Ik wens u, nu dat de oorlogen een einde kennen, dat u met de Vrede gelukkig zult zijn.
Mochten alle stervelingen, nu en in de toekomst, leven als één volk, in vrede levend, voor het gemeenschappelijk voordeel.
Mocht u de Bewoonde Wereld als uw vaderland beschouwen, met Gemeenschappelijke Wetten, die de besten zullen besturen, onafhankelijk van hun ras (nationaliteit, afkomst).
Ik scheid de mensen niet, zoals de enggeestigen doen, in Grieken en Vreemdelingen (Barbaren).
De afkomst van de burgers heeft voor mij geen belang en evenmin het ras, waarin ze geboren zijn.
Ik deel ze in, op grond van slechts één criterium, de Voortreffelijkheid.
Volgens mij, is elke goede Vreemdeling, een Griek en elke slechte Griek, is slechter dan een Vreemdeling (Barbaar).
Indien zich voor u soms geschillen voordoen, dan zult u uw toevlucht niet nemen tot de wapens, maar ze oplossen op een vreedzame manier. Indien het noodzakelijk is, dan zal ik er zijn als uw scheidsrechter.
Het past niet dat u God ziet als een despotisch heerser, maar als gemeenschappelijke Vader van allen, zodat uw levenswijze gelijkenis vertoont met het leven van broers en zusters in de familie.
Van mijn kant beschouw ik allen, als gelijkwaardig, wit en zwart.
En ik zou willen dat u niet alleen onderdanen bent van mijn gemeenschappelijke staat, maar deelgenoten, allen partners.
Ik zal me inspannen, opdat – wat onder mijn verantwoordelijkheid valt – datgene wat ik beloof, voltooid wordt."
Alexander de Grote was dus ver vooruit op zijn tijd:
Voor zij die de Griekse taal begrijpen wordt hieronder tevens de Griekse tekst afgedrukt.
/
Orkoj tou Mega/lou Aleca/ndrou, to 324 p.X."
Saj eu/xomai, tw/ra pou teleiw/noun oi po/lemoi, na euthxh/sete me thn Eirh/nh./Oloi oi qnhtoi/, ap /edw/ kai pe/ra na zh/soun san e/naj lao/j monoasme/noi gia thn koinh/ prokoph/.
Na qewrei/te thn Oikoume/nh Patri/da saj, me Koinou/j No/mouj, /opou qa kubernou/n, oi a/ristoi, anecarth/twj thj fulh/j.
Den xwri/zw touj anqrw/pouj, o/pwj ka/noun oi steno/mualoi, Se /Ellhnej kai Barba/rouj.
Den me endiafe/rei h katagwgh/ twn politw/n, ou/te h ra/tsa pou gennh/qhkan.
Touj katameri/zw m /e/na mo/no krith/rio, thn Areth/.
Gia me/na, ka/qe kalo/j ce/noj, ei/nai /Ellhnaj kai ka/qe kako/j /Ellhnaj ei/nai xeiro/teroj apo/ Ba/rbaro.
An pote/ saj parousiastou/n diafore/j, den qa katafu/gete sta o/pla, para/ qa tij lu/sete eirhnika/. Sthn ana/gkh qa staqw/ egw/ diaithth/j saj.
Ton Qeo/, den pre/pei na ton nomi/zete wj autarxiko/ kubernh/th, alla/ wj koino/ PATERA o/lwn, w/ste h diagwgh/ saj na moia/zei me th zwh/ pou ka/noun t /ade/lfia sthn oikoge/neia.
Apo/ me/rouj mou, qewrw/ o/louj, i/souj, leukou/j kai melamyou/j.
Kai qa h/qela na mhn ei/ste mo/no uph/kooi thj koinopolitei/aj mou, alla/ me/toxoi, o/loi sune/tairoi.
/Oso perna/ei apo/ to xe/ri mou, qa prospaqh/sw na suntelesqou/n auta/ pou upo/sxomai.
"Stijn Huylebrouck

Elke liefhebber van Griekse muziek weet intussen dat heel wat Griekse mannen en vrouwen proberen aan de kost te komen als zanger of zangeres. Een onvoorstelbaar grote lijst. Wie het artikel over het Eurosongfestival van de Griekse deelnemers heeft gelezen, zal ongetwijfeld verbaasd de diverse namen, waarvan weinigen zullen hebben gehoord, hebben bekeken. Wanneer je rekening houdt met de beperkte verspreiding van de Griekse taal op wereldvlak toch een eigenaardig fenomeen. Alhoewel de Grieken ook buiten hun vaderland leven en meer en meer buitenlanders belangstelling hebben voor het Griekse lied. De lokale markt is een groot afnemer van deze muziekproducties. Het nationaal gevoel van de Grieken vertaalt zich in de aanschaf van meestal Griekse muziek. Wie ooit tijdens de zomermaanden in Griekenland vertoefde, zal ongetwijfeld de gelegenheid hebben gekregen om één of andere Griekse artiest life aan het werk te zien. Ikzelf hou de beste herinneringen aan dergelijke optreden tijdens mijn vakanties op Samos, Chios en Karpathos.
Wat een veelheid aan muziekstijlen. Slechts enkelen slagen erin wereldberoemd te worden, naam te verwerven en te behouden ver buiten de eigen landsgrenzen. Ik denk hierbij aan Yiorgos Dalaras, Yiannis Parios, Notis Sfakianakis, Eleftheria Arvanitakis en Charis Alexiou. Best mogelijk dat ik er een paar gladweg ben vergeten. Ik bied hen mijn excuses aan.
Als ik het over het Griekse chanson heb, dan bedoel ik het betere lied in overeenstemming met het Franse chanson. Dan denk ik aan Alexiou, de zangeres die na haar optreden in de Atheense studio Nefeli de wereld rondtrok met een gevarieerd programma van eigen successen, maar ook met haar versie van het ontroerende lied "Ne me quitte pas" van onze ‘petit Belge’ Jacques Brel die het in Frankrijk wist te maken en vanuit de Parijse hoofdstad sant in eigen land werd. Brussel riep 2003 uit tot het ‘Brel-jaar’. Nu echter terug naar dat ene nummer dat deze geliefde Griekse zangeres ooit op plaat (of moet ik zeggen CD) zette en in haar repertoire opnam. Reeds in 1993 weerklonk haar "Ne me quitte pas" in een overvol Koninklijk Circus te Brussel en bleef de ganse zaal ademloos kijken naar haar kleine verschijning. Haar versie blijft in het geheugen gegrifd en bewijst eens te meer dat het een ijzersterk, tijdloos nummer is, dat ongeacht de wisselende stijlen in de muziekwereld weet stand te houden. Het lied in haar versie zorgt bij elke beluistering opnieuw voor verwondering en emotie.
Uit haar eigen repertoire staat "de tango van Nefeli" op eenzelfde hoog niveau. Het is een strookje muziek dat – zelfs binnen van beperking van enkele minuten – er telkens opnieuw in slaagt de luisteraar te betoveren. Slechts vier regels tekst tussen een lang instrumentaal intro en het slot. Eerst is er de muziek, die – verwijzend naar de titel – de sfeer van Buenos Aires, de bakermat van de Argentijnse tango, perfect weergeeft en een sublieme sfeer oproept. Het ritme is zuivere tangomuziek. De viool en de accordeon doen de rest. Een gebalde tekst, zoals hiervoor geschreven, enkel een viertal regels. Het onderwerp, uiteraard de liefde. Een poging om in telegramstijl een complete definitie te geven. Oordeel zelf. "Wat is liefde? Liefde is dat wat je welgemeend doet zeggen: "ik hou van jou".
Jean-Marie Petyt

GRIEKENLAND IS DICHTERBIJ DAN JE DENKT
Wanneer je regelmatig richting Griekenland vliegt en daar volop geniet van het aanbod van het ogenblik, wanneer je dol enthousiast Griekse taalles volgt of Griekse dansen aanleert op de klanken van die authentieke Griekse muziek, wanneer je met meer dan een half oor luistert naar Griekse muziek, wanneer je onverdroten en leergierig alles verslindt wat geschreven is over Griekenland, wanneer je je goed voelt binnen een of andere vereniging die zich focust op dit land in al haar facetten, dan ben je meer dan waarschijnlijk een Griekenlandfreak, een filhelleen of een aanbidder of aanbidster van al wat Grieks is.
Beantwoord je aan bovenstaande kenmerken, dan overvalt Griekenland je op de meest onverwachte momenten. Je hoeft je voor dit gevoel helemaal niet te schamen. Het is volkomen normaal en je hoeft geenszins te denken dat er iets scheelt in je bovenkamer.
Ik heb al heel wat van die flitsende staaltjes en momenten meegemaakt. Daarover wil ik vandaag wel iets schrijven. Niet voor mezelf, maar om te bewijzen dat Griekenland dichterbij is dan je denkt.
Nog niet zo lang geleden was ik weer een keertje in Brussel. Het regende korte tijd heel hard. Ik wou wat boeken afhalen in de Griekse boekhandel, doch toen ik voor de mooie gevel stond, waren de rolluiken nog niet opgelaten en moest ik nog minstens een half uur wachten. In de regen was het wachten geen geintje. Dus vlug opnieuw de metro in en richting centrum. Ik zou terugkomen voor het sluitingsuur, dat op zaterdag heel vroeg valt, rond 3 uur in de namiddag. Net voorbij de Koninklijke Gaanderijen, aan de kant van de weg waar antiquairs, kunstgaleries en boekenwinkels het straatbeeld bepalen, viel mijn oog op een boek in de etalage. Het boek had een magische titel, Mount Athos, renewal in paradise, van ene Graham Speake, een relaas van een trouwe bezoeker aan de monnikenrepubliek die uiteindelijk zich zal bekeren tot de orthodoxie en een tweede adem als kloosterling zal vinden. Het boek bevat heel wat informatie en is geïllustreerd met schitterende kleurenfoto’s.
Het boek vond ik op weg naar een tentoonstelling, die ik toevallig aangekondigd vond in een cultuurbijdrage van een krant. Bibliotheca Alexandrina, want zo heette deze tentoonstelling, promoot de wederopbouw van de befaamde bibliotheek van Alexandrië in Egypte. In deze stad leefde en woonde ooit K.P.Kavafis en met hem duizenden Grieken. In de luttelijke tijd van het wandelen door de expositieruimte maakte ik een droomreis, die mij de illusie wist te geven dat ik echt naar deze Egyptische stad was afgereisd.
Achteraf wou ik voor geen geld de openluchttentoonstelling "1000 families in portret" missen. Het park van de Kruidtuin in hartje Brussel, dat zich intussen mocht koesteren in een aangenaam zonnetje, vormde het decor voor een honderdtal foto’s van families uit alle windstreken. De fotograaf had jaren de wereld rondgereisd om families allerhande te fotograferen tegen een witte achterwand. Elke foto was voorzien van een korte commentaar. Tussen de diverse kiekjes poseerde een pope uit Noord-Griekenland fier met zijn vrouw en kinderen.
Mijn dag kon niet meer stuk. Eventjes was ik in Griekenland geweest. Zoals blijkt uit het voorgaande is Griekenland vaak dichterbij is dan je denkt.
Jean-Marie Petyt

Het is al 18 maanden dat ik met mijn echtgenote heb gesproken.
Ik wil haar immers niet onderbreken.
In den beginne schiep God de wereld, nadien nam hij wat rust.
Later schiep Hij de man en rustte wat uit. Tenslotte schiep Hij de vrouw.
Sindsdien kent Hij, noch de man enige rust.
Weet u welke de boete is voor bigamie?
Twee schoonmoeders.
Uit een gesprek tussen vader en zoon:
"Papa, moet je horen. In bepaalde Afrikaanse landen kent de man de vrouw, die hij zal huwen, niet tot op de dag van het huwelijk".
"Wel, kind, dat is zo in alle landen".
Een man plaatste een advertentie in een krant, "echtgenote gezocht".
De volgende dag kreeg hij honderden brieven. In elke brief stond hetzelfde, "kun je de mijne overnemen?".
De meest doeltreffende manier om de verjaardag van je echtgenote te onthouden is hem één keer te vergeten.
Uit een gesprek tussen 2 mannen:
"Mijn vrouw is een engel", verklaart de ene vol trots.
"Wat ben jij gelukkig. Jammer genoeg leeft de mijne nog", antwoordt de andere.
Een simpele gedachte.
Mocht het huwelijk niet bestaan, dan zouden de mannen hun hele leven lang geen fouten maken.

EEN DROOM
15 Augustus
Altijd neigt de weegschaal over naar de dood. ’s Middags voer ik naar de open zee met mijn bootje. Ik zag van ver de hoofdstad vanuit de zee. De huizen aan het strand weerspiegelden zich omgekeerd in het water. De lucht kleefde aan de huid – zonder te bewegen – en de zon brandde totdat het plots donker werd en het ging waaien. De horizon kwam op me af, de hemel kwam naar beneden dat ik de indruk had dat ik – als ik maar mijn hand opstak – haar zou aanraken. Ik was langs alle kanten omringd met water. Alsof de zee naar boven was geklommen en de wolken alsmaar naar beneden vielen. En plots was daar westwaarts de hoofdstad, armtierig, beschenen door schuine zonnestralen. Ik zag de hoofdstad door het water heen. Ik had op die plaats altijd kunnen blijven staan.
Ik keerde echter terug. Ik liet me vallen op het bed met mijn kleren aan, ze waren aan mijn lijf gedroogd. ’s Avonds maakten gedempte geluiden en langgerekt gezucht me wakker. Ik probeerde me ergens vast te grijpen. Rondom mij leek alles me vreemd totdat de huisgeesten verschenen. Ze hadden de vorm aangenomen van dromen, mensen en dingen. Ze spraken onze taal. Ze wensten me goedenavond, bleven geduldig wachten in een hoekje totdat ik zijn schriften dichtklapte en ze geordend op hun plaats zette. De huisgeesten namen het woord en onthulden op hun manier dat ik in staat was op de vlucht te slaan en nooit meer weer te keren. Vergeefse moeite, zoals men zegt, tot mislukken gedoemd vanaf het begin zijn je pogingen, murmelde de grootvader kijkend in mijn richting. Naast hem zijn vriend Diamantis die me troostte zeggende dat ik tenminste nog dromen had en hij zelfs dat niet. Draag je wollen trui net alsof je op zee bent, spelde grootmoeder me de les. Ze leek een stem zonder lichaam. Stratis zei deze keer zelfs niets, ook niet over haar.... Hij bleef apart staan. Het schijnt dat hij vreesde in een droom gezelschap te houden met die gestorvenen. Andere jongere geesten sloten de vensterluiken en krasten op de muur letters, nu eens in het zwart, nu verkleurd, moeilijk te lezen, ouderwetse. Letters uit een lang vergeten taal. Het is mogelijk dat ze het einde op voorhand voorspelden, maar op zichzelf geeft het feit dat het geschrift onleesbaar blijft na zoveel jaren en talrijke pogingen me hoop en houdt me in leven. Met de geesten, ook al een schim, is ook de leraar Nieuwgrieks van de hoogste klas die met dwingende toon mijn werkstuk over het volkse lied vraagt. Uit het zicht achter de rug van mijn medeleerling, die voor me zit op de schoolbank, zweeg ik in alle talen. En zag ik de meisjes naast mij die zorgeloos droomden. Hun schoolbank voer op een dieprode gezwollen zee, hun lippen waren bebloed. Ik wou roepen op hen te waarschuwen. Wel, Aitonas, we luisteren naar je; klonk opnieuw de stem van de leraar. Alle blikken waren op mij gericht, mijn lichaam begon te transpireren. Stilletjesaan gingen allen vervagen. Ze vervolgden hun weg. Met hen werden de jaren en de leerling van de bank voor mij meegesleurd. Ik werd aan mijn lot overgelaten, ik wist niet meer waar te kruipen. Ik ontwaakte één en al angst. Vandaag is het feest van de Heilige Maagd, Moeder Gods. Stilletjesaan komt een einde aan de zomer.
Uittreksel uit
"Spa/nia xioni/zei sta nhsia/" van Dimitris Mingas in een vertaling van Jean-Marie Petyt
Den pisteu/eij
Den pisteu/eij o/ti upa/rxoun qeoi/ kai qee/j!
touj qeou/j kai tij qee/j aisqa/nqhka ston ourano/ tou Olu/mpou
!Den pisteu/eij o/ti sth Xi/o, o /Omhroj kaqo/tan se mia pe/trinh
poluqro/na, diaba/zontaj touj sti/xouj tou
! Ei/mai si/gouroj egw/.Isxuri/zeij o/ti ta zw/a, ta de/ntra kai ta futa/, den a/kousan, kai qau/masan th mageutikh/ tou Orfe/a mousikh/
! /To pneu/ma tou, ki h fwnh/ tou, bri/skontai me/sa st /anoixta/
thj Le/sbou. /Enaj sofo/j /Ellhnaj mou/ to dihgh/qhke auto/
!Sthn Epi/dauro, me/sa se mia para/stash, a/kousa thn koukouba/gnia thj Aqh/naj. San ton poihth/, e/niwsa
"thn pi/kra tou Peiraia/, san tacideu/ounxta o/la ta ploi/a".....Qa peij o/ti ei/mai trelo/j. Mporei/
! /Omwj, xwri/j fantasi/ej kaio/neira, den mporei/ na zh/sei kanei/j
!Je gelooft
Je gelooft dat goden en godinnen niet bestaan!
De goden en godinnen, voelde ik in de hemel van d’Olympos!
Je gelooft niet dat op Chios Homeros gezeten was in een zetel in de rots, En zijn verzen aan het lezen was! Ik ben het zeker!
Je beweert dat dieren, bomen en planten, Orfeus" betoverende muziek niet hoorden of bewonderden.
Zijn geest, en zijn stem, bevinden zich in de open zee van Lesbos!
Een wijze Griek vertelde ’t mij!
Te Epidavros, midden in een tragedie, hoorde ik de uil van Athena!
Zoals de dichter voelde ik "de droefheid van Piraeus, wanneer alle schepen uitgevaren zijn. Je beweert dat ik gek ben. Het is mogelijk. Echter, zonder dromen en verbeelding, kan een mens niet leven!
Stijn Huylebrouck

Taal, kunst en exacte wetenschappen
Wellicht weet u dat – in vroegere tijden – het lidwoord niet bestond. We kunnen het gemakkelijk begrijpen. De Griek van toen, wanneer de taal nog in volle evolutie was, zag alleen het concrete voorwerp voor zich, wanneer hij iets moest benoemen. Behoefte aan abstractie had hij nog niet. Wanneer het Grieks geleidelijk zijn hoogtepunt bereikte – en dan vooral het Attisch, in de zesde en vijfde eeuw voor Christus – gebeurt schijnbaar iets onbenulligs, maar met grote gevolgen: het aanwijzend voornaamwoord
"o/de, h/de, to/de", verliest dikwijls zijn achtervoegsel en wordt "o, h, to". Dit laatste wordt het bepaald lidwoord. Het laat de Griek toe te abstraheren, want "deze mens hier, bijvoorbeeld Jan" is iets anders dan "de mens". "De mens" bestaat niet, is een verzamelnaam voor alle mensen, de klasse van alle mensen. Groot, klein, blank, zwart, intelligent of niet, "de mens" is een begrip dat alle mensen omvat en het is een gevolg van abstractie. Hiervoor doen we afstand van alle bijkomstige kenmerken en denken we alleen aan de essentie, namelijk het wezen dat in intelligentie alle andere levende wezens in hoge mate overtreft. Ook de filosofie van Plato is hierop gesteund: door middel van het lidwoord spreekt hij van "de rechtvaardigheid", "de cirkel", "de driehoek", enz. De driehoek is dan "de driehoek" van alle mogelijke driehoeken (Ideeënleer). Nu is het een feit dat de wetenschap moet werken met zuivere begrippen (van Idealisme naar Realisme). "De zwaartekracht", "het soortelijk gewicht", zijn wetenschappelijke begrippen.Wanneer nu de mens opklimt van het concrete naar het abstracte niveau in zijn denken, heeft hij een hoge graad van intelligentie bereikt (zie Theactetus). Het lidwoord werd als het ware de "Aha-Elebnis" die hem toeliet deze sprong te maken.
In de Griekse tragedie zien we dat wie overmoed of
u/brij bezit, wie de perken van de maat te buiten gaat, gestraft wordt. Het is een wetmatigheid in de Griekse tragedie (Professor Dr. Kitto, The Greeks) Orestes doodt zijn moeder en de moedergodinnen eisen zijn veroordeling. Volgens Kitto heeft deze wetmatigheid (van A naar B), deze deterministische visie, invloed gehad op de methodiek in de exacte wetenschappen. Zo formuleert bijvoorbeeld Archimedes de wet van het soortgelijk gewicht. Een voorwerp (A), in vloeistof gedompeld, verliest zoveel in zijn gewicht (B), als de verplaatste vloeistof weegt, of veel eenvoudiger: water (A) kookt bij 100 °C (B).Welnu, zuivere begrippen en het zoeken naar wetmatigheden, zijn de oorzaak van het feit dat wij het nu als heel normaal beschouwen dat astronauten zich in de ruimte bewegen en bvb. naar de maan reizen. De interactie tussen taal en wetenschap valt dus niet te loochenen
Opmerkingen
Bij Homeros (7de eeuw voor Christus) heeft
o/, h/, to/ in de meeste gevallen nog een aanwijzende kracht. Hierdoor kan het al dan niet met een substantief of zelfstandig naamwoord samen gaan.De Romeinen (hoogtepunt 1ste eeuw voor en 1ste eeuw na Christus) hadden geen lidwoord (rosa is "de roos", en "een roos"). Dit is te verklaren omdat ze zeer concreet ingesteld waren. Het waren grote ingenieurs, wat blijkt uit het vervaardigen van bruggen en het aanleggen van wegen. Het Romeins recht had een zeer grote invloed op het huidige recht en wordt nog steeds aangeleerd. De Grieken waren grote wiskundigen en filosofen; ze waren veel meer abstract ingesteld. Indien de Romeinen het concrete nog meer wilden benadrukken, gebruikten ze een aanwijzend voornaamwoord, bvb illa rosa = die roos daar. Vandaar in het Frans la rose (il valt weg).
Het is belangrijk om vast te stellen dat de geaardheid, de mentaliteit van een volk invloed heeft op taal en wetenschap
Stijn Huylenbrouck

14 mei 2003, 1u10 in de morgen was het ruimtedebuut van Griekenland en Cyprus met de lancering in een baan rond de aarde van "Hellas Sat" vanaf Cape Canaveral.
Lockheed Martin’s Atlas 5 raket, met een Russische RD-180 hoofdmotor, lanceerde de Astrium satelliet van Franse makelij.
Tweeëndertig minuten na de perfecte start was de communicatiesatelliet reeds 35.786 kilometer boven de aarde. Van daaruit zal het de dienst verzekeren met de afgelegen Griekse eilanden, de bergachtige streken, faciliteiten verzorgen voor de Olympische Spelen van 2004 en voldoen aan een rits militaire en burgerlijke noden. Het zal gebruikt worden voor videotransmissies, digitale televisie-uitzendingen, bi-directionele breedbanddiensten en hogesnelheid internetverbindingen.
Hellas Sat, eigendom van en gerund door Hellas Sat Consortium Ltd en Hellas-Sat SA of Greece and Cyprus, is Griekenlands eerste verschijning in de ruimte, volgend op de vlucht van een Georgisch kosmonaut van Griekse origine, Fyodor Nikolayevich Yurchikhin, met de shuttle Atlantis in oktober 2002.
"Hellas Sat draagt bij tot de Griekse defensie. Het zal de uitzendingen naar aanleiding van de Olympische Spelen vergemakkelijken en een brug zijn voor de Griekse uitwijkelingen" verklaarde Lefteris Antonakopoulos, president en manager van de Hellenic Telecommunications Organization (OTE) die participatie van 83,34 procent heeft in Hellas-Sat S.A. OTE. Hij noemde het ook een historische stap voor Griekenland en Cyprus.
Het projekt kost 178 miljoen dollar, inbegrepen de satelliet, de Atlas raket en de verzekering. De satel-liet is gebouwd door Astrium (Frankrijk) en gebaseerd op het Eurostar E2000+ satel-liet model. Het zal Europa bedienen met twee stralenbundels en Afrika en het Midden-Oosten met twee stuurbare stralenbundels.
Bij het ter perse gaan van onderhavig magazine is de "Hellas Sat" al enkele weken volledig operationeel en is de verwachting dat de satelliet 15 jaar aktief blijft.
Andere aandeelhouders zijn Hellenic Aerospace Industry (EAB) met 3,93 procent, Cyprus Telecommunications Authority met 3,84 procent, Cypriot IT, AvacomNET Services met 8,5 procent en Canada’s TELESAT met 0,39 procent. Een primair controlestation is in Griekenaland en een reserve in Cyprus.
Met Hellas Sat vervoegen Griekenland en Cyprus 25 andere landen die een eigen satelliet hebben.
Johan Van Iseghem

Een leraar filosofie kwam de klas in met een grote kartonnen doos. Zonder te spreken nam hij uit de kartonnen doos een lege, glazen vaas en begon die te vullen met kleine steentjes. De leerlingen keken hem verwonderd aan. Wanneer de vaas volledig gevuld was, vroeg hij hen of de vaas vol was en de leerlingen antwoordden dat de vaas vol was.
Hij glimlachte en – weer zonder te spreken – nam hij uit de kartonnen doos een zakje met kleine keitjes en begon opnieuw de vaas te vullen. Hij schudde ze iet of wat, de keitjes verspreidden zich tussen de steentjes. Toen vroeg hij de leerlingen andermaal of de vaas vol was en de leerlingen antwoordden dat dit inderdaad het geval was.
Hij glimlachte en – weer zonder te spreken – nam hij uit de kartonnen doos een zakje zand en ledigde het zakje in de vaas. Het zand vulde de ruimtes tussen de steentjes en de keitjes. Hij vroeg aan de leerlingen opnieuw of de vaas vol was. De leerlingen aarzelden even, maar toch antwoordden ze dat de vaas vol was.
Hij glimlachte en haalde uit de kartonnen doos twee flesjes bier en begon ze leeg te gieten in de vaas. De vloeistof vulde de rest van de vaas. Nog een keer vroeg de leraar zijn leerlingen of de vaas vol was. Deze keer lachten de leerlingen en zeiden dat de vaas vol was.
Nu wil ik, zei de leraar, dat jullie de vaas beschouwen als jullie eigen leven. De steentjes zijn het belangrijkst in jullie leven, ze staan symbool voor het gezin, de partner, de gezondheid, de kinderen, de goede vrienden.
De steentjes zijn zo belangrijk, dat wanneer al de rest ontbreekt, jullie leven er toch als vol zal uitzien.
Ook de keitjes komen in ons leven terecht, net als onze studies, ons werk, onze woonst, onze auto. Keitjes zijn kleine dingen. Als jullie de vaas eerst vullen met deze kleine dingen, is er geen plaats meer voor de steentjes, de belangrijkste dingen van het leven.
Het zand staat symbool voor de rest, de hele kleine dingen van het leven.
Als jullie de vaas eerst vullen met zand, is er geen plaats meer voor de keitjes en voor de steentjes.
De vaas is jullie leven. Als jullie tijd en energie steken in kleine dingen, vinden jullie nooit tijd voor de belangrijke zaken. Maakt uit wat het belangrijkst is voor jullie geluk. Spreek met jullie ouders, speel met jullie kinderen, geniet van jullie partner, koester jullie gezondheid en geniet van jullie vrienden. Altijd zal er tijd zijn voor kennis en studie, altijd zal er tijd zijn voor het werk, altijd zal er tijd zijn om jullie huis te bouwen en jullie auto te kopen, om de belastingen te betalen en de telefoon. Doch denk eerst aan de steentjes. Stel prioriteiten. De leerlingen waren spra-keloos gebleven. Echter één leerling vroeg wat het bier voorstelde. De leraar lachte en zei: "Ik ben blij dat jij het vraagt. Ik zal het jullie zeggen: het is niet van belang hoe vol jullie leven is, het is niet van belang hoe jullie zijn, want jullie moeten weten dat ER STEEDS WEINIG TIJD ZAL OVERBLIJVEN VOOR TWEE BIERTJES."
'
Enaj kaqhghth/j filosofi/aj emfani/sthke sthn ta/ch tou me e/na meg/alo xa/rtino kouti/. Xwri/j na milh/sei, ph/re apo/ th xa/rtinh kou/ta e/na a/deio gua/lino ba/zo kai a/rxise na to gemi/zei me mikre/j pe/trej. Oi maqhte/j ton koitou/san me apori/a /j . /Otan to ba/zo den xwrou/se a/llo, rw/thse: "Ei/nai gema/to to ba/zo;" kai oi maqhte/j apa/nthsan: "Nai, ei/nai gema/to".Auto/j gamoge/lase kai pa/li xwri/j na milh/sei, ph/re apo/ th xa/rtinh kou/ta e/na sakoula/ki me mikra/ botsala/kia kai a/rxise na gemi/zei to ba/zo, to kou/nhse li/go kai ta botsala/kia ku/lhsan kai ge/misan ta kena/ metacu/ twn petrw/n. /Otan to ba/zo den xwrou/se a/llo, rw/thse
: "Ei/nai gema/to to ba/zo;" kai oi maqhte/j ge/lasan kai apa/nthsan: "Nai, ei/nai gema/to".Auto/j gamoge/lase kai pa/li xwri/j na milh/sei, ph/re apo/ th xa/rtinh kou/ta e/na sakoula/ki me a/mmo kai a/rxise na thn adeia/zei me/sa sto ba/zo. H a/mmoj xu/qhke o/la ta kena/ metacu/ twn petrw/n kai twn bo/tsalwn. /Otan to ba/zo den xwrou/se a/llo, rw/thse
: "Ei/nai gema/to to ba/zo;" kai oi maqhte/j di/stasan gia li/go, alla/ apa/nthsan: "Nai, ei/nai gema/to".Auto/j gamoge/lase kai pa/li xwri/j na milh/sei, ph/re apo/ th xa/rtinh kou/ta
du/o mpouka/lia mpu/rej kai a/rxise na ta adeia/zei me/sa sto ba/zo Ta ugra/ ge/misan o/la to upo/loipo keno/ tou ba/zou. /Otan to ba/zo den xwrou/se a/llo, rw/thse
: "Ei/nai gema/to to ba/zo;" kai oi maqhte/j ge/lasan auth/ th fora/ kai apa/nthsan: "Nai, ei/nai gema/to".Tw/ra, le/ei o kaqhghth/j, qe/lw na qewrh/sete to ba/zo auto/ o/ti antiprosw-peu/ei th zwh/ saj. Oi pe/trej ei/nai ta poio shmantika/ sth zwh/ saj, te/toia ei/nai h oikoge/neia, o
/h su/ntrofoj saj, h ugei/a saj, ta paidia/ saj, oi kaloi/ daj fi/loi Oi pe/trej antistoixou/n sta poio shmantika/, to/so shmantika/, pou ako/ma kan an o/la ta upo/loipa lei/youn, h zwh/ saj qa ecakolouqh/sei na ei/nai gema/th. Ta botsala/kia ei/nai ta a/lla pra/gmata pou e/rxontai sth zwh/ maj, o/pwj oi spoude/j maj, h ergasi/a maj, to spi/ti maj, to autoki/nhto/ maj, ei/nai mikra/ pra/gmata, den qa brei/te pote/ xro/no gia ta poio shmantika/.Cexwrh/ste poia ei/nai ta poio shmantika/ gia thn eutuxi/a saj. Milh/ste me touj gonei/j saj, pai/cte me ta paidia/ saj, apolau/ste ton
/thn su/ntrofo saj, prose/cte thn ugei/a saj kai xarei/te touj fi/louj saj. Pa/nta qa upa/rxei xro/noj gia gnw/sh kai spoude/j, pa/nta qa upa/rxei xro/noj gia ergasi/a, pa/nta qa upa/rxei xro/noj gia na ftia/cete to spi/ti saj kai to autoki/nhto/ saj, na plhrw/sete ton dh/mo kai to thle/fwno. /Omwj na fronti/sete gia tij pe/trej prw/ta. Cexwrh/ste tij proteraio/thte/j saj. Oi maqhte/j ei/xan mei/nei a/fwnoi. /Enaj o/mwj rw/thse: "H mpu/ra ti antiproswpeu/ei;". O kaqhghth/j ge/lase kai apa/nthse: "Xai/romai pou rwta/j. Qa saj pw: den e/xei shmasi/a po/so gema/th ei/nai h zwh/ saj, den e/xei shmasi/a po/so strimwgme/noi ei/ste, giati/ pre/pei na ce/rete OTI PANTA QA UPARXEI LIGOS XRONOS GIA DUO MPURES.Wim Charlet

Zwemmende olifant opgegraven in Griekenland
Een prehistorische voorganger van de olifant zal wellicht in een ruimer gebied rondgezworven en gezwommen hebben dan experten ooit durfden voorstellen.
Kretenzische onderzoekers hebben fossiele restanten (tanden en beenderen) van een Deinotherium Gigantisimum, een olifantachtig schepsel met een schouderhoogte tot 4,5 meter gevonden. De zeven miljoen jaren oude resten doen veronderstellen dat de zoogdieren in grotere gebieden van Europa rondzwierven dan vroeger aangenomen werd en dat ze ook lange afstanden zwommen tijdens hun zoektochten naar voedsel.
'Vegetariërs konden goed zwemmen, en het was meer algemeen dan we dachten" zei Charalambos Fassoulas, een geoloog die de opgravingen door de University of Crete's Natural History Museum leidde. Het skelet van 1,4 meter dat gevonden werd in september 2002, samen met zeven gefossilleerde tanden en diverse
beenderen op een stuk landbouwgrond die geruimd werd om er olijfbomen te planten. "Wij hebben niet veel fossielen van deze dieren, dus alles wat we vinden draagt bij tot onze kennis over deze dieren en hun leefomgeving" zei Fassoulas naar aanleiding van de bekendmaking van de vondsten.
Dit specimen is een lid van een grote olifantensoort die vooral in Centraal-Europa leefde. Fassoulas speculeert dat de olifanten al zwemmend Kreta bereikten via Klein-Azië, het huidige Turkije, Rhodos en Karpathos, in een periode dat het zeewaterniveau lager was.
Resten van andere olifantensoorten zijn eerder al gevonden op het Griekse vasteland die researchers er deden toe besluiten dat beenderen gevonden door Oude Grieken deel werden van de Griekse mythologie. Een grote holte in het midden van de olifantenschedel kan de aanleiding geweest zijn tot de verhalen over de Cyclopen, mythologische reuzen met één oog die voorkomen in Homeros' Odysseus en andere verhalen. "Bewoners van de Vroeg-Griekse tijd zullen wellicht olifantenbeenderen gezien hebben, maar konden zich niet voorstellen van waar ze kwamen", zei Fassoulas. Hij vroeg boeren in Oost-Kreta, waar de beenderen werden opgegraven, uit te kijken naar nog meer restanten. "Jammer genoeg vonden we de schedel nog niet, die is zeer belangrijk want ze zou ons veel meer informatie bezorgen" besloot Fassoulas.
De beenderen, gebroken op verschillende plaatsen, zullen in het gips gezet worden vooraleer ze aan het publiek kunnen vertoond worden.
D. Gatopoulos,
I Kathimerini, 31 01.2003
vertaling Johan Van Iseghem

