat water aanvoerde uit de 25 kilometer verder gelegen bronnen van de Dirfis. Je hoeft daar niet speciaal naartoe te wandelen want bij een uitstap naar de Dirfis of Limni, te weten het noorden van het eiland, rijdt je eronderdoor.
ERETRIA
Gelegen, op 20 kilometer van Chalkis is Eretria een historisch stadje met een geschiedenis teruggaand naar de prehistorie. De exacte periode van haar ontstaan is niet bekend. Wat we wel weten is dat ze in haar latere periode een welvarende, ondernemende gemeenschap was. Volgens Homeros nam ze deel aan de Trojaanse oorlogen (samen met Chalkis, Istiaia, Kerinthos, Karystos en Styra) met zeven schepen en bemanning.
GESCHIEDENIS
De eerste inwoners van Eretria waren Abantes, gevolgd door de Ioniers. Het is ook bekend dat de stad door de eeuwen heen verschillende namen kreeg: Eiretria, Melaniis, Aritria. De Ioniers ontwikkelden er handel en nijverheid, zeevaart en kunst en verzekerden in Eretria de privileges en de welvaart.
Rond 500 vóór Christus kwamen de Ionische steden van Klein Azie in opstand tegen de Perzen. Athene koos de zijde van de opstandelingen. Eretria leverde soldaten en vijf schepen. Toen Koning Darius dat vernam, bedreigde hij de stad met vergeldingsmaatregelen, die hij uitvoerde in 490. De Perzen bestormden met hun leger de stad. De Eretrianen vochten moedig terug, maar konden tegen de overmacht niet op en verloren de strijd. De Perzen verwoestten de stad en namen honderden inwoners, die de stad niet tijdig konden verlaten, gevangen. Na hun nederlaag in Marathon, namen de Perzen hen mee en lieten hen aan hun lot over in de woestijn, waar het de Eretrianen, ondanks hun penibele toestand, lukte om in leven te blijven en de Griekse taal en tradities levend te houden gedurende vele eeuwen.
De Eretrianen, die naar de heuvels rond de stad waren gevlucht, zakten terug af naar hun stad in puin en slaagden er, dankzij hun doorzettingsvermogen, in om huizen, tempels, en openbare gebouwen herop te bouwen en versterkten hun handels- en vlootaktiviteiten. Slechts tien jaar na hun ondergang waren ze weer paraat om mee te vechten aan de zijde van de andere Grieken, onder andere de Atheners, en te winnen tegen de Perzen in Salamis. De Atheners breidden hun invloed uit over Eretria. Die zochten een mogelijkheid om het juk af te werpen.
In 411 vóór Christus vond er een zeeslag plaats in de baai vóór Eretria. De Atheners verloren er van de Spartanen en de Eretrianen zagen de kans schoon en vernielden de Athense schepen, die in hun haven een veilig onderkomen hadden gezocht en doodden de bemanning en de soldaten. De andere steden van Evia vervoegden Eretria in haar strijd tegen Athene en vormden een alliantie met Sparta.
In 336 vóór Christus kwam Eretria, net als alle Griekse steden, onder het gezag van de Macedoniërs.
De Romeinen namen de stad over in 198 vóór Christus. Ze plunderden en vernielden ze en namen de vele kunstschatten mee naar Rome. Later kreeg Eretria haar onafhankelijkheid terug, maar begon het verval. Gedurende de Romeinse, de Byzantijnse (tot 1204), de Frankische (13de eeuw), de Venetiaanse (15de eeuw) en de Turkse (van 1470 tot 1830) overheersingen werd er weinig gehoord over Eretria.
In 1832, na de Griekse opstand, werd Evia door het Verdrag van Londen aan Griekenland toegewezen en kwamen inwoners van het door de Turken in puin gelegde eilandje Psara in Eretria wonen. De jonge regering van het gedeeltelijk onafhankelijk Griekenland hoopte het weinig bevolkte eiland Evia op die manier te bevolken en het zijn oude glorie terug te geven. Zij gebruikten hiervoor de kapitalen, die uit de verkoop van de talrijke in beslag genomen Turkse eigendommen verkregen werden. De poging mislukte, want 15 jaar later, telde de stad, nu Nea Psara genoemd, slechts 200 inwoners. Ze leefden in moeilijke omstandigheden, in vochtige, door moeras omgeven, woningen.
Het is pas in 1922, als de Grieken uit Klein Azië er aankwamen, dat met de drooglegging een aanvang werd genomen en de stad zich ontwikkelde. Bij het uitbreken van WO II telde Nea Psara 1800 zielen.
Vanaf 1950 begon de echte groei van de stad, die haar naam Eretria terugkrijgt, door de bouw van de kade en het inleggen van een ferry-bootdienst, die het voor Atheners gemakkelijker maakt het eiland te bereiken. Eretria werd een gezellige badplaats, gewaardeerd door de inwoners van de miljoenenstad. Er werden hotels gebouwd, er werd verkaveld, en in 1965 werd Dream Island uitgebouwd en verbonden met het vasteland. Vanaf dit jaar zijn er renovatiewerken aan de gang om dit totaal uitgeleefde vakantiedomein op te knappen en krijgt de strandpromenade een face-lift.
Het huidige Eretria telt iets meer dan 3.000 permanente inwoners. In de zomer 30.000!
OPGRAVINGEN
In 1890 is men begonnen met het blootleggen van de archeologische site. De voornaamste vondsten, door een Zwitsers archeologisch team opgegraven, kunnen bezocht worden.
Als je het deel van Archeou Theatrou, voorbij het rondpunt, ten einde bent, ligt het museum links op de hoek, vóór de grote baan. Aan de overkant liggen de fundamenten van stadsmuren, huizen (waarvan één met goed bewaarde badkuip), een Dyonisostempel en een stadspoort. Tegen de flank van de Acropolis ligt het Theater, dat plaats bood aan 6.300 toeschouwers. Het is het best bewaarde monument van de site. Enig is de gewelfde doorgang, die door trappen het Hyposcenion (onderscène) verbond met de orchestra. Het diende voor theatrale effecten, als bijvoorbeeld de "Deus ex Machina". Men vindt dit in geen enkel ander theater op Grieks grondgebied. Het is voorlopig gesloten voor het publiek, omdat een Zwitsers archeologish team heat restaureert. Het werd gebouwd in de klassieke periode (5de eeuw vóór Christus) en heropgebouwd na de vernieling door de Romeinen in 198.
Steek nu terug de baan over voor een bezoek aan het
MUSEUM
Heropend in 1991, zijn er enkele belangrijke, in de streek gevonden, stukken uit het Nationaal Museum van Athene en het Museum van Chalkis, naar hier terug gebracht. De tentoonstelling is tweetalig: Grieks-Frans en zeer overzichtelijk opgesteld. Toch willen we de aandacht vestigen op de voornaamste vondsten.
Vitrine 3 en 4: Lefkandi, geometrische periode (1050 - 750 vóór Christus) voorwerpen uit graven, waaruit blijkt dat de doden werden verast. Een centaur (900 vóór Christus) in klei is teruggevonden, in twee stukken gebroken, elk in een verschillend graf. Let op de hand met zes vingers.
Vitrine 9 en 10: Eretria, geometrische periode. In die tijd kent de stad haar hoogtepunt en stuurt haar vloot naar de vier windstreken om in Sicilie, Klein Azië en Zuid Italië, handelsposten op te zetten en Griekse kolonies te stichten. Rijk versierde huisraad, die met de dode werd meegegeven, getuigt van de welstand van de stad: een schitterende Amphora en bronzen grafurnes.
Vitrine 12: een bronzen oogklep van een paard, versierd met een motief: de meester der dieren met in iedere hand een leeuwenjong.
Vitrine 13: grafurne (eind 7de eeuw vóór Christus): op de buik een leeuw en vogels en op de hals een stoet van vrouwen.
Vitrine 15: grafurne (650 vóór Christus): aan de ene zijde het gevecht van Herakles tegen de Kentauren; aan de andere zijde, de meester der dieren en een Godenstoet.
In de tweede zaal staat het meesterwerk van het museum: fragmenten van de fries van de Apollotempel, gebouwd einde 6de eeuw vóór Christus en door de Perzen vernield. In het midden stond Athena, waarvan de torso, zonder hoofd, versierd is met een Gorgona (een van de dochters, de meest bekende is Medusa, van de watergod. Zij veranderden elke sterveling die het waagde hem aan te kijken in steen). Langs weerszijden van Athena, stonden twee strijdwagens afgebeeld: de linkse waarschijnlijk gemend door Herakles, de rechtse door Theseus die Antiope, de Koningin van de Amazones, ontvoert. Een prachtig staaltje van laat Archaïsch beeldhouwwerk (de glimlach van de personnages) maar die al een overgang laat zien naar het classicisme te zien in de kapsels en de plooien in de kleding.
Vitrine 17: Gorgonahoofd: heeft als wandversiering gediend en is terug gevonden in het Huis met de Mozaïeken.
Vitrine 18: Panatheense amphoren (4de eeuw vóór Christus). Deze amphoren werden als trofee uitgereikt bij de Panatheense Spelen, die om de vier jaar in Athene werden gehouden ter ere van de godin Athena. Zij hebben steeds aan de ene kant een afbeelding van de godin, met helm en wapenrusting, en aan de andere kant een voorstelling van de sporttak, waarin de winnaar zegevierde (hier worstelen).
Bij het einde van het museumbezoek vraag je aan de bewaker de sleutel van het Huis met de Mozaïken (je geeft een identiteitskaart als borg). Steek de grote baan over en loop rechts over het niet omheinde gedeelte van de opgravingen. Rechts naast het Theater loopt een aarden weg tegen de akropolis berg op. Aan de splitsing ga je naar rechts en vind je de resten van het Gymnasium uit het einde van de klassieke periode. De wasbekkens zijn zeer goed herkenbaar. Je keert op je stappen terug en gaat linksaf tussen de eerste rij huizen en ziet dan aan het volgende kruispunt op je linkerhand het
HUIS MET DE MOZAIEKEN
Blootgelegd in 1972-1978, werd deze woning gebouwd en versierd rond 370 vóór Christus en een eeuw later door brand verwoest. Het was een vierkante woning van 650 vierkante meter. Gebouwd rond een open centrale koer met peristylium (galerij). In het noorden bevonden zich de receptiezalen, waar de mooiste, met keien gelegde mozaïeken teruggevonden zijn. In 1990 is er een beschutting gebouwd om ze te beschermen. Links vóór het gebouw waren de keukens. Aan een waterput in de hoek zijn nog de sporen, veroorzaakt door het schuren van de touwen, te zien. Nadat het huis, dat één verdieping had, met houten gebinte en een pannendak, verwoest werd, is het gedeeltelijk onder een grafmonument verdwenen.
Je begint het bezoek aan de linkerzijde (naast de put) van het nieuwe gebouw: daar bevonden zich de kleine salons. In het eerste kleine banketzaaltje konden drie personen aanliggen. Het rechthoekig mozaïektapijt, in twee panelen, is versierd met plantenmotieven. In het midden van het ene paneel zie je een hoofd van een grijnzende Gorgona, het andere is een rozet met palmmotieven.
De volgende zaal, waar zich het graf bevindt, was de grotere eetkamer. Ze kon 11 genodigden ontvangen. Zij was de meest versierde, maar de mozaïekvloer is bijna totaal verdwenen. Hier vonden de archeologen het Gorgonahoofd in klei, dat je in het museum zag: het was een van de vele wandversierselen.
Rechts, de derde banketzaal. Vooraan een inkomhalletje met mozaïekvloer, een gevecht tussen de sfinx en panters voorstellend. Voorbij een laag muurtje kom ke in de eetplaats. Vooraan een paneel waarop een Nereïde (zeegodin, levend op de bodem van de oceaan en beschermgoding van de zeelui) die een zeepaard berijdt. Volgens de legende van de Trojaanse oorlog was ze door Thetis, de moeder van Achilles, uitge-stuurd om hem nieuwe wapens te brengen. Het centrale paneel: een zestienarmige ster met lotus- en palmmotieven. Hierrond een fries met aan twee zijden afbeeldingen van het gevecht van de Arimaspes (legendarische krijgers, hier als amazones voorgesteld) tegen de grif-fioenen, bewakers van de goudmijnen van het Septentrion. Aan de andere twee zijden zie je leeuwen die een paard aanvallen.
Nadat je de sleutel hebt teruggebracht, kan je nog, wandelend door Eretria, op de markt de resten van een ronde Tholos bekijken. Achter het politiekantoor bevinden zich de fundamenten van de Dorische tempel van Apollo Daphneforos (laurierdragende), gebouwd bovenop een oudere Ionische die waarschijnlijk houten zuilen had. Aan het rondpunt aan de kade vind je de resten van een Hellenistisch badhuis.
Claire Lenaerts-Joos

De voorbije jaren was het in de deels autonome Athos-republiek, waar de hoogste bergtop tot 2033 meter boven de zeespiegel reikt, niet zo rustig als we vermoeden. Meningsverschillen tussen de monniken en hun oversten haalden herhaaldelijk de nationale en internationale pers. Deze bijdrage is een samenvatting van diverse Belgische en Griekse persknipsels, verzameld en vertaald door Johan Van Iseghem. Heb je toegang tot internet, bekijk dan zeker eens volgende webside:
http://www.esphigmenoumonastery.com (klik op de link)
(foto uit deze rubriek zijn terug te vinden op deze website)
Het klooster van Esphigmenou werd gebouwd in de zestiende en zeventiende eeuw aan de boorden van de zee en werd meermaals door piraten belaagd. De refter met zijn talrijke fresco’s is het oudste gedeelte. Het klooster bezit een grote unieke collectie Byzantijnse en post-Byzantijnse iconen, waarvan de mozaïekicoon Christus’ rust in het oog springt. De monniken hebben geen behoefte aan een eigen ideologie, aan bezit, aan een copieuze maaltijd en aan privacy van de woonruimte. Ze geloven dat je dichter bij God komt naarmate je zuiverder bent. De orde van monniken leeft reeds eeuwenlang op de berg Athos en weigert het gezag van Rome te erkennen. Spreken is toegelaten, maar is tevens de enige luxe binnen het klooster. Een besluit van Konstantijn uit 1060 stipuleert dat in geen enkel geval vrouwelijke wezens (mens en dier) zich op dit grondgebied mogen bewegen. Een uitzondering wordt evenwel gemaakt voor poezen, omdat ze muizen en ratten verjagen. De monniken willen geen telefoon, warm water en elektriciteit. Ze volgen de Byzantijnse kalender.
Meer dan dertig jaar geleden, in 1972, kwamen de monnikken van Esphigmenou ook al eens in het wereldnieuws toen ze de zwarte vlag hijsden op hun klooster om te protesteren tegen de ontmoeting van de toenmalige Patriarch Athenagoras met de paus, om hun theologische ongenoegens over deze ontmoeting met de katholieke kerk te uiten. Een vier maanden durende belegering vanuit de zee en het land (het klooster light aan de boorden van de zee (zie foto) door de politie en de kustwacht volgde gedurende de "militaire junta"-jaren, terwijl de monnikken replikeerden met "orthodoxie of dood". De jaren nadien wonnen de monnikken aan respect, zelfs van diegenen die theologisch niet akkoord gingen met hen.
Begin 2003 hielden opnieuw 117 ultra-orthodoxe (op de rand van het fanatieke) monniken stand tijdens de strijd om hun klooster. De Griekse Patriarch van de Orthodoxe Christenen wilde immers het klooster heroveren en stuurde dan ook eind januari een politiemacht naar zijn "geestelijk ver-dwaalde broeders". Ze weigeren pertinent enige toege-ving te doen aan welk verzoek ook van de gematigde Orthodoxen om het gezag van de Paus te respecteren en een comfortabeler leven te gaan leiden, niettegenstaande ne-gentien van de twintig ultra strenge kloosters in Griekenland zich reeds plooiden. Ze willen dat hun kerk hersteld wordt in de toestand van vóór 1924, jaar waarin de nieuwe kalender werd inge-voerd, en dat elke dialoog met andere geloofsovertuigingen wordt gestaakt. Eeuwenlang leefden ze immers teruggetrokken in hun vesting op de bergtop en genoten het respect van minder strenge adepten van het Orthodox Geloof. Ook in Griekenland daalt het aantal geestelijken zienderogen. Het verzoek van de gematigde Oecumenische Patriarch Bartholomeos, de geestelijke leider van de Orthodoxe Christenen om internet te introduceren binnen de kloostermuren stootte op hardnekkige weerstand. "Over ons lijk", zegt de 70-jarige Vader Archimandriet Methodius. Opnieuw weerklinkt de strijdkreet "Orthodoxie of dood". Patriarch Bartholomeos wordt tevens verweten toenadering tot Rome te zoeken. "De Paus is een antichrist", zegt de fervente tegenstander, "Hij oefent een verderfelijke katholieke invloed uit op onze Heilige tradities". Bij de politieaktie werd 28 januari 2003 als ultimatum gesteld en zouden de monniken hun klooster moeten verlaten hebben. De ordediensten kregen verbod enig wapen te gebruiken, behalve in geval van zelfver-dediging. Hierop repliceert Vader Methodius dat het klooster en zijn bewoners voor minstens twee jaar over voedsel en water beschikken. Hij meent dat de monniken zich geen zorgen moeten maken; hij is er immers van overtuigd dat ze zullen overleven door de rozenkrans, die 300 kralen telt en elke kraal een kogel is. De tegenstand heeft reeds een dode geëist: monnik Tryfonas, 25 jaar oud, slipte tijdens de nacht van 28 januari 2003 op één van de velden toen hij een achtergelaten tractor ophaalde en, om aan de ordediensten te ontsnappen, met hoge snelheid en zonder lichten over de berg reed. De auto ging over kop en hulp kan niet meer baten. Vader Methodius volhardt: "We houden vol, God is met ons".
Eén van de manifestanten, de 62-jarige Maria Papaderaki, scandeert onophoudelijk de strijdkreet voor haar vier zonen die in het klooster leven.
De geestelijke leider van de Balkanlanden, Patriarch Bartholomeos, voert zijn functie uit vanuit de Trukse stad Istanboel samen met een raad van monniken uit de eeuwenoude kloosters. Administratief wordt Athos bestuurd door een ambtenaar van het Griekse Ministerie van Buitenlandse Zaken. Orthodoxe volgelingen, dit zijn de dominerende kerk in Griekenland, de Oost-Europese naties en Rusland, zeggen dichter aan te leunen bij de Rooms-Katholieken in woord en leer van Jezus.
Sommige Orthodoxe theologen vergelijken de opstandige monniken met de volgelingen van de Franse ultraconservatieve rooms-katholieke aartsbisschop Marcel Lefèvre, die in 1988 werd geëxcommuniceerd vanwege zijn breuk met Paus Johannes Paulus II. Lefèvre verwierp de liberaliserende veranderingen binnen de kerk uit de jaren zestig, onder andere het gebruik van de volkstaal in de liturgie in plaats van het Latijn. Hij overleed in 1991. George Moustakis, professor theologie aan het Grieks-Amerikaans college van Athene, beschouwt de monniken van Esphigemenou als volgelingen van Lefèvre en meent dat de volledige controle die Patriarch Bartholomeos wil uitvoeren aan de basis van het conflict is. Hij suggereert dan ook dat hij best de monniken in hun isolement laat.
